Actueel

Bedrijf Lammers, kalverhouderij in Heusden (de Peel)

23 april 2012 |

2010

Hans Lammers heeft een kalverhouderij in Brabant, vlakbij natuurgebied de Peel. In 1986 is hij begonnen als stierenmester maar vanaf 1992 is hij overgestapt naar rosé kalveren. Inmiddels heeft hij vijf stallen met in totaal 1800 plaatsen.

Er is een belangrijk verschil tussen de bedrijven met rosé vlees en blank vlees. Blank is veel arbeidsintensiever en veel meer afhankelijk van de marktschommelingen. Bedrijven met blank vlees zijn dan ook vaak wat kleiner dan de bedrijven met rosé-kalveren. De sector is sterk afhankelijk van subsidies. Zonder de subsidie zou je hier bijna niet kunnen produceren. Volgens Lammers is een gegeven in de sector dat je moet proberen om het bedrijfsresultaat aan het eind van het jaar op ‘nul’ te hebben waarna de GLB-subsidie je inkomen is. De slachtpremies zijn dan dus je inkomen. In de rosé-sector kun je veel kalveren afleveren en kan je inkomen in goede jaren flink hoger zijn dan de getallen die de gemiddelde BIN-gegevens suggereren.


 

2012

Uitbreiding

“Ik heb het bedrijf inmiddels uitgebreid tot 2000 kalveren. Of ik nog verder ga, hangt vooral af van de landelijke discussie over antibiotica. Ik zou kunnen uitbreiden, maar dat betekent waarschijnlijk ook een grotere kans op ziekten. Maar hoever gaat de overheid in het terugdringen van het antibioticagebruik? We moesten 50% terug en dat hebben we gehaald. Dat werd vervolgens 70% en als we dat gehaald hebben moeten we dan naar 90% minder? Kijk, al die maatschappelijke wensen zijn misschien wel heel terecht maar het betekent wel een forse investering die zich niet terugverdient.”

60 miljoen voor de sector

“Dat raakt overigens meteen het onderwerp GLB. Uiteraard is het GLB in onze sector een heel belangrijk gespreksonderwerp. Elke vakgroepsvergadering staat het eigenlijk wel op de agenda. We hebben zelfs als sector iemand gevraagd om ons te helpen onze belangen te verdedigen. Het is immers een sector die vooral in Nederland zit en dan is het ook nog eens een heel kleine sector. Dan is de kans groot dat onze belangen ondersneeuwen. Die persoon moet vooral meepraten over de regeling en die zo zien aan te passen dat de details straks uitmaken dat we toch min of meer even veel geld krijgen als nu. Heel plat gezegd: we proberen om de 60 miljoen euro die we nu krijgen als sector, voor de toekomst zo veel mogelijk te behouden.”

Onderdeel van de melkveehouderij

Het is moeilijk te zeggen hoeveel er van die 60 miljoen minimaal nodig is om de sector op de been te houden. Dat hangt heel erg van de marktomstandigheden af. De prijs voor het blankvlees is de laatste twee jaar flink gedaald. Consumenten van blank vlees zijn overgestapt naar het doorgaans iets goedkopere rosé vlees. Daar profiteren wij van, maar tegelijkertijd verliezen wij consumenten aan het rode rundvlees. Dat heeft allemaal met elkaar te maken. ”In feite zou je de hele kalversector als een onderdeel moeten zien van de melkveehouderij en dus inclusief de hele rundvleessector. Je zou een deel van onze kosten namelijk ook daar kunnen leggen. Ik denk dan bijvoorbeeld aan gezondheid: nu komen de kalfjes na 14 dagen bij ons. Je zou de kalveren langer op het melkveebedrijf kunnen laten staan waardoor ze meer weerstand hebben. Ook zouden de melkveehouders meer aandacht aan biestverstrekking kunnen geven, dan hebben wij minder kosten voor de gezondheidszorg omdat stiertjes die grootgebracht zijn met biest veel gezonder zijn. Zo is er van alles mogelijk, maar vooral in samenhang met de melkveesector. Het GLB zou daar wellicht iets in kunnen betekenen. Nu zijn het twee sectoren die elk proberen zoveel mogelijk geld eruit te krijgen, maar we hebben er wellicht beiden wat aan als ook het GLB het ziet als een en dezelfde sector.”

