Actueel

Nieuwe ronde, nieuwe kansen

28 februari 2014 |

‘Het nieuwe GLB biedt met EFA’s interessante mogelijkheden voor natuur en landschap, maar versnippering ligt op de loer’, schrijft Dolf Logemann, ecologisch adviseur bij ARCADIS, op dolfsnatuurblog.nl. “Het vergt verleidingskunst van overheden en natuurorganisaties om boeren te bewegen de EFA’s zo neer te leggen dat deze ook maatschappelijke doelen als natuur of schone sloten dienen.”

Nieuwe ronde, nieuwe kansen

Brussel is ver weg, maar niet als het om natuur en landschap gaat. Daarom is het goed om kennis te nemen van de nieuwe ronde in het Europese landbouwbeleid. En om uit te vinden hoe beide kunnen profiteren van de nieuwe regels, die in de loop van 2014 van kracht worden. Conclusie: de regeling biedt interessante mogelijkheden, maar versnippering ligt op de loer. Voor meer natuurrendement is samenwerking nodig. Weten boeren, natuurbeheerders en overheden elkaar te vinden?

GLB: revolutie

In het gemeenschappelijke landbouwbeleid van de Europese Commissie voltrekt zich een revolutie. Waar de Europese Commissie in het verleden de productie van melk, graan, suiker en vele andere producten met subsidies heeft beloond, vinden uitkeringen binnenkort per hectare plaats, een hectaretoeslag dus. Het maakt dan niet meer uit of je veel of weinig produceert, de subsidie blijft dezelfde. Een boer die kiest voor ‘extensief’ krijgt dan net zoveel toeslag als een boer die ‘plank-gas’ produceert. Ook komt er een graasdierpremie voor vee in natuurgebieden. Deze veranderingen voltrekken zich in de periode van 2014 tot 2019.

Vergroening

Een tweede belangrijke stap van het nieuwe beleid is de vergroening van de landbouwsubsidies. Nederlandse boeren kunnen in de nabije toekomst € 390 euro per hectare krijgen. De laatste € 120 euro krijgen zij echter alleen als ze voldoen aan een aantal duurzaamheidseisen. Als vergroening geldt de verplichting om permanent grasland intact te laten, om voldoende verschillende gewassen te verbouwen en om op bedrijven met een groot aandeel akkerbouw minimaal vijf procent van het oppervlakte in te zetten voor ecologische doeleinden, de zogeheten ‘ecologische focusgebieden’.

Voor de natuur zijn vooral deze ecologische focusgebieden interessant, althans dat kunnen ze zijn. Er is nog veel onduidelijkheid over. De oorspronkelijke idee was dat boeren (de verplichting geldt alleen voor akkerbouwers en voor melkveehouders met veel bouwland) minimaal vijf procent zouden inrichten als kleine natuurgebieden, bijvoorbeeld als bloemrijke akkerranden. Daarmee is de biodiversiteit in het agrarisch gebied gediend.

Om aan die vijf procent te komen probeert een aantal boeren het bedrijf uit te breiden met de aankoop van houtwallen, vennetjes en andere landschapselementen. Het is de vraag of die landschapselementen daarna goed worden beheerd; het is die boeren daar niet primair om te doen. Andere boeren zullen de minder productieve akkerranden en kopakkers gebruiken om aan de verplichting te voldoen. Het gevaar is dus groot dat de 5-procentsregeling een sterke versnippering oplevert, waar boeren alleen maar last van hebben en waar de natuur weinig mee opschiet.

Wat schiet de natuur op met EFA’s?

De vraag is of die regeling niet op een nuttiger manier kan worden ingezet. Naar mijn mening kan dat als natuurorganisaties en overheden boeren uitnodigen om aan te sluiten bij eigen acties. En daar dan wat extra’s tegenover stellen. Waterschappen kunnen bijvoorbeeld boeren vragen om langs kwetsbare watergangen extra brede spuitvrije randen of natuurvriendelijke oevers aan te leggen. Omdat de Europese Commissie de hectaretoeslag betaalt, is een kleine extra vergoeding waarschijnlijk al voldoende.

Op dezelfde manier kunnen terreinbeherende natuurorganisaties samen met de buurman-akkerbouwer afspraken maken over extensieve bufferzones langs de rand van hun natuurgebieden. Een gemeente kan op die manier voor weinig geld extra landschapselementen en nieuwe wandelpaden aanleggen. Boeren mogen een deel van de aangrenzende watergangen en landschapselementen van andere eigenaren meetellen. Als die andere eigenaar een natuurorganisatie is, is daarvoor wel toestemming nodig. Dat biedt gelegenheid om met de buurman-boer afspraken te maken over het beheer, vooral buiten de EHS kan dat voordelen bieden. Alles is overigens op tijdelijke basis, want het Europese landbouwbeleid werkt in rondes van 6 jaar en je weet nooit hoe het beleid over 6 jaar wordt ingevuld.

Collectieven voor EFA’s met omvang

Interessanter wordt het als boeren gaan samenwerken in collectieven en de 5-procentsregeling gezamenlijk vormgeven. Het Europese beleid geeft daar ruimte voor. Minimaal vijf boeren mogen maximaal de helft van hun vijf procent bij elkaar leggen op het terrein van één van hen, mits die vijf boeren hun percelen aaneen hebben liggen. Op die manier kunnen natuurgebiedjes van enige omvang ontstaan, te beheren door een van hen en gefinancierd door de anderen. Op die manier kunnen ook regionale programma’s voor bloemrijke akkerranden of patrijzen een stimulans krijgen, waardoor de regeling echt gaat bijdragen aan de biodiversiteit. Dit werkt het beste als ook natuurorganisaties en overheden hierin met geld of grond meedoen.

Het vergt verleidingskunst van overheden en natuurorganisaties om boeren te bewegen de ecologische focusgebieden zo neer te leggen dat deze ook maatschappelijke doelen als natuur of schone sloten dienen. En het verdient vindingrijkheid van boeren om voor die gronden een financiële multiplier te vinden die het rendement van die losse stukjes vergroot. De vraag is: zullen boeren, natuurorganisaties en overheden elkaar hierin vinden?

Dolf Logemann
ARCADIS

Deze blog is overgenomen van dolfsnatuurblog.nl >>

 

Tags: ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>