Actueel

Consultatie vereenvoudiging GLB – Deel 1: directe betalingen

28 januari 2015 |

Zijn er regels of administratieve procedures rond de directe betalingen die onnodig ingewikkeld zijn? Ervaart u knelpunten u in de uitvoering van de nieuwe vergroeningsmaatregelen? Of zijn er juist onzekerheden over toeslagen in de toekomst? Het ministerie van EZ hoort graag van u welke knelpunten u ervaart in de uitvoering van de nieuwe maatregelen.

We nodigen u uit door middel van een internetconsultatie om suggesties te doen voor vereenvoudiging van de uitvoering. We verzamelen deze en sturen de goed toepasbare suggesties door naar EU-commissaris Phil Hogan. Onderaan deze blog kunt u uw reactie achterlaten!

Vergroeningseisen

Het pakket vergroeningsmaatregelen zelf staat niet ter discussie. Wel kunt u denken aan (onnodig) ingewikkelde eisen waaraan boeren moeten voldoen bij de invulling van die maatregelen. Zo zijn in Nederland vanggewassen toegestaan als invulling van de vergroening. Volgens Europees voorschrift moet dat een mengsel zijn van tenminste twee gewassen, terwijl het voor boeren misschien een stuk eenvoudiger zou zijn om een enkelvoudig vanggewas te zaaien.

Administratieve lasten

Verder ben ik benieuwd naar voorstellen om de administratieve last voor boeren te verlichten. Heeft u bijvoorbeeld ideeën over een andere manier van werken bij het aanvragen van subsidies waarbij de lasten verminderen, dan horen we dat graag.

Ik ben benieuwd naar uw suggesties ten aanzien van de directe betalingen en nodig u van harte uit deze met ons te delen. U kunt uw suggesties indienen door te reageren op deze blog. U mag van ons verwachten dat we elke suggestie serieus nemen en hier ook op reageren.

Jan van de Wijnboom
Senior beleidsmedewerker Europees Landbouwbeleid


 Over de consultatie

De Europese commissie maakt serieus werk van vereenvoudiging van het GLB. Het ministerie van EZ dringt al jaren aan op vereenvoudiging van het huidig stelsel. Ook de Tweede Kamer volgt dit thema met bijzondere belangstelling. Onlangs vroeg de EU-Commissaris Hogan de lidstaten met goede voorstellen te komen om de uitvoering van het GLB te vereenvoudigen.

Iedereen die te maken heeft met de uitvoering van het GLB kan meepraten. Onder dit bericht kunt u uw suggesties kwijt m.b.t. het markt- en prijsbeleid. Lees ook de blogberichten over directe betalingen en over plattelandsontwikkeling.

Alle suggesties zijn welkom. Waarbij we meteen opmerken dat niet alles zo maar kan worden gewijzigd. Over sommige afspraken in het GLB is jaren over onderhandeld, die kunnen niet simpelweg van tafel worden geveegd. Andere regels zijn ontwikkeld om fraude tegen te gaan. Laat dit u er echter niet van weerhouden met suggesties te komen. Het ministerie zal elk idee met open armen ontvangen.

Lees meer over de consultatie >>

 

 

 

Tags:

41 reacties op “Consultatie vereenvoudiging GLB – Deel 1: directe betalingen

  1. Breedte van de sloot (max 6 m) bij het Dijksma certificaat (het equivalent pakket). Onnodige eis dat sloten > 6 m niet meetellen wanneer – zoals nu het geval is – een forfaitaire maat wordt gehanteerd. Boeren die in het verleden een natuurvriendelijke oever met flauw talud langs de sloot hebben gerealiseerd, lopen nu een groot risico dat de sloot niet mee kan tellen omdat die, van boveninsteek tot boveninsteek gemeten, door het flauwe talud breder is geworden.

    In de Hoeksche Waard streven we naar een combinatie van onbeheerde akkerrand (pijler 1) met agr. natuurbeheer (pijler 2). De onbeheerde rand mag geen landbouwkundige functie hebben en in principe niet worden gemaaid, tenzij nodig voor het beheer. Het maaisel moet blijven liggen. Dat staat haaks op het streven naar verschraling, een belangrijk uitgangspunt bij agrarisch natuurbeheer. Door veelvuldig afvoeren zou het ook op langere termijn mogelijk moeten zijn dat minder wordt gemaaid. Graag afvoeren bijv. voor composteren mogelijk maken.

    In de Hoeksche Waard hebben boeren soms nog een klein perceeltje dat weliswaar uit bouwland bestaat, maar nauwelijks nog economisch is te exploiteren. Dat is bijv. langs de Binnenbedijkte Maas het geval. Dergelijke perceeltjes, globaal < 1 ha, lenen zich goed voor invulling met onbeheerde akkerrand en inzaaien met bijv. een wintervoedselmengsel voor akkervogels. Langs alle zijden wordt dan een onbeheerde rand van 20 m aangehouden. Voor zover de rand nog wat breder uitvalt om het perceel helemaal op te vullen, neemt de grondgebruiker dat voor lief. Als de voorwaarde 'grenzend aan landbouwgrond' strikt wordt gehanteerd, dan kan zo'n perceeltje niet als vogelakker dienst doen, terwijl prima wordt voldaan aan het uitgangspunt van het GLB om de biodiversiteit te bevorderen. Op zich grenst het perceel zelf in dergelijke situaties wel aan landbouwgrond, nl. aan de akker van de buurman, maar daar zit dan wel een slootje tussen. De voorwaarde 'grenzend aan landbouwgrond' moet dus ruim kunnen worden geïnterpreteerd.

