Actueel

Consultatie vereenvoudiging GLB – Deel 3: plattelandsbeleid

30 januari 2015 |

Bent u weleens de moed verloren tijdens een subsidieaanvraag in het kader van POP? Ervaart u dat de administratieve lasten soms niet in verhouding staan tot het subsidiebedrag? Heeft u weleens subsidie voor een project aangevraagd bij verschillende loketten of ‘potjes’ die vallen onder de tweede pijler, waarbij steeds weer andere regels en procedures golden?

Van duurzame melkveehouderij tot weidevogelbescherming, van technische innovatie tot vergaderen bij de boer, plattelandsbeleid omvat een zeer breed spectrum. Of u nu boer, burger, ondernemer of ambtenaar bent, het ministerie van EZ hoort heel graag van u welke knelpunten u ervaart in de uitvoering van het plattelandsbeleid, om daar rekening mee te houden bij het opstellen van de nieuwe POP3-uitvoeringsbepalingen.

We nodigen u uit door middel van deze internetconsultatie om suggesties te doen voor vereenvoudiging van de uitvoering van het POP. Dat kan door te reageren onder deze blog. We verzamelen deze en sturen de goed toepasbare suggesties door naar de EU-commissaris.

De lusten versus de lasten?

Bij POP-subsidies gaat het om heel diverse bedragen, er zijn projecten waar een miljoen in omgaat, maar ook projecten van vijf of tienduizend euro, bijvoorbeeld in het kader van LEADER. Juist bij deze relatief kleine bedragen kan ik me voorstellen dat Brussel verwacht dat aanvragers er wel érg veel voor doen. Ervaart u dat de administratieve last (van aanvraag, boekhouding, verantwoording) niet in verhouding staat tot wat het oplevert? Of bent u tijdens de aanvraag zelfs afgehaakt vanwege te hoge drempels in het aanvraagproces? Ik hoor graag waar u tegenaan loopt, mét suggesties hoe dat beter en eenvoudiger geregeld kan worden.

Uniformiteit

Mensen die een subsidie aanvragen vanuit POP doen dat tegelijkertijd vaak ook bij andere loketten. Ik kan me voorstellen dat voor ieder instrument weer andere termijnen, procedures en kaders gelden, wat ondoorzichtig is en extra administratieve rompslomp betekent. Zo geldt in pijler 1 van het GLB (directe betalingen) bijvoorbeeld een andere definitie van ‘jonge boer’ dan in pijler 2 (plattelandsbeleid). Ik ben benieuwd naar uw voorbeelden uit de praktijk, om welke loketten en procedures het gaat en hoe die volgens u beter op elkaar afgestemd zouden kunnen worden.

Mix van regels

Het plattelandsbeleid is opgebouwd uit een mix van Europese, nationale en provinciale procedures en regels. Met andere woorden: niet alle procedures vallen binnen de kaders van het GLB. Ik begrijp dat dat voor u lastig van elkaar is te onderscheiden. We moeten natuurlijk toetsen of uw suggesties kunnen worden meegenomen bij de herziening van de Europese regels. Maar ook uw suggesties ten aanzien van nationale of provinciale procedures nemen wij serieus en zullen wij op de juiste plek neerleggen. Ik ben benieuwd naar uw suggesties ten aanzien van de tweede pijler en nodig u van harte uit deze met ons te delen. U kunt uw suggesties indienen door te reageren op deze blog. Dat kan tot en met 13 februari 2015. U mag van ons verwachten dat we elke suggestie serieus nemen en hier ook op reageren.

Jan Gerrit Deelen
Coördinerend beleidsmedewerker Europees Landbouwbeleid


Over de consultatie

De Europese commissie maakt serieus werk van vereenvoudiging van het GLB. Het ministerie van EZ dringt al jaren aan op vereenvoudiging van het huidig stelsel. Ook de Tweede Kamer volgt dit thema met bijzondere belangstelling. Onlangs vroeg de EU-Commissaris Hogan de lidstaten met goede voorstellen te komen om de uitvoering van het GLB te vereenvoudigen.

