Actueel

Interview Dirk Strijker, Hoogleraar Plattelandsontwikkeling Rijksuniversiteit Groningen

17 november 2017 |

Langzaam groeien we naar een nieuwe hervormingsronde van het GLB. De Europese Commissie treft voorbereidingen, er komen onderzoeken beschikbaar, maatschappelijke organisaties starten hun lobby. Het is een mooie tijd om het GLB samen met deskundigen en betrokkenen onder de loep te nemen. Dat doen we in een serie interviews, waarin we telkens dezelfde vragen terug laten komen.
Dit is het derde interview in de serie: met Dirk Strijker, hoogleraar Plattelandsontwikkeling aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Wat zou er mis gaan als er vanaf 2020 helemaal geen GLB meer is?

Dat zou op korte termijn een stevige schok geven. Onder veel bedrijven valt de financiering weg. Het gaat vaak om financiering onder leningen.

Op lange termijn zal het verschil niet groot zijn. Als de directe betalingen worden afgebouwd, met een tijdige aankondiging zijn de gevolgen te overzien. Althans voor de situatie in Noordwest-Europa. Het ligt anders voor de landen waar landvlucht dreigt, waar boeren hun land verlaten. Dat gebeurt in Europa al. Dat proces zou dan nog versneld worden.

Welk belang (op een schaal van 1 tot 5) kent u toe aan voedselzekerheid als doel van het GLB?

3

Het is beleidsmatig wel een doel en dat moet het ook zijn. Maar op dit moment is het niet in het geding, daarom geef ik het geen hoog cijfer.

Als het niet goed gaat met de voedselsituatie in Europa heb je een goed instrumentarium nodig. Dat hebben we nu als een soort slapend instrumentarium in het GLB, bijvoorbeeld in de vorm van het instrument van exportverboden. Hier kunnen we ons mee redden.
Bovendien moet je er bij bedenken, als de situatie nijpend is, zal er sprake zijn van een rampsituatie. Op dat moment zullen alle middelen worden ingezet, ook buiten het GLB om. Dat relativeert het belang van het instrumentarium. Maar dit is geen pleidooi om het bestaande instrumentarium uit het GLB te halen, het is goed dat we het beschikbaar hebben.

Welk belang (op een schaal van 1 tot 5) kent u toe aan het belang van inkomenszekerheid voor boeren?

3

Voor noordwest- Europa kan dit nauwelijks een doel zijn. Want bij inkomenszekerheid denk je aan gezinnen, maar in de productiegebieden van Noordwest- en midden-Europa kun je beter spreken over bedrijven.

Er zijn ook gebieden in Europa waar landbouwbeleid van belang is om te zorgen dat er landbouw blijft. Dan denk ik met name aan de marginale landbouwgebieden in Oost- en Zuid-Europa. In die delen bepaalt de landbouw soms 50% van de regionale economie. In die gebieden is het GLB een soort inkomensgarantie voor boeren. Daarmee wordt het een beleidsinstrument om de regio te steunen. Het is misschien een vorm van geld uitdelen, maar het werkt wel. Met de hectaretoeslagen komt het geld dan op de goede plekken terecht.

In Nederland en omgeving slaan de hectaretoeslagen vooral neer in de grondprijs. Die is kunstmatig hoog. Dat is lastig voor toetreders, voor nieuwe boeren, en voor alternatief gebruik zoals natuurontwikkeling. Het inkomensondersteunende effect is daarmee dus minimaal. Het is voor de boeren vooral handig voor de liquide situatie. Uiteindelijk verdwijnt het geld uit het bedrijf naar de grondprijs. En daarmee gaat het dus vaak naar stoppende boeren en verdwijnt het uit de landbouw.

Welk belang (op een schaal van 1 tot 5) kent u toe aan doelgerichte betalingen in de eerste pijler (de huidige vergroeningsgelden)?

5

Wat zouden we anders mogen verwachten van het GLB? Je voert immers beleid om maatschappelijke doelen na te streven. We moeten er dus naar streven dat voor het hele budget maatschappelijke tegenprestaties worden geleverd.

