Actueel

Interview Krijn Poppe van Wageningen Economic Research

28 november 2017 |

Langzaam groeien we naar een nieuwe hervormingsronde van het GLB. De Europese Commissie treft voorbereidingen, er komen onderzoeken beschikbaar, maatschappelijke organisaties starten hun lobby. Het is een mooie tijd om het GLB samen met deskundigen en betrokkenen onder de loep te nemen. Dat doen we in een serie interviews, waarin we telkens dezelfde vragen terug laten komen.
Dit is het vierde interview in de serie: met Krijn Poppe, Research Manager and Senior Economist bij Wageningen UR

Wat zou er mis gaan als er vanaf 2020 helemaal geen GLB meer is?

Er zal niet meteen iets misgaan in de voedselproductie, die gaat wel door. Boeren krijgen te maken met een inkomensdaling. Daar kunnen nationale overheden bijspringen. Dan komt meteen de vraag op tafel of er sprake is van staatssteun. Op de lange termijn zal de markt dit probleem oplossen: de melkprijzen zullen stijgen en daarmee ook de inkomens. Als je de directe betalingen wilt intrekken, zul je dus vooral aandacht moeten hebben voor een ‘zachte landing’.

Er zou ook een gat vallen in het plattelandsbeleid, onder meer in het agrarisch natuurbeheer. Ook dat zou nationaal of regionaal moeten worden opgepakt.

Het afschaffen van het GLB zou vooral niet goed zijn voor de Europese samenwerking: we krijgen allerlei gevechten over staatssteun, het klimaatbeleid zal zeer verschillend worden uitgewerkt en de EU verliest aan zichtbaarheid. Het GLB heeft aan de basis van de EU gestaan maar is in de loop van de tijd niet voldoende aangepast. Het is nu tijd om het om te bouwen, een goede coördinatie daarin blijft nodig.

Welk belang (op een schaal van 1 tot 5) kent u toe aan voedselzekerheid als doel van het GLB?

2

Het is een belangrijke taak van de overheid om te zorgen voor een aantal basisvoorzieningen, waaronder voedsel. In situaties waarin die zekerheid wegvalt, zoals na een orkaan, kun je zien dat dit leidt tot grote onrust en plunderingen. Dat moet je zien te voorkomen.
In Europa is dit geen groot issue. Voedselzekerheid is goed geborgd, daarom geef ik het een laag cijfer.

Welk belang (op een schaal van 1 tot 5) kent u toe aan het belang van inkomenszekerheid voor boeren?

3

Ik ga in het midden van de schaal zitten omdat het zo is, dat het GLB op dit moment een belangrijk deel van het inkomen van een grote groep boeren vormt. Het gaat dan in Nederland vooral om de melkveehouderij, in mindere mate om de akker- en tuinbouw.
Maar op lange termijn zou het ook zonder deze steun moeten kunnen. Daar zouden we ook naar moeten streven. We zijn in de jaren ’30 van de vorige eeuw begonnen met landbouwbeleid en de noodzaak daarvoor werd groter in de Tweede Wereldoorlog. Maar langzamerhand zijn alle argumenten om het op deze manier overeind te houden, vervallen.
Het wegvallen van directe betalingen kan tot gevolg hebben dat de landbouw in bijvoorbeeld delen van Finland, Frankrijk en Zweden gaat verdwijnen. Dat is goed voor bosontwikkeling, maar niet voor de leefbaarheid van die streken. Daar moet je aandacht voor hebben.

Welk belang (op een schaal van 1 tot 5) kent u toe aan doelgerichte betalingen in de eerste pijler (de huidige vergroeningsgelden)?

4

Als je een landbouwbeleid voert, is het logisch dat je er doelen mee realiseert die we als maatschappij belangrijk vinden. Dus daarom krijgt dit belang een hoog cijfer. Maar ik plaats er wel enkele kanttekeningen bij.

Het is prima als de overheid maatschappelijke doelen via subsidies probeert te bewerkstelligen, maar het is de vraag of alle maatschappelijke doelen waar het nu over gaat via Brussel geregeld moeten worden. Je kunt ook proberen de markt z’n werk te laten doen, bijvoorbeeld door de consument via de melkprijs mee te laten betalen aan het doel ‘koeien in de wei’. De biologische landbouw is een goed voorbeeld waar maatschappelijke diensten in de prijs van producten is verwerkt.
Er zijn ook maatschappelijke doelen die sterk aan een regio zijn gekoppeld, een Nederlands voorbeeld is weidevogelbescherming. Dat kun je beter op regionaal niveau oplossen. De EU zou dan nog wel moeten controleren of er geen sprake is van staatssteun.