  2. Kan er bij de gecombineerde opgave een lijst bij de perceelsopgave komen dat je kan aanvinken op welke percelen je de compensatiepremie van je bedrijf wilt laten uitbetalen? We huren land van particulieren die geen kvk hebben dus een PO is niet mogelijk. Er kan een eigen contract worden afgesloten dat de compensatiepremie bij ons bedrijf blijft en dat er tegelijkertijd over dit losse land dat aan de GLB voorwaarden voldoet, wel 80 euro basispremie uitgekeerd kan worden.

  3. Geachte heer van de Wijnboom,
    Als waterschap Hunze en Aa’s (werkgebied zuid oost Groningen en noord oost Drenthe) zien wij kansen om met de vergroening in het nieuwe GLB ook de waterkwaliteit in de sloten te verbeteren. Wij stimuleren daarom het beheerde randen pakket waarbij de randen door de weegfactoren altijd langs de boeren sloten (geen waterschap sloten) worden aangelegd. Wij lopen echter tegen het volgende aan. De maximale breedte van de sloot die meegerekend mag worden is gesteld op 6 meter. Wij hadden gehoopt dat dit betekend dat bredere sloten ook meegerekend mogen worden voor maximaal 6 meter. Nu blijkt dat wanneer de sloot breder is dan 6 meter de sloot helemaal niet meer meegerekend mag worden. Naar onze mening worden hierdoor bij ons in het gebied bijna alle sloten uitgesloten. Denk hierbij aan de brede wijken in de Veenkoloniën en het Oldambt met zijn grote percelen en dus ook grote sloten. Het beheerde randen pakket is hier helemaal niet zo interessant meer. Ook bij de bredere sloten geven de beheerde randen een extra ecologische impuls en hebben meerwaarde. Het zal veel eenvoudiger worden wanneer er bij een beheerde rand langs een water een standaard oeverbreedte meegeteld mag worden ongeacht de breedte van de sloot. De gebiedsinrichting is dan geen beperkende factor meer voor beheerde randen langs de sloot.
    Met vriendelijke groet,
    Hugo Assink, waterschap Hunze en Aa’s

  4. De NAV wil graag aandacht voor het Akkerbouw-strokenpakket als invulling van de EFA verplichting:

    In de meeste akkerbouwgebieden zal de vergroening geheel worden ingevuld door vanggewassen. Hoewel de NAV positief is over deze toevoeging aan de lijst van mogelijkheden, ziet zij als nadeel dat de beheerde bloeiende akkerranden
    eerder zullen afnemen in het landschap dan toenemen. Bloemenranden verfraaien het landschap, zorgen voor meer biodiversiteit en zijn goed voor de fauna. Om het equivalente pakket met beheerde akkerranden aantrekkelijker te maken zal het veel schelen als de eis dat de beheerde akkerrand minimaal 30% van de EFA-verplichting moet uitmaken wordt verlaagd.

    Een rekenvoorbeeld: voor een bedrijf van 100 ha moet 5 ha met EFA worden ingevuld. Bij 30% voorwaarde is dat minimaal 3,33 km (50.000m2, daarvan 30% = 15000m2, factor 1,5 resteert 10.000m2, minimaal 3 m breed resteert 3,33 km) beheerde akkerrand van 3m breed! Bij een breedte van 3 meter zal hier naast een sloot (weegfactor 2) moeten liggen die tenminste 3,333 km lang is en ook nog eigendom van de grondgebruiker. In veel gebieden zijn de sloten echter in het bezit van een waterschap.

    De NAV stelt daarom voor om de eis van minimaal 30% van de EFA-verplichting te verlagen naar minimaal 10%, omdat dan veel meer akkerbouwers voor deze optie zullen kiezen, wat biodiversiteit en landschap ten goede zullen komen.

    De NAV vindt dat agrarisch natuurbeheer wordt ontmoedigd omdat deze nuttige en goed zichtbare vorm van vergroening niet mag worden ingezet voor de EFA-verplichting. Als dit (met een weegfactor van 0,7) zou meetellen is er wel een extra stimulans.

    Dijken en landschapselementen zijn in bijna de gehele EU toegestaan als EFA. De NAV is er van overtuigd dat in het goed gedocumenteerde Nederland dit zonder verdere vertraging ook mogelijk moet zijn.
    Als een dijk door alleen een sloot van het Waterschap wordt gescheiden van een bouwlandperceel mag dit ook geen belemmering zijn.

    De NAV pleit er voor dat alle eiwitgewassen die droog worden geoogst aan de longlist worden toegevoegd. Omdat deze zelf de stikstof uit de lucht binden, zijn er minder fossiele brandstoffen nodig voor kunstmestproductie. Daarnaast kan de oogst als veevoeder worden afgezet, waardoor er minder genetisch gemodificeerde soja uit Brazilië kan worden gehaald en tropisch regenwoud kan worden gespaard.

    Volgens RVO.nl mogen ook na de tien weken teelt van vanggewassen tot en met 31 december van dat jaar op het betreffende perceel geen gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Dit is niet terug te lezen in de brieven die door de staatssecretaris aan de Tweede Kamer zijn verstuurd. Mocht het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen inderdaad ook na de teelt van vanggewassen verboden zijn, dan pleit de NAV er sterk voor om hierop een uitzondering te maken wanneer op het betreffende perceel een wintergewas wordt geteeld.

    De NAV pleit voor verduidelijking aangaande de onbeheerde akkerranden. Wat zijn daarop de eisen/voorschriften wat betreft ploegen en dergelijke?

