Actueel

De rol van stadslandbouw in het nieuwe GLB

25 juni 2015 |

We hebben nog een aantal jaar de tijd, en die zet het ministerie in om zich ook te beraden op maatschappelijke thema’s en invalshoeken om het GLB na 2020 vorm te geven. Zoals stadslandbouw, dat maatschappelijke ontwikkelingen zichtbaar maakt als het gaat om voedselproductie en klimaat, en zo kijkrichtingen biedt in het denken over het nieuwe GLB.

Doel of middel?

Een eerste vraag daarbij is: moet stadslandbouw vanuit het GLB ondersteund worden? Of bepaalt stadslandbouw richting voor het GLB?,

Zelf neig ik naar dat laatste. Stadslandbouw is een   uiting van een maatschappelijke ontwikkeling waarin consumenten willen weten waar hun voedsel vandaan komt, korte ketens belangrijker worden en voedselproductie verweven is met allerlei andere maatschappelijke functies en vraagstukken.

Stadslandbouw biedt handvatten om verschillende groepen mensen op vernieuwende wijze bij elkaar te brengen. Het Europees landbouwbeleid kan zo aansluiten bij de richting waarin de landbouw beweegt en waarin we als maatschappij graag willen dat hij beweegt. Als een belangrijk middel voor verandering dus, niet als een doel op zich.

Maatschappelijke diensten

Met het huidige GLB, dat in 2014 van start is gegaan, zijn we met de vergroening een weg ingeslagen waarin boeren niet langer zonder meer subsidie krijgen voor landbouwproducten, maar daar maatschappelijke diensten  voor natuur en biodiversiteit tegenover moeten stellen. Dat kunnen we verder doortrekken naar andere diensten die de landbouw ook kan leveren, of nu al levert. Recent is het LEI-rapport verschenen ‘Kijk op de multifunctionele landbouw’.  Een op de vijf agrariërs pakt naast de agrarische taken  nu al succesvol andere taken op, blijkt daaruit, zoals zorg, kinderopvang, stadslandbouw, educatie et cetera.

Voedsel en voedselproductie raakt namelijk aan heel veel aspecten: werkgelegenheid, gezondheid, zorg, klimaat en educatie. De basis van het GLB is subsidieverstrekking: waarom zou een boer die subsidie niet kunnen krijgen voor maatschappelijke diensten? We merken, mede  uit de consultatie ‘GLB na 2020’, dat de maatschappij daarom vraagt. Dat geldt niet alleen voor de regionale ketens waarin maatschappelijke waarden als gezondheid, welzijn en beleving een steeds grotere rol spelen. We blijven aan de  andere kant ook grootschalig produceren voor de wereldmarkt, maar ook daar spelen waarden als  dierenwelzijn, leefbaarheid , milieu en landschappelijk schoon een steeds grotere, niet te vermijden rol.

Kringlopen

Ik zie dat we steeds meer van alleen technologische oplossingen bewegen naar het denken in kringlopen. Voedselproductie is maar in beperkte mate ‘maakbaar’, al is dat nog steeds de heersende opvatting in de  gangbare landbouw. Ook de meest innovatieve bedrijven krijgen te maken met oprakende nutriënten, zoals fosfaat en veranderingen in  het klimaat. Ook zij moeten meer gaan denken in kringlopen, in herwinbaarheid van grondstoffen, met andere woorden: deel gaan uitmaken van de circulaire economie.

Nieuwe waarden

Het dominante economische  model, ook in de landbouw, gaat uit van groei, vanuit drie kernwaarden: differentiatie, diversificatie en kostenbeheersing. Het LEI schetst voor stadslandbouw een model dat daar nog twee waarden aan toevoegt: eigenaarschap en beleving. Waarden die ook een interessante vragen oproepen voor de reguliere landbouw.

Beleving als product

Ik zie dat stadslandbouw burgers het gevoel geeft dat landbouw weer van hen wordt,  en niet iets is wat zich alleen beperkt tot EU-politiek. Stadslandbouw geeft kennis  over voedsel en de herkomst ervan. Ook geeft het burgers handvatten om hun directe omgeving leefbaarder, gezonder of klimaatbestendiger  te maken. Hoewel we natuurlijk ook weer geen wonderen moeten verwachten van stadslandbouw, een buurtmoestuin brengt niet in alle gevallen de partijen nader tot elkaar, zoals recent Wagenings onderzoek laat zien.

Eigenaarschap

Een andere vraag die stadslandbouw oproept is: hoe ga je om met meerdere eigenaars? Je ziet steeds meer initiatieven waarbij consumenten mede-eigenaar worden; van de bekende groenteabonnementen tot nieuwe vormen waarbij een consumentencoöperatie aandelen heeft in boerenbedrijven waarmee ze delen in de winst èn in het verlies. Nu is het GLB volledig ingericht op bedrijven met één eigenaar, maar misschien moeten we ook hierbij met collectieven gaan werken als eindbegunstigde, zoals dat vanaf 2016 gebeurt in het agrarisch natuurbeheer.

Het zijn maar een paar voorbeelden van ontwikkelingen en vragen waar stadslandbouw de aandacht op vestigt. Ze bieden interessante denkrichtingen waar we ons de komende tijd verder op willen beraden.

Rosanne Metaal
Senior beleidsmedewerker Multifunctionele Landbouw, Stadslandbouw, Streekproducten en Jonge boeren, ministerie van EZ.

 

Meepraten?

Op de LinkedIn-groep van het Stedennetwerk Stadslandbouw stelt RosanneMetaal de vraag: moet stadslandbouw richtinggever of onderdeel van het GLB?

 

Tags: ,

2 reacties op “De rol van stadslandbouw in het nieuwe GLB

  1. Laat stadslandbouw het nieuwe GLB voeden en dus mede bepalend zijn voor de richting van het nieuwe GLB.

    Stadslandbouw is een brede maatschappelijke beweging die niet alleen invloed heeft voedselproductie en beleving, maar ook op andere gebieden zoals de relatie ‘stadsbewoner – agrariër’, klimaat en energie, gezondheid, educatie. Juiste insteek om in te zetten op kringlopen ipv groei.
    Betrokken mensen uit de Stadslandbouwbeweging gaan het nieuwe GLB voeden door anders te denken en doen: laten zien dat het ook anders kan!

    Goed initiatief dus om in deze groep de discussie te starten over het GLB en stadslandbouw. Want zo zetten we een eerste stap…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>