Welk belang (op een schaal van 1 tot 5) kent u toe aan het doel risicomanagement binnen het GLB?

2

Er komt steeds meer aandacht voor risicomanagement in het GLB, dat zal mede ingegeven zijn door de toenemende risico’s door de klimaatsverandering. Toch geef ik het een laag cijfer omdat ik denk dat boeren dit zelf goed kunnen regelen. Ze hebben er zelf belang bij en ze weten wat de risico’s zijn. In de landbouw zul je altijd met prijsfluctuaties te maken hebben. Dat zal ook niet anders worden en dat kunnen boeren opvangen.

Er zijn ook al voorzieningen, zoals waarborgfondsen en verzekeringen. En de Belastingdienst biedt de mogelijkheid om de winst in een bedrijf over een periode van drie jaar te middelen als er sprake is van sterke schommelingen.

Het zou niet goed zijn als de overheid de risico’s gaat overnemen. Als dat wel gebeurt heeft dat tot effect dat boeren ook meer risico’s gaan nemen. Bijvoorbeeld door aardappels te telen op percelen die daar eigenlijk te nat voor zijn. Dat gedrag wordt beloond door geld uit te keren op het moment dat het misgaat.

Welk belang (op een schaal van 1 tot 5) kent u toe aan het doel voedselbeleid binnen het GLB?

5

Op dit moment lukt het de Europese Commissie nog niet om dit thema een plek te geven in het beleid, maar wat mij betreft is dit in de toekomst toch zeker nodig. Daar heb ik twee argumenten voor.

Ten eerste: we moeten naar een dieet met 30-40% dierlijke eiwitten terwijl we nu op 60-70% zitten. Die omschakeling is niet alleen nodig voor een goede voedselvoorziening, maar ook omdat het positief bijdraagt aan de volksgezondheid en aan het tegengaan van klimaatsverandering. Als een gemiddelde Engelsman zijn dieet zou omvormen, zou hij acht  maanden langer leven. Daarnaast zou dit gemiddeld leiden tot 17% besparing van CO2-uitstoot.
Om dit te bereiken zou je als overheid burgers moeten helpen. Daar kun je veel verschillende instrumenten voor inzetten en volgens mij is het beter om dit op Europees verband op te pakken, alleen al vanwege grensverkeer en bv. etikettering.

Ten tweede: we zien op dit moment dat boeren steeds meer door de retail worden aangestuurd en minder door de overheid. De grote bedrijven in de voedingsindustrie en de retail begrijpen dat ze ook een zorgplicht hebben, naar de gehele maatschappij en naar consumenten. Unilever en Danone hebben de millenniumdoelen onderschreven. Dat zie je ook bij de retail. Bovendien zijn er zakelijk belangen om te veranderen. In de retail kijken ze nauwlettend naar de opkomst van bedrijven als Hello Fresh.

Welk belang (op een schaal van 1 tot 5) kent u toe aan de doelgerichte betalingen in de tweede pijler (o.m. innovatie, agrarisch natuurbeheer, LEADER)?

3

Op de korte termijn is het goed om deze betalingen in stand te houden. Er is een noodzaak om te blijven innoveren en ook het agrarisch natuurbeheer moet blijven doorgaan. Ook Leader is nuttig, vooral in de leeglopende delen van Europa. Het is allemaal meer zinvol dan de directe inkomenssteun.

Op lange termijn kun je het renationaliseren. Dat heeft tot gevolg dat er de EU dan alleen nog de taak houdt om te controleren op staatssteun. Het is natuurlijk niet goed voor het imago van de EU als de beruchte uitspraak ‘dat mag niet van Brussel’ steeds vaker gebruikt wordt, terwijl er nergens borden meer te zien zijn met ‘dit is mede mogelijk dankzij de EU’. Dat draagt allemaal niet bij aan het sociale gezicht van de EU, waar wel behoefte aan is. Dat pleit dus tegen renationaliseren.

 

Tags: , , , ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>