Hoe dat er uit moet zien is nog een complexe vraag. Kijk naar dierenwelzijn. De meningen hierover verschillen in Europa, het is lastig om hier één lijn te trekken, zo ver is Europa nog niet.

Voor Nederland zijn ecologie (bijvoorbeeld weidevogels) en landschap van belang. We moeten een monocultuurlandschap zien te voorkomen. Er moet ruimte zijn voor diversiteit in het landschap, voor biodiversiteit, voor recreatie.

Daarnaast kun je denken aan een soort saneringsfonds om een deel van de bedrijven in Europa naar de uitgang te helpen. Er bungelt een deel van de bedrijven onderaan de bedrijfsstatistieken, die vind je bijvoorbeeld in Midden- en Zuid-Frankrijk. Het is netjes om deze groep gezinsbedrijven op een sociale manier naar bedrijfsbeëindiging te helpen.

Hiermee pleit ik ook voor een meer territoriale invulling van het GLB. De situatie voor Noord-Duitsland, Nederland en Vlaanderen verschilt sterk van de situatie in Zuid- en met name Oost-Europa. Je kunt dan meer doelgericht werken als je ruimte geeft voor verschillende doelen per regio of land.

Welk belang (op een schaal van 1 tot 5) kent u toe aan het doel risicomanagement binnen het GLB?

3

Dit is een lastig punt. Een deel van de landbouw wordt bedrijfsmatig gerund. Deze boeren zijn goed opgeleid, zij zijn in staat om het zelf te regelen. Zij kunnen ook met de risico’s dealen. Maar anderen kunnen dat niet. Vanuit een sociaal oogpunt is het dus goed om hier iets voor te regelen, je zou hier een vangnet moeten spannen. Het GLB kan hierin wel een rol spelen, maar is niet de hoogste prioriteit, daarom geef ik een gemiddeld cijfer.

De bredeweersverzekering in Nederland bijvoorbeeld is relatief duur, zelfs terwijl de overheid bijdraagt. Daarom bestaat de neiging bij boeren om hier niet aan mee te doen. Behalve het weer zouden er ook verzekeringen moeten zijn voor dierziekten of voor bijzondere, onverwachte prijsdalingen.

Ik zie een soort rampenfonds voor me, waar incidenteel uit geput wordt. Daarmee wordt het geen vaste geldstroom want dan wordt het onderdeel van de begroting van een bedrijf en wordt het bedrijf ervan afhankelijk. Het moet dus echt een vangnet zijn voor bijzondere situaties, dan blijft het onvoorspelbaar. Dat is goed.

Welk belang (op een schaal van 1 tot 5) kent u toe aan het doel voedselbeleid binnen het GLB?

1

Ik zie geen enkele reden waarom je zoiets internationaal moet aanpakken. Sterker nog, het is de bijl aan de wortel van het draagvalk voor Europa. Er is al zoveel weerstand tegen Europese inmenging. Die weerstand gaan we voeden als er meer inmenging komt vanuit de EU op onze voedselkeuze, te meer daar de diëten nog behoorlijk regionaal bepaald zijn.

Het klopt dat voedsel meer en meer het resultaat van activiteiten in ketens en netwerken is, maar op dit moment is uitbreiding en verdieping van EU-bemoeienis politiek-maatschappelijk onwenselijk.

Welk belang (op een schaal van 1 tot 5) kent u toe aan de doelgerichte betalingen in de tweede pijler (o.m. innovatie, agrarisch natuurbeheer, LEADER)?

1

Ook hiervoor geldt dat het meestal niet nodig is om dit op Europees niveau te regelen. Het is nationaal beleid waarvoor Europees geld wordt rondgepompt. Dat is niet nodig en kan dus veel beter in elke lidstaat worden uitgevoerd: renationalisatie. Hier geldt wel de randvoorwaarde van een level playing field voor, het mag niet leiden tot oneerlijke concurrentie.

Kortom, dit plattelandsbeleid is wel belangrijk, maar het hoort grotendeels niet in Europees beleid. Daarom krijgt het een laag cijfer.

 

Tags: , , , ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>