    Akkerbouwers verhuren in met name Noord-Holland regelmatig percelen aan bollentelers. Deze verhuur loopt in het geval van bijvoorbeeld tulpen van 1 oktober tot 1 juli. Het is niet duidelijk of de teelt van vanggewassen 10 weken voorafgaand aan de verhuur telt als voldoen aan de EFA-verplichting door de akkerbouwer die eigenaar/verhuurder is of voor de bollenteler die huurder is vanaf 1 oktober. De NAV pleit voor duidelijkere richtlijnen hiervoor.

    Als punt van vereenvoudiging zou agrarisch natuurbeheer gelijk met de percelen op 15 mei kunnen worden opgegeven.

  5. Van een ondernemer kreeg ik de vraag of het niet mogelijk kon worden om voor 15 mei al 10 weken te mogen vergroenen. En daarna op 15 inzaaien.
    Een andere vraag: Bij de gecombineerde opgave wordt, meen ik, door ondernemer aangegeven welke vergroeningseisen hij zal toepassen. Wat als het najaar niet toelaat, dat er vanggewassen gezaaid kunnen worden…
    Kan een ondernemer dan tussentijds zijn strategie nog wijzigen en bijv zijn SNL-akkerranden ter vergroening aanbieden en een korting op de SNL accepteren?

  6. Het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) hecht groot belang aan een goed, ambitieus en praktijkgericht Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Dit streven is leidraad geweest in de bijdragen van NAJK bij de ontwikkeling van het nieuwe GLB. Nu in 2015 dit vernieuwde GLB in werking is getreden, zal NAJK blijven bijdragen aan de verbetering van het beleid. Omtrent verschillende aspecten uit dit brede dossier doet NAJK aanbevelingen tot vereenvoudiging en verbetering.

    Top-up voor jonge agrarische ondernemers
    De top-up die voor jonge agrarische ondernemers verstrekt wordt bovenop de basisbetaling kan in sterke mate vereenvoudigt worden. De oplossing hiervoor is bovendien simpel: jongeren die in maatschap zitten mogen niet in aanmerking komen voor de top-up. De top-up zal hierdoor makkelijker in uitvoering en controle worden. De top-up draagt daardoor ook effectiever bij aan het oorspronkelijke beoogde doel: het bevorderen van bedrijfsovername en het steunen van jonge boeren en tuinders in de financieel zware jaren na bedrijfsovername. Door gericht te steunen na bedrijfsovername draagt de top-up bovendien bij aan het behoud van ontwikkeling en innovatie in de jaren na bedrijfsovername waarin dit in andere gevallen tot stilstand zou kunnen komen. Het ministerie van Economische Zaken zou deze aanpassing van de top-up moeten blijven agenderen in het Europese besluitvormingstraject.

    Het is voor NAJK verbazingwekkend dat RVO met een andere interpretatie van de invulling en uitvoering van de top-up komt dan het beleidsdepartement van het ministerie van Economische Zaken. Jonge ondernemers verkeren hierdoor in onnodige onzekerheid. De informatievoorziening van RVO omtrent is te beperkt.
    Het ministerie van Economische Zaken mag geen discrepantie laten ontstaan tussen beleid en uitvoering.

    Vergroening
    Informatievoorziening over de wijze waarop agrarische ondernemers aan hun vergroeningsverplichting kunnen voldoen levert nog te veel vragen op. De voorwaarden voor uitbetaling van de vergroeningspremie vormen bijvoorbeeld nog een grote onbekende factor. Voorlichting en informatievoorziening blijven achter. Melkveehouders die geen
    derogatie hebben aangevraagd in anticipatie op het verbouwen van een groter areaal mais zijn bijvoorbeeld vaak niet op de hoogte van de gevolgen die deze keuze kan hebben voor hun vergroeningsverplichting.

    NAJK hecht waarde aan de samenwerking tussen melkveehouderij en akkerbouw. Het regionaal sluiten van kringlopen kan bijdragen aan diverse uitdagingen waarvoor de agrarische sector staat. De samenwerking tussen de ondernemers is gebaseerd op de productie van voedergewassen en grondruil ten behoeve van de akkerbouw.
    De akkerbouw geeft grond in gebruik aan de melkveehouder voor productie van voedergewassen, bijvoorbeeld graan, mais en gras. De akkerbouwer ontvangt bouwland van de melkveehouder terug dat geschikt is voor intensieve akkerbouwgewassen zoals aardappelen en bieten. Beide ondernemers hebben voordeel bij deze samenwerking. Deze voordelen kunnen opwegen tegen de nadelen bij onderling goede afspraken. Een belangrijk nadeel is echter de beperkte keuze voor de invulling van vergroening voor de akkerbouw. Dit nadeel ontstaat
    doordat deze akkerbouwer in het bouwplan alleen intensieve gewassen teelt en daardoor niet kan vergroenen via vanggewassen.

    De bijdragen aan vergroening via agrarische akkerranden, duurzaamheidscertificaten of collectieven worden in het nieuwe GLB onvoldoende beloont. Een stimuleringseffect kan bereikt worden door agrarisch natuurbeheer in de eerste en tweede pijler van het GLB meer in samenhang vorm te geven, waardoor beleidsdoelstellingen worden versterkt en effectiviteit wordt vergroot. De animo voor het equivalente pakket kan worden vergroot door het minimale percentage aan oppervlakte te verlagen.

    Het onderscheid dat wordt gemaakt tussen gewassen is te strikt. Een voorbeeld hiervan vormen de koolsoorten. Deze verschillende soorten vormen volgens de regelgeving één gewas. Agrarische ondernemers die dit soort gewassen verbouwen via roulerende landhuur kunnen niet aan de eis voldoen om drie afzonderlijke gewassen te telen. De lijst met gewassen moet uitgebreid worden in overeenstemming met het onderscheid tussen bijvoorbeeld zomer- en wintergraan.