Iedereen die te maken heeft met de uitvoering van het GLB kan meepraten. Onder dit bericht kunt u uw suggesties kwijt m.b.t. het plattelandsbeleid. Lees ook de blogs over het markt-en prijsbeleid en de directe betalingen.

Alle suggesties zijn welkom. Waarbij we meteen opmerken dat niet alles zo maar kan worden gewijzigd. Over sommige afspraken in het GLB is jaren over onderhandeld, die kunnen niet simpelweg van tafel worden geveegd. Andere regels zijn ontwikkeld om fraude tegen te gaan. Laat dit u er echter niet van weerhouden met suggesties te komen. Het ministerie zal elk idee met open armen ontvangen.

Lees meer over de consultatie >

 

Tags:

15 reacties op “Consultatie vereenvoudiging GLB – Deel 3: plattelandsbeleid

  1. POP3 is van groot belang voor verdere verduurzaming en versterking concurrentiekracht. Zorg daarom voor helder loket, duidelijke procedures, goed verwachtingenmanagement, tijdige bevoorschotting en een goede backoffice, zodat ondernemers in de eerste plaats kunnen blijven ondernemen. Niveau van uurtarieven is lastig. Verbod op dubbele betalingen (p1/p2) lijkt logisch, maar is erg moeilijk communiceerbaar en begrijpbaar, zeker voor vrijgestelde sectoren vergroening.

  2. Controle op SNL-a of PSAN agrarisch natuurbeheer gebeurt nu door directe opmeting van percelen of landschapselementen door medewerkers van NVWA. Op mijn bedrijf zijn ze daar 3 dagen mee bezig geweest. Beter zou zijn om de controle via recente luchtfoto’s uit te voeren en alleen bij vermeende fraude controle ter plaatse uit te voeren.

  3. Het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) hecht groot belang aan een goed, ambitieus en praktijkgericht Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Dit streven is leidraad geweest in de bijdragen van NAJK bij de ontwikkeling van het nieuwe GLB. Nu in 2015 dit vernieuwde GLB in werking is getreden, zal NAJK blijven bijdragen aan de verbetering van het beleid. Omtrent verschillende aspecten uit dit brede dossier doet NAJK aanbevelingen tot vereenvoudiging en verbetering.

    Jonge Landbouwersregeling
    Met de decentralisatie van de Jonge Landbouwersregeling van nationaal naar provinciaal niveau loopt de uitvoering van de regeling in gevaar. Op provinciaal niveau is de uitwerking van de regelingen nog niet gereed. Onder jonge agrarische ondernemers leidt dit tot veel onduidelijkheid en onzekerheid. De informatievoorziening over de voortgang is bovendien minimaal.
    De uitvoering en aanvraag van de Jonge Landbouwersregeling moet voor ondernemers toegankelijk en eenvoudig zijn. De informatie die noodzakelijk is voor de aanvraag is beperkt. Jonge agrarische ondernemers wensen een uniforme aanvraagprocedure waarin zij via een gestandaardiseerd aanvraagformulier hun aanvraag kunnen indienen.

