Actueel

Het GLB: hoe staat het ervoor?

14 oktober 2013 |

Eind juni was eindelijk de kogel door de kerk: Europese Commissie, Europees Parlement en Europese Raad waren het op hoofdlijnen eens over het GLB 2014-2020, en een akkoord werd gesloten. Inmiddels is het oktober en komt 2014 rap dichterbij. Hoe staan de zaken ervoor, in Europa maar vooral in Nederland?

In gesprek met Monique Remmers, MT-lid van de directie Europees Landbouwbeleid en Voedselzekerheid van het ministerie van EZ.

Wat is er precies deze zomer gebeurd?

“Voor het eerst in de geschiedenis heeft het Europese Parlement in het landbouwdossier ook beslissingsbevoegdheid, voorheen had zij alleen een adviserende rol. Dat betekent dat drie partijen – de Europese Commissie, de Europese Raad en het Europese Parlement – akkoord moesten gaan met de voorstellen voor het nieuwe GLB.
En dus is de voorzitter van de Europese Raad eind juni op pad gestuurd met een onderhandelingsmandaat van 28 Europese ministers, gebaseerd op de oorspronkelijke voorstellen van de Europese Commissie. In de trilogen is hierover verder onderhandeld.

Dat heeft tot een onderhandelingsakkoord geleid. Wat de Raad betreft was dit hele pakket helemaal akkoord – zij had namelijk net stevige onderhandelingen tussen 28 lidstaten achter de rug. Maar het Parlement vond dat een aantal losse eindjes in relatie tot het Meerjarig Financieel Kader nog opgelost moest worden. En dus hebben nieuwe besprekingen in de Raad plaatsgevonden. Dit heeft op 23 september tot een nieuw onderhandelingsmandaat van de Raad geleid, dat op 24 september in een nieuwe triloog is besproken. Er ligt nu een akkoord op alle punten.”

Dus nu zijn we in Europa klaar?

“Niet helemaal, er is nog een aantal formaliteiten. Het akkoord is namelijk wel definitief vastgesteld door de Landbouwcommissie van het Europese Parlement – vergelijkbaar met de Vaste Kamer Commissie van de Tweede Kamer – maar moet ook nog plenair in het Parlement worden goedgekeurd. Hetzelfde geldt voor de Raad. Dat gebeurt op basis van alle vastgestelde wetgevingsteksten. Om in de Raad te kunnen stemmen moeten ook alle vertalingen klaar zijn, die worden in november verwacht. De teksten kunnen dan in de November- of Decemberraad worden vastgesteld. In principe zijn alle partijen het eens met elkaar, dus dat moet geen grote problemen meer opleveren.

Naast de wetgevingsteksten moeten ook de uitvoeringsbepalingen nog uitgewerkt worden, de implementing acts en de delegated acts. Er zit veel druk achter, omdat het belangrijk is dat lidstaten een keer duidelijkheid krijgen. Want die lidstaten moeten ook nog nationale keuzes maken, en voorbereidingen treffen voor de uitvoering.”

Wordt in Nederland inmiddels al wel aan de nationale invulling gewerkt?

“We weten nog niet alles en ook heel veel details zijn nog niet duidelijk, maar zover mogelijk proberen we nu zaken voor te bereiden. Wat plattelandsontwikkeling betreft is veel al relatief duidelijk. Samen met provincies werken we nu een programma uit, het POP3.

Een heel groot deel van het nieuwe GLB gaat over directe betalingen. Daar is Dienst Regelingen nu ook al druk mee bezig. Het is een ingewikkeld proces, er moeten tientallen nationale keuzes worden gemaakt. Die gaat de staatssecretaris in november in een brief aan de Tweede Kamer voorleggen. Dan moet je denken aan keuzes over toepassen van een onder- en bovengrens voor directe betalingen, van een top up voor jonge boeren, een top up voor gebieden met natuurlijke handicaps, en of we geld wel of niet willen overhevelen van de eerste naar de tweede pijler.”

Hoe komen die keuzes tot stand?

“Natuurlijk gebeurt alles in samenspraak met stakeholders. De afgelopen jaren zijn we veel in dialoog geweest. Dat zijn de usual suspects: landbouworganisaties, natuur- en milieuorganisaties, waterschappen. Maar ook bijvoorbeeld de Youth Food Movement, YFM, een vrij nieuwe speler.

Ook nu blijven we met partijen en mensen in gesprek, bijvoorbeeld via deze website, via sociale media, via bijeenkomsten en de pers. Het is een fluïde proces, midden in de samenleving. Ook de Tweede Kamer luistert natuurlijk naar die geluiden, en gaat daarmee dan weer in gesprek met de staatssecretaris. Het is behoorlijk complex. Er zijn soms wel dingen die je zou willen, maar die moeilijk kunnen, bijvoorbeeld door Europese regelgeving. Denk aan POP: er is een hele waaier aan mogelijkheden en wensen, maar er is relatief weinig geld, 82 miljoen euro. En daar horen heel veel verplichtingen bij, bijvoorbeeld op het vlak van monitoring en rapportage. Het is dan onverstandig om dat geld heel erg te verspreiden, omdat je dan relatief veel overhead hebt en een grotere kans op fouten en boetes. Dan is het misschien beter om van de twintig doelen er maar één uit POP te financieren, en de andere doelen op een andere manier aan te pakken.”