Welzijnsmonitor

“Voor het GLB zijn we natuurlijk ook wel andere strategieën aan het uitdenken. Voor de vergroening denken wij dan toch vooral aan strengere eisen aan dierenwelzijn en milieu. We hebben bijvoorbeeld de welzijnsmonitor waarmee we de forse stappen kunnen maken op dat gebied. Maar dat is wel erg duur en dus kunnen we dat niet zomaar doen. Het is een idee om het GLB-geld daarvoor te besteden. Natuurlijk kan dat geen bijdrage voor altijd zijn: wij gaan er van uit dat het GLB op termijn zal verdwijnen, maar een geleidelijke afbouw is voor onze sector wel van belang.”


 

GLB-check

Gemiddeld

Lammers wil de GLB-check invullen voor een gemiddelde kalverhouder en niet voor hem persoonlijk. Gemiddeld heeft een kalverhouder 1000 kalveren en 1,5 hectare maïs. De toeslagrechten hebben daarmee ongeveer een waarde van 70.000 euro Sommige kalverhouders hebben weliswaar meer hectaren, maar Lammers is van mening dat dat akkerbouw is en geen onderdeel is van de kalverhouderij. Een toelage via de hectaren zou het beeld te rooskleurig maken, vindt hij.Forse terugval in eerste jaar

In 2014 zal deze ondernemer dan nog maar de helft ontvangen (35.000 euro) en dat zal in vijf jaar vervolgens afnemen naar 600 euro inclusief vergroeningspremie. Reactie van Lammers is dat het voor hem zelf niet geheel onverwacht is, maar dat bij veel collega’s van hem waarschijnlijk niet al doorgedrongen zal zijn dat dit zo gaan spelen. “Uiteraard weet iedereen wel dat er wat gaat veranderen, en dat het ook grote gevolgen zou kunnen hebben, maar niet iedereen gelooft het al echt. Zo is de teruggang in het eerste jaar een behoorlijk grote sprong waar niet iedereen op zal rekenen.”

Innovatiesubsidies ipv vergroening

De check maakt nog eens duidelijk dat de term ‘vergroening’ volgens de huidige plannen helemaal niet van toepassing is op de kalverhouders. Vergroening is alleen relevant voor boeren met grond. Kalverhouders hebben dus in feite niets te vergroenen en zullen uit de eerste pijler dus volgens de huidige plannen ook geen top-up kunnen verdienen. Wel zouden de kalverhouders dus op de een of andere manier een regeling, buiten de toeslagen per hectaren om, waarin zij geld ontvangen voor milieu- of welzijnsmaatregelen. Is die ruimte er nog of is dat definitief een gelopen race? Lammers vraagt zich af of er dan als alternatief in de tweede pijler nog mogelijkheden zijn, bijvoorbeeld in de sfeer van innovatiesubsidies? Zou de kalversector daar voor in aanmerking kunnen komen?

Snel duidelijkheid

Verder denkt Lammers dat het belangrijk is dat er snel duidelijkheid komt over de details van het definitieve nieuwe GLB. Deze sector heeft bijvoorbeeld veel speciale rechten. Wat gebeurt daar mee? Gaan die meteen naar nul of worden die meegenomen in de geleidelijke afbouw? En dit zijn de huidige regels, maar wanneer komen er handtekeningen onder en hoe ziet het plaatje er dan uit? En wat kun je dan nog doen als kalverhouder?

Alle bedrijven in deze serie >>

 

Tags: , , ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>