  4. Wat betreft de vereenvoudiging van de aanvragen, kan ik helaas niet zo veel inhoudelijks zeggen. Ik vul jaarlijks de meitelling in, maar vergeet vervolgens onmiddellijk waarnaar gevraagd is, of waar ik over struikelde/ wat eenvoudiger kan. Ik ben minimaal 2x stukgelopen op het aanvragen van een subsidie, het is inderdaad altijd een vreselijk gedoe. Waar wij als kleine (biologische) tuinderij tegen aan lopen, is dat de subsidie die uitgekeerd moet worden, vaak onder de drempelwaarde ligt: heb je de hele moeite gedaan, krijg je nog niks. Wat dat betreft zat ik aan de volgende oplossing te denken: natuurlijk kost het beoordelen van subsidie aanvragen veel tijd en geld en verhoudingsgewijs voor de kleine subsidies kost het meer. Maar je maakt ook meer boeren blij. En voor kleine bedrijven kan een kleine subsidie toch de moeite waar zijn. Zou je de administratiekosten niet ‘omgekeerd’ kunnen berekenen? Bij elke subsidie die je ontvangt gaan er (bijv.) € 25,- administratiekosten af. Als die (bij lange na) niet genoeg is om de kleinere aanvragen te behandelen, kun je nog overgaan op de regel: administratiekosten = €25,- per elke € 500,- die je ontvangt. Natuurlijk betalen dan de boeren die een ‘lucratievere’ aanvraag doen dan meer geld, maar ze krijgen ook een stuk meer subsidie, dus kunnen het in die zin beter lijden.
    Tot slot wil ik nog een positieve reactie achterlaten over subsidies (echter geen GLB subsidie). Enkele jaren terug was er een subsidie voor biologische landbouw. Die was er al eerder geweest, maar het was altijd een verschrikking om daarvoor in aanmerking te komen (weet ik uit ervaring). Deze laatste (dacht ik) versloeg echter alle andere in eenvoud: iedereen die een Skallicentie had (en daarmee gegarandeerd biologisch) was, kreeg zijn licentiekosten terug. Heel gemakkelijk aan te vragen, heel functioneel en er was geen simpeler manier om de (hele) doelgroep te bereiken. Dat is wat mij betreft het beste voorbeeld geweest van een goede subsidieregeling.

    1. Je stipt een aantal zaken aan waarop ik wil reageren. Inderdaad aanvragen van subsidie is niet altijd gemakkelijk. Je doet het om geld te krijgen, want anders …… Wat het drempelbedrag vraag ik me af er niet een snelle manier is om in te schatten of je met je subsidieaanvraag onder de drempelwaarde blijft of niet? Je hebt verder een creatief voorstel voor de administratiekosten. Dat hangt overigens sterk af van het soort subsidieverzoek. Als je in het kader van plattelandsbeleid een projectsubsidie aanvraagt kun je de voorbereidingskosten (ook die van je zelf) daarin meenemen. Bij subsidies die geen projectmatig karakter hebben is dat anders. Goed dat je ook met een positief voorbeeld komt. Dat is inderdaad een positief effect van een gecertificeerd systeem. Zijn er andere suggesties voor certificering?

  5. Hoe kan het simpeler:
    – Een eenvoudige verantwoording voor alle projecten met EU bijdrage <100.000 euro;
    – Kijk hoe provinciale regelingen worden uitgevoerd. Verantwoording is veel eenvoudiger (bijv Prov Overijssel).
    – Doe geen dingen dubbel, zoals:
    * Toetsen of vergunning is verleend.
    * Accountantscontrole EN alle facturen en betaalbewijzen naar RVO.nl sturen
    – Niet 1 openstelling per jaar, maar 2 of 3 openstellingen per jaar. Openstelling 1x per jaar betekent grote werkdruk in één keer, werkt vertragend. Meerdere kleine batches is LEANER dan één grote batch

    1. Nuttige suggesties, waarvoor dank. Met RVO ga ik bekijken welke “extra’s” voorgeschreven worden door de EU en welke van nationale bodem komen. Wordt vervolgd.

  6. Als het gaat om een succesvol vervolg van POP-2, dan moet er in POP-3 echt sprake zijn van een vereenvoudiging van de aanvraag en vooral de procedurele aspecten van een lopend project.
    Aanvragers werden in POP-2 geconcfronteerd met soms onnodige procedures als tussenrapportages waar veel werk voor gedaan moest worden. Voorstel zou kunnen zijn om kleine projecten (minder dan 100.000 euro) te vrijwaren van voortgangsrapportages.
    Ook wil ik graag een andere, eenvoudigere procedure als het gaat om voorschotten. In een voorgaand LEADER project kwam het voor dat een stichting een subsidie bemachtigd had en tijdens de uitvoerign in liquiditeitsproblemen kwam omdat de aannmer betaald moest worden en de bevoorschotting veel te lang duurde. Buiten schuld van de stichting om. Dit moet snel kunnen en een echte bevoorschotting zijn.
    het moet dus niet zo zijn dat provincie en gemeente LEADER projecten moeten helpen overleven tijdens de uitvoeringsfase door als bankier op te treden door renteloze leningen te verstrekken.