“We moeten slim zijn dus. Uiteindelijk is het doel een landbouwbeleid waarmee je boeren gaat betalen voor maatschappelijke doelen, doelgerichte betalingen.”

Is een aantal van de keuzes van de staatssecretaris al bekend?

“Ja, een deel van die keuzes is al evident. Wat de collectieven betreft zijn de ambities van de staatssecretaris bijvoorbeeld wel op grote lijnen duidelijk. Nederland heeft stevig voor de collectieve aanpak in Brussel gelobbyd, met resultaat. Daarnaast heeft de staatssecretaris al aangegeven al het agrarisch natuurbeheer in Nederland alleen door collectieven te willen laten uitvoeren. Het kader in Brussel voor collectieven is er nu. We zetten ons er nu hard voor in om te voorkomen dat er in de uitvoeringsregeling allerlei addertjes onder het gras zitten, zodat de uitvoering ook daadwerkelijk werkbaar wordt.”

“Naast de tweede pijler is er ook in de eerste pijler mogelijkheid voor collectieven. Omdat sommige boeren in de EU op enorme schaalgrootte werken, is in de Europese wetgeving vastgelegd dat zo’n collectief uit maximaal tien boeren mag bestaan. Dat moet voorkomen dat de vergroeningsmaatregelen zich heel erg concentreren. Doel is namelijk dat elk landbouwgebied bij wijze van spreken een soort basiswaarde heeft voor biodiversiteit, water, enzovoort. Europa wil voorkomen dat boeren binnen een hele regio vergroening neerleggen in een uithoek waar dit de minste moeite kost.
Natuurlijk is er wel eens gezegd dat de eisen voor Nederlandse boeren ook niet veel voorstellen. Maar bij de onderhandelingen in Brussel heb je te maken met heel veel lidstaten en dan ziet het eindresultaat er misschien niet helemaal uit zoals je zou willen. Maar er zijn natuurlijk nog nationale keuzes mogelijk. Ik heb nog niet helemaal een beeld hoe die eruit gaan zien. We zijn nog druk bezig de voors en tegens op een rij te zetten, de mogelijkheden en onmogelijkheden. En dan gaan we de discussie in Nederland voeren.”

Wanneer weten boeren waar ze aan toe zijn? Hoe verloopt de rest van het traject?

“We hebben onder andere de GLB Check. Zodra er nieuwe informatie is wordt die erin verwerkt. Ook Dienst Regelingen gaat de komende maanden allerlei voorbereidingen doen en heeft al veel informatie op het DR-loket, zoals antwoorden op veelgestelde vragen.”

“Na de brief van de staatssecretaris in november zal de Kamer bepalen wanneer zij daarover in debat gaat. Eigenlijk moet dan in januari het beeld voor Nederland wel duidelijk zijn.
Dat is belangrijk, want het POP en het markt- en prijsbeleid gaan al in januari in. In de uitvoering van het markt- en prijsbeleid is nog lang niet alles duidelijk. Branche- en producentenorganisaties krijgen de mogelijkheid om voor een hele sector bindende afspraken en regels op te stellen, zoals nu de productschappen doen. Het is wel relevant dat er helderheid bestaat over het wat en hoe als straks de productschappen er niet meer zijn.

Wat POP betreft heeft staatssecretaris Dijksma op 11 november weer een gesprek met de gedeputeerden. Ik hoop dat er dan wel een aantal knopen wordt doorgehakt. We denken dan begin volgend jaar ons programma naar Brussel te kunnen sturen. De goedkeuringsprocedure in Brussel zal ongeveer een halfjaar in beslag nemen. Dat betekent dat we de eerste maanden van de programmaperiode nog niet beschikken over een goedgekeurd programma. Dat maakt het natuurlijk lastig om al met de uitvoering van het programma te starten, maar het kan wel, op eigen risico.”

“Het nieuwe systeem van directe betalingen gaat pas in januari 2015 in; boeren gaan we op weg daarnaartoe goed begeleiden. Voor de directe betalingen hebben we een jaar langer tijd, maar die tijd hebben we ook eigenlijk wel nodig om alles gereed te krijgen. Ook is het belangrijk dat er niet nog allemaal fouten opduiken tegen de tijd dat alles formeel van kracht is. Maar we zetten samen de schouders eronder, en ik heb goede hoop voor de toekomst.”

 

Tags: ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>