    Gebieden op zware klei en veel wintergraan kunnen vergroening via vanggewassen niet inpassen. Koolzaad en wintertarwe zouden als vanggewas in aanmerking moeten komen om te voorkomen dat de percelen onbeteeld zijn in de winterperiode.

    Voorlichting en communicatie
    Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid zal met een jaar vertraging in 2015 in werking treden. De datum waarop agrarische ondernemers de Gecombineerde Opgave in moeten vullen komt snel dichterbij. Ondernemerschap is in algemene zin altijd gebaat bij transparantie en heldere beleidskaders. De onzekerheid die de wereldmarkt van vraag en aanbod met zich meebrengt en het gebrek aan snelheid waarmee agrarische ondernemers op veranderingen kunnen anticiperen vraagt alle vakmanschap van onze jonge boeren en tuinders. Onzekerheid in invulling en uitvoering van beleid mogen echter hier niet aan toegevoegd worden.

    De informatievoorziening aan agrarische ondernemers is niet de verantwoordelijkheid van belangenorganisaties. De verantwoording van beleidskeuzes ligt bij het ministerie van Economische Zaken. Informatievoorziening aan de ondernemers is de afgelopen jaren echter beperkt geweest. Dit is deels te wijten aan het dynamische onderhandelingsproces waar het GLB onderdeel van uitmaakt. Echter,
    de uitwering op nationaal niveau zal voor veel ondernemers grote gevolgen hebben. Zij kunnen hier op dit moment echter op geen enkele wijze op anticiperen omdat informatievoorziening vanuit het ministerie van Economische Zaken via RVO ontbreekt.

    NAJK vraagt het ministerie van Economische Zaken bij controle van de uitvoering rekening te houden met enerzijds de gebrekkige informatievoorziening en anderzijds met de grote veranderingen die dit beleid op veel boerenerven teweeg brengt.

  7. Vervang de onpraktische, niet-marktgerichte en niet duurzame vergroeningsmaatregelen door erkende certificeringssystemen met bovenwettelijke elementen, zoals Foqus, IKB, SKV, Global GAP, Veldleeuwerik of VVAK. Ondernemers moeten via die systemen vanuit de markt al aan veel meer eisen voldoen dan de overheid op dit moment onderkent. Dit is een enorme vereenvoudigingsslag en zal een veel beter verduurzamingsresultaat opleveren dan de huidige gedetailleerde middelvoorschriften die ondernemers alleen maar van marktgericht ondernemen af houden.En met het GLB willen we toch naar meer marktgericht ondernemen?

    1. Frank, dank voor deze hartekreet. Bekend is dat Veldleuwerik al voorgelegd is aan de Europese commissie om erkend te worden als equivalente maatregel. Verdere uitbreiding is zeker de moeite van het bekijken waard!

      1. Jan, dit is zeker geen hartekreet maar gewoon een praktisch verhaal uit de dagelijkse praktijk van ondernemers en het is heel gemakkelijk te realiseren!

  8. Duinzandgronden zijn de meest gevoelige gronden voor aantasting van diverse nematoden uit de grond. Uit diverse onderzoeken (ppo) en projecten in de praktijk blijkt dat op deze gronden met de laagste
    besmettingsgraad van aaltjes het eerste schade veroorzaakt.
    Door het wegvallen van chemische bestrijdingsmiddelen zijn er in de praktijk diverse projecten opgestart met als doel geïntegreerde bestrijding van bodem gebonden schimmels en aaltjes. Hierbij wordt
    kritisch gekeken naar het vruchtwisselingsschema en geïntegreerde maatregelen.
    In de praktijk zijn met deze projecten goede ervaringen opgedaan met het inzetten van verschillende vanggewassen die elk afzonderlijk één type aaltje bestrijden. (uit onderzoek van o.a. PPO is gebleken dat het mengen van vanggewassen (groenbemesters) geen effectieve bestrijding geven van de nematoden in de grond) iedere type groenbemester heeft invloed op één type aaltje.
    Om bol en knol gebonden aaltjes te bestrijden wordt in het teeltplan ook gebruik gemaakt van inundatie. Bij deze techniek worden ook probleem onkruiden zoals melkdistel en akkerdistel bestreden. Het tijdstip van inundatie wordt zo gekozen dat het bestrijdend effect het grootst is, en de nadelige bijwerkingen het kleinst zijn. Dit is tot stand gekomen in overleg met diverse onderzoekkers van PPO bloembollen en voorlichters in de praktijk.
    Op ons bedrijf hebben wij met deze manier van telen goede ervaringen opgedaan de afgelopen 10 jaar. We nemen regelmatig
    aaltjes monsters, en bodem monsters om de organische stof en voedingselementen te monitoren.
    In de praktijk zijn er grote zorgen door de toename van bol en knol gebonden aaltjes zoals stengelaaltje bij tulp (ditylenchus dipsaci). Om deze reden worden onze percelen eens in de 6 jaar geïnundeerd. Het tijdstip waar wij deze teeltmaatregel toepassen is begin mei tot eind juli. Door deze teeltmatregel komen wij nu in de knel met de registratie in de gecombineerde opgave, en de ontvangen betalingsrechten van het perceel.

    Kunt u ons een oplossing bieden voor de problematiek van de mengsels van vanggewassen in relatie tot effectieve nematoden bestrijding?

    Kunt u ook een oplossing bieden hoe wij inundatie in het nieuwe systeem kunnen continueren zonder dat dit te koste gaat van
    betalingsrechten voor ons gewasperceel.

    Is het mogelijk dat deze natuurvriendelijke methode van aaltjes bestrijding positief meegenomen kan worden als vangewas/ vangsysteem.

