Actueel

Interview Sieta van Keimpema, DDB

28 december 2017 |

Langzaam groeien we naar een nieuwe hervormingsronde van het GLB. De Europese Commissie treft voorbereidingen, er komen onderzoeken beschikbaar, maatschappelijke organisaties starten hun lobby. Het is een mooie tijd om het GLB samen met deskundigen en betrokkenen onder de loep te nemen. Dat doen we in een serie interviews, waarin we telkens dezelfde vragen terug laten komen.

Dit is het zevende interview in de serie: Sieta van Keimpema, voorzitter van de melkveehoudersbond Dutch Dairymen Board. Van Keimpema heeft samen met haar partner een melkveebedrijf in Nes (gem. Heerenveen).

Wat zou er mis gaan als er vanaf 2020 helemaal geen GLB meer is?

“Binnen het huidige markt- en productiemodel in de landbouw zou afschaffing van het GLB desastreus uitpakken. In een belangrijk deel van de EU zijn de GLB-premies op dit moment goed voor 35 tot 50% van het boereninkomen. Als de premies worden afgeschaft, leidt dat tot een leegloop van het platteland. Dat geldt in mindere mate voor Nederland, maar ook hier is het GLB belangrijk voor het inkomen.
Mijn stelling is dat de GLB-premies nodig zijn zolang de markt niet goed functioneert. Van de prijs die de consument in de winkel betaalt, komt een te klein deel bij de boer terecht. Dit wordt wel onderkend door de Europese Commissie, maar er volgen geen daden die de verdeling van opbrengsten in de keten eerlijker maken. In principe moet de boer zijn inkomen uit de markt halen. Zolang dat niet gebeurt, blijven de toeslagen nodig om boeren op het platteland te behouden.”

Welk belang (op een schaal van 1 tot 5) kent u toe aan voedselzekerheid als doel van het GLB?

4

“Je hoort vaak zeggen dat er meer dan genoeg voedsel in Europa wordt geproduceerd. Dat mag op dit moment zo zijn, maar ik maak me wel zorgen. De boeren vergrijzen, jongeren aarzelen om het bedrijf van hun ouders over te nemen. De schaalvergroting verergert het probleem. In Nederland stoppen elke dag drie boeren. Elke dag! Dat heeft veel, zo niet alles te maken met de lage inkomens. Zonder jonge boeren komt de voedselzekerheid in gevaar. Daar komt bij dat grote bedrijven uit bijvoorbeeld China en Saoedi-Arabië grond in Oost-Europa opkopen. Ook dat kan in de nabije toekomst grote gevolgen hebben voor de voedselzekerheid in de Europese Unie.”

Welk belang (op een schaal van 1 tot 5) kent u toe aan het belang van inkomenszekerheid voor boeren?

5

“Inkomenszekerheid voor boeren is altijd een van de belangrijkste pijlers van het gemeenschappelijke landbouwbeleid geweest. In feite heeft een boer – gezien de wisselende marktprijzen en het weer – het riskantste beroep dat er is. Over de jaren heen lopen de inkomens op de bedrijven terug. De voorspellingen geven aan dat die daling doorzet. Het GLB zou erop gericht moeten zijn dat boeren en tuinders een kostendekkende prijs uit de markt verkrijgen.
Er wordt veel gesproken over aftopping van de toeslagen. Klinkt aardig, maar is te kort door de bocht. Grote bedrijven hebben vaak veel personeel in dienst. Als je al gaat aftoppen, dan moet je ook kijken naar het aantal arbeidskrachten. Of liever nog naar de winst die bedrijven maken. Dat vraagt maatwerk.
Ik vind dat alleen actieve landbouwers in aanmerking moeten komen voor premies uit Brussel. De Europese Commissie vindt dat eigenlijk ook, maar de praktijk is anders. Kijk naar Schiphol en het Britse Koningshuis. Op dit punt is nog veel winst te halen.”

Welk belang (op een schaal van 1 tot 5) kent u toe aan doelgerichte betalingen in de eerste pijler (de huidige vergroeningsgelden)?

3

“De huidige vergroening werkt niet. De maatschappelijke organisaties hebben kritiek, boeren zijn ontevreden. Te bureaucratisch, niet effectief, slecht uitvoerbaar. Ik ben niet tegen vergroening van het landbouwbeleid, maar het moet wel afgestemd worden op de regionale praktijk. De maatregelen moeten wetenschappelijk onderbouwd zijn. Landbouwcommissaris Phil Hogan lijkt, gezien zijn jongste voorstellen, die kant op te gaan. Maar ik houd mijn hart vast. Een landelijke invulling van de vergroening leidt snel tot oneerlijke concurrentie. Dat moet worden voorkomen. Dus eerst een plan van aanpak inleveren in Brussel, dat kritisch beoordelen en vervolgens uitvoeren.”

Welk belang (op een schaal van 1 tot 5) kent u toe aan het doel risicomanagement binnen het GLB?

2

“Ondernemers lopen risico, dat is nu eenmaal zo. Zij horen daarvoor te kunnen reserveren. Daarvoor zijn de inkomens echter gemiddeld te laag. Er bestaan op dit moment in de lidstaten allerlei verschillende weersverzekeringen, maar deze werken niet goed. Het is een sigaar uit eigen doos, of er wordt niet uitgekeerd als dat nou juist nodig is. Brussel kent een rampenfonds en dat is voor calamiteiten bedoeld. Dat moet zo blijven. Punt is dat Nederland vrijwel nooit van dat fonds gebruikmaakt. Bijvoorbeeld twee jaar geleden toen veel boeren in Noord-Nederland schade hadden van muizen. Voor een aantal bedrijven liep de schade op tot wel 100.000 euro. In Nederland wordt veel geklaagd over het feit dat wij nettobetaler zijn van de Europese Unie. Maar we laten veel geld liggen. Niet slim dus.”

Welk belang (op een schaal van 1 tot 5) kent u toe aan het doel voedselbeleid binnen het GLB?

4

“Als het gaat om voorlichting over voedsel aan consumenten dan ligt er wel een taak voor Brussel, maar wat mij betreft niet uit GLB-middelen. De consument heeft veel invloed op de voedselproductie, meer dan hij denkt. Het koopgedrag van burgers bepaalt voor een belangrijk deel wat in de schappen ligt. Je hoort tegenwoordig vaak zeggen dat zuivel een hoge ecologische foodprint heeft. Maar als je dan kijkt naar de voetafdruk van de alternatieven voor zuivel kom je slechter uit. Ik ben groot voorstander van objectieve, wetenschappelijk onderbouwde voorlichting aan consumenten. Goed als Brussel dat doet.”

Welk belang (op een schaal van 1 tot 5) kent u toe aan de doelgerichte betalingen in de tweede pijler (o.m. innovatie, agrarisch natuurbeheer, LEADER)?

3

“Met de tweede pijler gaat het nu net als met de vergroening. Zijn de huidige subsidies wel effectief? Ik zet daar grote vraagtekens bij. Ik hoor bovendien veel klachten bij aanvragers over de toekenning van subsidie. De subsidiestroom uit de tweede pijler moet eerst grondig worden geëvalueerd. Zoals het nu gaat, is het weinig zinvol. En niet effectief.”

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>