Actueel

Een mogelijk alternatief voor het huidige systeem van bedrijfstoeslagen

6 februari 2014 |

Eén van de onderwerpen van het Grote Agrodebat van het LEI, op 9 januari 2014, was de opkomst van de zogenaamde family firm, het grotere gezinsbedrijf. Een ontwikkeling die past bij de overige ontwikkelingen in de Europese landbouw én die in de maatschappij, maar waar het huidige landbouwbeleid nog niet op is toegesneden. Deel 3 in een serie van drie blogs over de opkomst van de family firm en de consequenties voor het landbouwbeleid.

Bedrijfstoeslagen afschaffen?

Het huidige systeem van bedrijfstoeslagen voldoet niet. De inkomensdoelstelling van het landbouwbeleid wordt niet tot onvoldoende gerealiseerd. Tegelijkertijd wordt de dynamiek in de sector beperkt en werkt het een efficiënte verdeling van productiefactoren tegen. Een voortzetting van het huidige GLB na 2020, met verdere egalisering van de premies per hectare, meer budget voor Oost-Europa en meer inzetten op vergroening, lijkt niet in het belang van Nederland. Volledige afschaffing van de bedrijfstoeslagen dan? De huidige 40 miljard euro die het landbouwbeleid kost, maakt een beperkt deel uit van de totale agrarische omzet. Wat er netto bij een groeiend en op de toekomst gericht bedrijf terecht komt is minder dan het lijkt, met name door effect bedrijfstoeslagen op de grondprijs. Door verdere herstructurering van de sector, prijsaanpassingen en grotere efficiëntie komt de totale landbouwproductie in de EU niet echt in gevaar als de bedrijfstoeslagen zouden worden afgeschaft. Echter, voordat zo’n nieuwe situatie ontstaat, gaat er wel wat aan vooraf. Het effect op het aantal kleinere bedrijven en de sociale onrust laat zich raden.

Alternatief voor het landbouwbeleid

Voor het Agrodebat rekende het LEI een andere variant voor het landbouwbeleid door. Wij zijn daarbij uitgegaan van een tweedeling tussen bedrijven met een inkomensprobleem en de wat meer grote bedrijven, de zogenaamde ‘family firms’ (zie blog 1), die zich in de regel in de markt staande kunnen houden. In onze variant wordt een deel van het huidige budget besteed aan een sociale doelstelling, namelijk om de kleine bedrijven met een inkomen beneden het bestaansminimum van een aanvullend inkomen te voorzien. Of te zorgen voor een herstructurering, door alternatieve werkgelegenheid met een inkomen te bieden. Volgens een eerste taxatie zou daar een derde van het jaarlijkse budget van 40 miljard euro voor nodig zijn. Dit deel is overigens nogal afhankelijk van de jaarlijks fluctuerende prijzen van landbouwproducten en -productiefactoren.

Risicofonds voor family firms

Het inkomen van de family firm is relatief meer afhankelijk van de markt en variatie in landbouwprijzen en geproduceerde hoeveelheid. Volgens onze berekeningen zou tweederde van het landbouwbudget beschikbaar zijn voor een risicofonds waaruit inkomens van grotere bedrijven ondersteund kunnen worden bij calamiteiten zoals extreme lage prijzen, dierziektes of oogsten die door extreem weer verloren gaan. Dit zou genoeg zijn voor een risicopremie van circa 6%, dat vergelijkbaar lijkt met wat de Amerikaanse overheid bij het landbouwbeleid voor mais doet. Uiteraard geldt dat wanneer het fonds niet hoeft uit te keren, het volgende jaar de premie omlaag gaat. Desgewenst zou het fonds ook voor andere doelen kunnen worden ingezet, zoals innovatie of voor milieumaatregelen ter aanvulling op de  tweede pijler van het landbouwbeleid.

De verwachting is dat deze variant van het landbouwbeleid ervoor zorgt dat een kleiner deel van het budget weglekt naar leveranciers van productiefactoren, waaronder de eerder genoemde initiële grondeigenaren (zie blog 2). Bovenal wordt de dynamiek in de sector bevorderd en dit is in het voordeel van de family firm.

Dr. Ir. John Helming
Landbouweconoom gespecialiseerd in het Europese Landbouwbeleid, LEI

 

Tags: ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>