    1. Dank voor deze zeer uitgebreide reactie. Op korte termijn is het niet mogelijk om de eis dat er een mengsel toegepast wordt te laten vervallen omdat dit in de Europese regelgeving is opgenomen. Ik zie dit wel als een voorstel voor vereenvoudiging voor de toekomst.
      Wat de inundatie betreft: Zoals u de maatregel beschrijft is het gevolg van het onder water zetten dat het land niet aan de voorwaarden voor steun voldoet. Dat betekent dat als u dit in 2015 doet er geen betalingsrechten voor deze oppervlakte worden toegewezen. Doet u dit vanaf 2016 dan kan de geïnundeerde opervlakte in het betreffend jaar niet gebruikt worden om betalingsrechten te verzilveren.

  9. Middels grondgebruiker verklaringen, huur ik nogal wat “losse” grond. Bij de eerstvolgende GLB aanvraag komen mijn betaalrechten ook op deze losse grond te liggen.
    Ik weet dat je hier afspraken over zou kunnen maken met de verhuurder, echter bij een projectontwikkelaar of provincie hoef je hiermee niet aan te komen.
    Liever zou ik zien dat ik mijn betaalrechten laat gaan naar de grond die ik zelf kies. Ik had altijd bewust minder toeslagrechten als hectares in gebruik mede om dit risico te ondermijnen. Dit jaar heb ik echter geen keus….
    Graag Uw reactie,
    Simon Alberda

    1. Bij uw aanvraag moet u uw gehele bedrijf opgeven. Percelen die niet aan alle voorwaarden voor steun voldoen kunt u als zodanig aangeven. Voor die oppervlakte krijgt u geen betalingsrechten.

  10. Geachte heer Van de Wijnboom,
    Is het mogelijk om de maximale breedte-eis voor onbeheerde akkerranden te laten vervallen indien daarop karwijzaad (Carum carvi) geteeld zal worden? Dan kan het een perceel worden in plaats van een rand. Karwijzaad voldoet aan veel regels. Het is een tweejarig gewas dus het eerste jaar is er geen oogst, zoals vereist bij de onbeheerde akkerrand.
    De hele herfst blijft het gewas groen, veel langer dan de 10 weken zoals bij groenbemester vereist. Er wordt een jaar lang niet- kerende grondbewerking toegepast. Karwijzaad kan meetellen voor de gewasdiversificatie.
    Het voordeel voor de overheid is dat een perceel dat bestemd is voor de vergroening eenvoudiger te controleren is dan akkerranden om vele percelen heen.

    1. Dank voor de reactie. de maximale breedte voor een akkerrand ligt vast in een EU verordening. om redden van controleerbaarheid in heel Europa wil de Commissie daar niet van afwijken.

  11. In veel gevallen telen akkerbouwers gewassen op grond waarvan om diverse redenen onzeker is of ze na 2015 nog tot het bedrijfs areaal behoren. Een mogelijkheid om op de gecombineerd e opgave aan te vinken dat er geen compensatie bedrag gekoppeld moet worden aan deze grond maar alleen de basisrechten zou voor veel partijen heel erg praktisch zijn. Dat zou echt administratieve lasten verlichting zijn. Met vriendelijke groet Roelof Naber DLV Plant

    1. Dank voor je reactie. Landbouwers moeten bij de Gecombineerde Opgave hun hele bedrijf opgeven. Daarbij kunnen ze percelen die niet aan alle voorwaarden voor subsidie voldoen als zodanig aanduiden. Voor deze percelen worden dan geen betalingsrechten toegekend.

  12. Wij als vollegrondsgroente telers zouden graag gewone bloemkool en winterbloemkool gescheiden willen zien. Dit omdat winterbloemkool in de periode van begin augustus tot maart april op het land staat en gewone bloemkool in de periode daarvoor. Je hebt hierdoor een hele ander belasting van je grond. Het zelfde is zoals nu winter en zomer tarwe is. Ook zouden we de brassica gescheiden willen zien. Nu is broccoli en bloemkool bijvoorbeeld het zelfde gewas. Terwijl dit totaal verschillende teelten zijn. Deze tellen dus als een als het gaat om gewas differentiatie. Wij zouden dit graag gescheiden zien.

    Groeten Firma P.N Slagter 0650742597 voor verdere vragen of toelichting.

  13. Geachte heer van de Wijnboom,

    U vraagt om reacties op de directe betalingen GLB. Kunt u mij uitleggen waarom de vergroeningspremie geen vast bedrag per ha is, maar een percentage van de totale betaalrechten? De premie is toch bedoeld voor het leveren van groene diensten? Is het dan niet raar dat akkerbouwer A een veel hogere vergoeding ontvangt dan akkerbouwer B, terwijl ze allebei precies dezelfde groene dienst leveren? En waarom krijgt een melkveehouderij de premie zonder enige inspanning? Of lobbyt deze sector beter? En dan een specifieke vraag over SNL en vergroening: sloten naast een beheerde rand mogen als vergroeningsareaal worden meegenomen. Nu zijn de eisen voor diverse SNL-eenheden (bijv. A01.02.01) dermate zwaar (zwaarder dan de beheerde akkerrand), is het dan ook mogelijk om sloten naast deze pakketten op te geven
    voor de vergroening? Uit de brief van de Staatsecretaris van half december begreep ik dat ze daar nog naar wil gaan kijken. Sorry, maar dat is wel erg laat: Het is nu al begin februari, het nieuwe GLB is dus al ruim een maand van kracht, maar er is nog meer onduidelijk dan duidelijk. Tenslotte: wilt u uw collega’s es duidelijk maken dat een bouwplan niet een week voor de gecombineerde opgave verzonnen wordt, maar vaak al in de herfst van het voorgaande jaar?

