Actueel

GLB–Estafette 4: fruitteler Wessel van Olst

1 september 2015 |

Deze zomer vragen we verschillende agrariërs naar hun ervaringen met het nieuwe GLB: wat is er veranderd, wat zou u graag anders zien? Met in deel 4:

Wessel van Olst, fruitteler in Ressen

Naam: Wessel van Olst, van Fruitbedrijf en Landwinkel De Woerdt, Ressen
Bedrijf: Heeft samen met zijn ouders een fruitbedrijf van 20 hectare met voornamelijk appels en peren en een klein deel kersen en pruimen. In de Landwinkel wordt een deel van het fruit afgezet in combinatie met een breed assortiment aan streekproducten.

Wat is er voor u veranderd door de hervorming van het GLB?

“Als fruitteler hadden wij nooit zoveel met de eerste pijler van doen. We vielen buiten de directe inkomstenssteun en de fruitsector kende geen quoteringen. We kregen wel steeds meer te maken met subsidies uit de tweede pijler. In de multifunctionele landbouw starten veel projecten en initiatieven waar wij in participeren. Bijvoorbeeld een lokale gebiedscoöperatie, maar ook projecten via LTO.

In het nieuwste GLB is de omschakeling van de toeslagrechten naar betalingsrechten de grootste verandering. Daardoor krijgt iedereen een gelijk bedrag per hectare. Dit is voor ons als fruitteler nieuw: eerst kregen we niets, nu ongeveer € 56,- per hectare. In 2019 groeit dit door naar circa € 280,- per hectare.”

Hoe kijkt u aan tegen de vergroening?

“Wij hebben een blijvende teelt, dus we hoeven niet te voldoen aan de vergroeningseisen. Ik vind de ontwikkeling van een verplichte vergroening positief, maar van mij mag dit wel breder. Denk aan openstelling van het bedrijf of duurzame energie. De meerwaarde voor de fruitteeltsector zit hem ook in een positieve werking op ons imago. En dat kunnen we wel gebruiken door alle schandalen en weerstand tegen bijvoorbeeld grote fruitloodsen, buitenlandse arbeid en de intensieve landbouw.”

Wat is uw wens voor het GLB na 2020?

“Ik vind het belangrijk dat het platteland behouden blijft en dat agrariërs het grootste deel van het buitengebied vormgeven. Zo maken we zichtbaar waar ons eten vandaan komt. Daarnaast heeft het GLB een belangrijke functie bij de ondersteuning van de sector als dit vanwege politieke krachten nodig is. De interventieregeling fruit voor Rusland is hiervan een goed voorbeeld. Voor de rest zal de ondernemer het toch zelf moeten doen en zich meer moeten onderscheiden. Je kunt als agrariër niet vasthouden aan het argument dat we telen voor de wereld. Het gaat immers om je eigen boterham!”

En de invloed van Brussel?

“Die mag wel minder zijn, de markt kan het prima zelf reguleren. In het begin zal dit lastig zijn, vanwege de geschiedenis van de inkomenssteunen. De praktijk zal uitwijzen wie als ondernemer mee kan en zich kan onderscheiden. Zo hebben wij jaren geleden de niche opgezocht met onze Landwinkel. Onze teelt is hierop afgestemd met veel soorten appels en peren, kwaliteit in plaats van kwantiteit. Daardoor kunnen we het jaar rond een breed assortiment fruit aanbieden. Dat is voor de intensieve landbouw lastig. Denk alleen al aan al die nieuwe stallen gericht op een volwaardige melkproductie. Ik hoorde laatst iemand zeggen dat je melk moet verkopen alsof het wijn is en daar kan ik me wel in vinden. Met de afbouw van directe toeslagen is nu de kunst je te onderscheiden!”

 

Tags: ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>