    1. Dank voor deze voorbeelden. Dit raakt het punt van proportionaliteit. We snappen best dat er “veel” gerapporteerd moet worden bij hele grote projecten, maar bij kleine(re) bedragen moet deze last zonder al te veel problemen minder kunnen. Dat geldt ook voor voorschotten.

  7. Afwikkeling in termijnen duurt lang. Organisaties zijn gedwongen om voorfinanciering te regelen, kunt je leveranciers geen maanden op hun geld laten wachten. Vooruit betalen en verantwoording achteraf, zie ook reactie W.de Jong.

  8. Tip voor vereenvoudiging:
    Met de verlening van de subsidie een format meeleveren voor verantwoording. Dit format moet net zo eenvoudig zijn als een belastingaangifte. Bijlagen toevoegen moet zoveel als mogelijk niet nodig zijn. Bijlagen die wel nodig zijn moeten eenvoudig te vinden zijn voor de aanvrager. Eindig met ‘ik heb dit formulier naar waarheid ingevuld’. En controleer steekproefsgewijs.
    Nog een tip: verander de regels niet en zorg dat ze van te voren duidelijk zijn.

  9. POP3 Verordening: Lezende de nieuwe (concept) Regeling subsidies Plattelandsontwikkeling 2014-2020 (regeling POP3 subsidies) constateer ik met betrekking tot een kans/noodzaak tot vereenvoudiging het volgende:

    Artikel 1.10 Personeelskosten
    “personeelskosten per uur worden berekend door het meest recente bruto jaarloon te delen door 1.720 uren.”
    Dit artikel wijkt nu af van de vorige periode (POP2) die aansloot bij de handleiding overheidstarieven 2015 link: http://wettenpocket.overheid.n

    Vele maatschappelijke organisatie hebben hun administratie ingericht op basis van de POP2 regels en deze Handleiding. Deze Handleiding is geschreven juist voor subsidie-verstrekking en geldt ook voor decentrale overheden. Om daar nu weer vanaf te wijken geeft enerzijds ongewenste administratieve rompslomp en anderzijds is deze 1.720 uur onrealistisch. Geen enkele organisatie kan 1.720 productieve uren maken per medewerker/jaar. De handleiding gaat uit van 1,377 productieve uren per medewerker / jaar. Mocht deze regel gehandhaafd blijven dan betekent dit een direct verlies op elk POP3-project. En dat kan niet de bedoeling zijn.

    Tevens sluit deze POP3 regels niet aan bij de EFRO-regels. Ook hier een administratieve rompslomp die opgelost moet worden. De organisatie die zowel een POP3 project als een EFRO project krijgt beschikt heeft te maken met 2 verschillende administratieve EU-regels. En dat kan natuurlijk niet waar zijn!
    De oplossing is gewoon de handleiding Overheidstarieven volgen. Die zijn ervoor gemaakt.
    Vanzelfsprekend bereid tot een nader toelichting!

    1. Inderdaad is dit een wijziging van de staande praktijk.
      En dan nog een die ongunstig lijkt uit te pakken. Maar, deze wijziging wordt niet zomaar uit de provinciale hoed getoverd. Het is vastgelegd in de nieuwe horizontale basisverordening GLB die door Raad en Parlement. De gedachte hierachter is dat voor projecten alleen de direct toe te rekenen uren kunnen worden gedeclareerd, en niet de indirecte uren. Overigens kunnen aanvragers wel 15% extra op de bruto loonkosten meenemen voor overhead. Dit is voor kantoorkosten, management etc. en is een forfaitair bedrag. Ik vind het interessant te horen dat er bij EFRO-projecten een andere aanpak geldt. Dat ga ik na zoeken.

      Ik heb hierboven uitgelegd waarom in de concept
      provinciale verordening een ander uren-aantal/jaar staat. Ik heb daarmee nog niet gezegd dat het getal reëel is of te zuinig. Daar kunnen we een analyse op los laten en dan opnemen in onze lijst met wensen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>