    1. Gert Jan, Dank voor je reactie.

      Dat er niet gekozen is voor een vaste vergroeningsbetaling heeft te maken met de wens de overgang van de bedrijfstoeslag (BTR) naar de flat-rate zo geleidelijk mogelijk te laten verlopen. Dit is vooral van belang voor de sectoren waar de steun per hectare hoog was (kalveren, zetmeelaardappels, intensieve melkveehouderij). Als er voor een vaste vergroeningsbetaling gekozen was zou de vermindering van de steun tussen 2014(BTR) en 2015 te groot zijn.
      Grasland wordt geacht goed te zijn voor klimaat en biodiversiteit. Dat heeft ervoor gezorgd dat bedrijven met (veel) grasland relatief gemakkelijk aan de vergroeningsvoorwaarden kunnen voldoen.
      Wat je vraag over vergroening en loten betreft: De mogelijkheid om aangrenzende sloten te gebruiken voor de nvulling van ecologisch aandachtsgebied is mogelijk binnen het zogenaamde equivalente pakket ‘Akkerstroken pakket’. Dit pakket ligt om dit moment in Brussel voor goedkeuring. De brief van de staatssecretaris gaat over de periode vanaf volgend jaar. Hoe eerder alles duidelijk is, hoe beter.

      1. Geachte heer van de Wijnboom,
        Dank voor uw antwoorden. Het eerste antwoord over hoogte vergroeningspremie is duidelijk. Het tweede antwoord over grasland kan mij niet overtuigen: Grasland wordt vrijwel altijd in voorjaar en begin zomer met een sleepslang bemest en ongeveer elke 5 a 6 weken volledig en kort gemaaid, geschud en geharkt. Voor vogels (en de eieren!) dus juist zeer nadelig. Het gras wordt ook voordat het in bloei komt alweer gemaaid. Dus ook qua stuifmeel voor veel insecten niets te halen. Terwijl er veel akker- en tuinbouwgewassen zijn waarin vogels wel succesvol kunnen broeden en insecten stuifmeel kunnen verzamelen. Mijn conclusie is dat grasland juist niet bijdraagt aan vergroening, maar dat de rundveehouderij-lobby succesvol in Den Haag is geweest.
        Tenslotte over de sloten: dat was mij bekend, maar dat pakket is nog NIET goedgekeurd! Mijn bouwplan 2015 is in oktober 2014 al ingevuld. U begrijpt, hoop ik, dat het voor mij al niet meer uitmaakt wat Brussel wel of niet gaat goedkeuren. Het is sowieso ruim een half jaar te laat! Daarom hoop ik dat 2015 een overgangsjaar wordt, want het probleem van veel te laat zijn met nieuwe regelgeving mag Den Haag niet bij de landbouw neerleggen, maar ze moet hand in eigen boezem steken.

  14. De regels voor vaststelling toekomstige uitbetaling toeslagrechten maken het onnodig ingewikkeld. mensen zonder betalingsrechten (wel ooit gehad) en actief landbouwer moeten rare constructies uithalen om hun hectares toch nog subsidiabel te maken. De eis actief landbouwer is volgens mij voldoende?

    1. Ik begrijp uw reactie, maar in de basisverordening is geregeld wie toegang heeft tot betalingen in het GLB vanaf 2015. Daar staat dat betalingsrechten beschikbaar zijn alle landbouwers die in 2013 een directe betaling hebben ontvangen plus de sierteelt, vollegrondsgroenteteelt, fruitteelt, aardappels, wijnbouw en landbouwers die nooit toeslagrechten hebben gehad.. Landbouwers die al hun toeslagrechten hebben verkocht hebben geen toegang.

  15. Ik ben akkerbouwer op 60 ha. waarvan ongeveer 1/3 graszaad en laat dit twee jaar liggen. Elk jaar vernieuw ik de helft van het areaal graszaad d.w.z. in de herfst ligt er altijd minimaal 10 weken 30 ha. graszaadstoppel. Het is weliswaar hoofdgewas, als vanggewas functioneert het toch net als een geslaagde groenbemester? Ik dien 3 ha. (60 ha. x 5%) te vergroenen, maar in bovenstaande situatie vergroen ik toch feitelijk 30 x 0,3 = 9 ha. Dit is drie keer zoveel als wettelijk verplicht. Waarom sluit de regelgeving dit uit?

    1. Hartelijk dank voor uw reactie. Als ik uw situatie goed begrijp vernieuwt u elk jaar 10 hectare graszaad. Als u dat inzaait voor 1 oktober realiseert u hiermee 10 x 0,3 = 3 ha ecologisch aandachtsgebied. Daarmee hebt u voldaan aan de verplichting. Uw suggestie om ook de graszaadstoppel mee te laten tellen zou betekenen dat ook alle tijdelijk grasland als ecologisch aandachtsgebied opgegeven kan worden. Dat gaat volgens mij te ver.

      1. Mijnheer van de Wijnboom,
        Dank voor uw reactie, maar ik zal toch proberen de situatie iets
        uitgebreider en ook duidelijker, naar ik hoop,uit te leggen. Graszaad kun je meerdere jaren laten liggen.Elk jaar heb ik 10 ha. eerste jaars en 10 ha. tweede jaars.Beide worden geoogst rond 1 augustus.Hierna worden de percelen wederom bemest.Hier groeit dan in de herfst nog een flinke snee gras op.Je kan dit gewas vergelijken met een gras-groenbemester die in het voorjaar is gezaaid onder bijvoorbeeld tarwe.Voor de vergroening mag deze ondervrucht toch één grassoort zijn ,zelfs één ras?De tweede jaars vernietig je in de late herfst,maar hiervoor zaai ik in september wederom 10 ha. graszaad.Dit blijft
        dan ook weer ruim 2 jaar liggen. Bij de teelt van 20 ha. graszaad ligt er elk jaar in de herfst 3 maanden gras wat dezelfde grassoort,zelfs hetzelfde ras kan zijn als de groenbemester die je zou kunnen
        zaaien onder bijvoorbeeld wintertarwe.Waarom heb ik aan die laatste voor mijn vergroening genoeg aan 10 keer 0,3=3 ha.,terwijl 30 ha. “graszaadgroenbemester” in het geheel niet mee kan tellen voor de vergroening?
        Johannes
        Houtsma 0651341531

      2. Geachte heer van Wijnboom,

        In uw reactie op dhr. Houtsma schrijft u dat wanneer een graszaad stoppel zal kunnen mee tellen als vanggewas dit ook zou moeten gelden voor tijdelijk grasland en dat dit naar uw mening te ver gaat. Ik begrijp niet waarom dit te ver zou gaan. Ik ben het met de heer Houtsma eens dat het raar is dat een graszaad stoppel niet mee telt als vang gewas terwijl gras wel mee telt wanneer deze onder dekvrucht in een ander gewas is gezaaid.

        Ik denk dat een goed ontwikkelde graszode waarschijnlijk een van de meest effectieve vanggewassen is aangezien de plant al een ontwikkeld wortelstelsel heeft in vergelijking met groenbemesters die na een hoofdteelt gezaaid zijn. Een gedeelte van de akkerbouwers in Nederland hebben in hun bouwplan een behoorlijke oppervlakte graszaad. Net als dhr. Houtsma laten ze nu de graszode na de oogst vaak langer dan 10 weken liggen.

        Om aan de vergroeningseisen te voldoen zouden sommige bedrijven voortaan deze zode vroegtijdig moeten gaan omploegen om er voor 1 oktober nog een ander vanggewas in te zaaien die in die 10 weken lang niet de effectiviteit kan bereiken van de bestaande graszode.

        In het nieuwe GLB is het in stand houden van blijvend grasland een belangrijk item. Ik kan weinig informatie vinden waarom men dit graag wil. Ik neem aan dat het samenhangt met factoren als uitspoeling van nutriënten, vastlegging van C02, en voorkomen van erosie. Nu is een graszaadstoppel geen blijvend grasland maar wel vaak meerjarig en zijn al deze positieve eigenschappen hierbij ook van toepassing. Ik denk dat het dan ook meer dan logisch is om dit te stimuleren.

      3. Dank voor uw hulp meneer Rumpff.Nu maar hopen dat dhr. van de Wijnboom wel reageert.

  16. Als adviseur kom ik veel problemen tegen met de huur en verhuur van grond. Een private overeenkomst is administratief ingewikkeld en er ontstaan constructies die feitelijk gebruik geweld aandoen. Waarom niet naar een systeem waarbij de compensatiepremie losgekoppeld is van de basis- en vergroeningspremie? Bij huur en verhuur heb je dan alleen te maken met de standaard basis- en vergroeningspremie. Waarbij de huurder een eigen afweging kan maken of hij aan de vergroeningseisen kan en wil voldoen, zonder in deze keuze gestuurd te worden door de verhuurder. Zie ook de uitgebreidere toelichting in mijn blog.

    1. Hartelijk dank voor je reactie. Ik ben met je eens dat de private overeenkomst niet eenvoudig is. Het biedt een extra mogelijkheid om ook in geval van huur en verhuur de basisbetalingsrechten toe te wijzen op de manier die huurder en verhuurde hebben afgesproken. Anders komen de rechten volledig bij de huurder terecht.
      Het systeem dat eind 2013 is vastgelegd voor het toewijzen van basisbetalingsrechten in 2015 biedt de mogelijkheid voor een geleidelijke overgang naar de flat-rate in 2019. Dit systeem staat niet ter discussie. Ook is er voor gekozen om vergroening verplicht te maken als iemand de basisbetaling wil ontvangen. Ook dit staat niet ter discussie.

      1. Ik heb eigenlijk 4 vragen op dit antwoord:
        1: (dezelfde vraag als Coen Knook maar nog niet geheel beantwoordt) Kan de compensatiepremie niet een vastgesteld bedrag per bedrijf per jaar worden ongeacht het aantal hectares (berekend dat het aantal hectares tot 2019 niet meer wijzigt)?
        2: Want is het nu zo dat als je in 2016 minder hectares kan huren als in 2015 je dit gedeelte van je compensatiepremie kwijt raakt?
        3: Als je in 2018 opeens 20 hectare erbij kan pachten wordt de compensatie ook weer navenant hoger?
        4: Mocht je in 2019 je bedrijf staken of je vraagt bijvoorbeeld nog maar 10% van de oppervlakte van voorgaande jaren aan moet je dan de “teveel” ontvangen compensatiepremie terug betalen?

      2. Beste Frans, dank voor je vragen. De antwoorden: vraag1: In 2015 worden per bedrijf betalingsrechten vastgesteld. Het aantal rechten is gelijk aan het aantal subsidiabele hectaren landbouwgrond in 2015. Voor elk betalingsrecht wordt voor elk jaar een aparte waarde vastgesteld tot in 2019 de flat-rate voor heel Nederland is bereikt. Bij het vaststellen van de waarde wordt rekening gehouden met de waarde van de toeslagrechten die in 2014 in eigendom waren. De ‘compensatiepremie’ zit daarmee in de rechten die in 2015 worden toegewezen. Er is geen mogelijkheid om dit anders te doen.
        vraag 2: Als je in 2016 minder grond hebt kun je niet alle rechten uit lasten betalen. Je hebt wel de mogelijkheid om ze te verkopen. Ook kun je in het geval van grondhuur afspraken maken met verhuurder over het toewijzen van rechten, de zogenaamde private overeenkomst (PO). In dat geval wordt je ‘compensatiepremie’ verdeeld over alleen de ‘eigen’ betalingsrechten.
        vraag 3: Meer of minder grond heeft geen invloed op de waarde van de rechten die in eigendom zijn. Als er 20 hectare extra gehuurd wordt kunnen er mogelijk ook 20 betalingsrechten bij gehuurd worden.
        vraag 4: Elk jaar kan voor elke hectare subsidiabele landbouwgrond één betalingsrecht verzilverd worden. Betalingsrechten kunnen ook verkocht of verhuurd worden.

  17. Ik verzoek de beleidsmakers om nog eens kritisch te kijken naar de gewassenlijst en de gevolgen daarvan. De driegewassen-eis leidt soms tot knelgevallen, met name bij gespecialiseerde vollegrondsgroentebedrijven. Rode kool, witte kool, spitskool, boerenkool, broccili, bloemkool etc. vallen allemaal onder de familienaam ‘brassica’ en worden dus als één gewas beschouwd. In mijn beleving is dat niet rechtvaardig, omdat in de familienaam ‘granen’ wel het onderscheid wordt gemaakt. Zie ook de uitgebreidere toelichting in mijn blog.

    1. Waar zou je moeten beginnen als het over het glb gaat. Bij het begin natuurlijk. Na de 2e wereldoorlog moest ervoor gezorgd worden dat Europa weer te eten kreeg. Voor het maken van voedsel werd er een garantie prijs geregeld. Overgens zijn vollegrondsgroentetelers nooit beloont via brussel voor het telen van groenten.
      Nu jaren later gaat het hele beleid op de schop. Er word minder geld vanuit brussel gegeven voor de land en tuinbouw en het moet verdeeld gaan worden over meer gegadigden.
      Wij als vollegrondsgroentetelers moeten wat betreft de verdeling het opgaan nemen tegen de akkerbouwers en de boeren. De regels die opgesteld zijn tot nu toe zijn voor het grootste gedeelte een prima oplossing voor landeigenaren en niet in directe vorm voor de telers, zeker niet voor vollegrondsgroente telers want zij hebben over het algemeen niet veel eigen land. Het geld wat zij binnenhalen kan over het algemeen zo aan de landeigenaar overgemaakt worden. Hebben jullie je wel eens afgevraagd waarom glastuinders geen subsidie krijgen en bollentelers wel?
      De subsidie is toch in het leven geroepen voor het voedsel te kort. O ja voedsel te kort er is misschien wel veel te veel voedsel. Afschaffen die subsidie zou je zeggen, maar is natuurlijk zonde want onze overige Europese landen krijgen het wel.
      Hoe krijgen wij als vollegrondsgroente telers nu de juiste subsidie? Veel bedrijven telen 1 gewas en zijn dus gespecialiseerde bedrijven en krijgen het moeilijk voor elkaar om meerdere gewassen te telen, Ooit heb ik de vraag gesteld waarom wintertarwe een ander gewas zou zijn dan zomertarwe, en het antwoord was dat het op een ander tijdsstip geoogst werd. Ik stelde de vraag dan kan winterbloemkool ook een ander gewas zijn dan zomerbloemkool, en het simpele antwoord was dat dat niet het geval was. Zoals Koen al aangeeft geef de groente telers een andere oplossing voor de 3 gewassenkeuze want anders komen wij er niet uit.
      Ik zou zelf voor een heel andere invulling kiezen voor het glb beleid en ik nodig een ieder uit om daar van gedachtte mee te wisselen . Nog even een laatste puntje jullie weten toch allemaal dat de boeren het meeste geld van brussel naar hun toe halen en bijna nooit bijdragen aan belastingen.

      1. Dank voor de reactie. Met het nieuwe GLB komen alle sectoren in aanmerking voor directe steun. Bedrijven die land huren maken zelf afspraken met de verhuurder over de voorwaarden.

      2. Hoi Jan, voor ons als bloemkoolteler en dat geldt ook voor de broccolitelers is dat geen oplossing. Land wat wij huren daar staat het volgende jaar weer bloemkool of broccoli.
        Een verschil in winterbloemkool en zomerbloemkool geeft voor meerdere telers zowel broccoli als bloemkooltelers al weer een beetje meer mogelijkheden. Winterbloemkool word niet alleen op een ander tijdstip geoogst maar belast het land ook niet in de periode dat zomerbloemkool dat wel doet. Dus door het telen van winterbloemkool wordt het land minder belast.

    2. Dank voor de suggestie. De achtergrond van de eis voor meerdere gewassen is bodemgezondheid. Dat verklaart de keuze om kool als één gewas te zien.
      Voor gespecialiseerde bedrijven op vooral huurland is een uitzonderling gemaakt waaraan de voorwaarde is gekoppeld dat op alle percelen een ander gewas staat. Biedt deze uitzondering echt onvoldoende oplossing?

      1. Ja Helaas, Dit speelt bij veel vollegrondsgroente bedrijven. Bij die als van Ton Slagter, maar ook bij bedrijven die feitelijk veel verschillende koolsoorten verbouwen. Vaak zie je dat een perceel twee jaar gebruikt wordt voor meerdere koolsoorten, dan een of twee jaar graan of Lucerne, en dan een jaar voor Pootaardappelen. Dit allemaal door gespecialiseerde bedrijven, waarbij alleen het gespecialiseerde vollegrondsgroente bedrijf niet aan de gewassen-eis kan voldoen! Terwijl het gebied zeer divers en zijn streek-eigen uitstraling heeft!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>