Over het GLB

Historie

Het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de Europese Unie (EU) gaat terug tot 1957. Het oorspronkelijke doel was boeren een redelijk inkomen te bieden. Consumenten moesten verzekerd zijn van voldoende voedsel. Een korte historie.

Concreet kregen producenten van landbouwproducten voor hun producten gegarandeerde minimumprijzen. Overschotten werden opgekocht. In het begin was dit beleid zeer succesvol, maar het botste al snel tegen zijn limieten aan: grote overschotten en uit de hand lopende budgettaire kosten.

Hervormingen

1992: van prijsondersteuning naar directe subsidies

Sinds 1992 werd het systeem van prijsondersteuning geleidelijk afgebouwd en vervangen door directe subsidies. Deze subsidies waren wel nog gekoppeld aan de geproduceerde hoeveelheden.

Agenda 2000: twee pijlers

De hervormingen van ‘Agenda 2000’ verdeelden het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid in twee pijlers. Verschillende maatregelen voor plattelandsontwikkeling werden geïntroduceerd, waaronder gewasdiversificatie, de oprichting van producentengroeperingen en ondersteuning van jonge landbouwers. Agromilieumaatregelen werd verplicht voor alle lidstaten. De ondersteuning van de markt voor granen, melk en zuivelproducten en rundvlees werden stapsgewijs verlaagd, terwijl de directe gekoppelde betalingen aan de landbouwers werden verhoogd. Betalingen voor belangrijke akkerbouwgewassen als granen en oliehoudende zaden werden geharmoniseerd.

Midterm review 2003: ontkoppeling en cross compliance

De Midterm-hervorming van 2003 zorgde voor een ontkoppeling van subsidies van bepaalde gewassen ten opzichte van de opbrengst. De nieuwe bedrijfstoeslagen zijn onderworpen aan cross-compliance voorwaarden met betrekking tot milieu, voedselveiligheid en dierenwelzijn:  het principe dat boeren aan voorwaarden moeten voldoen om geld te ontvangen.

Sinds 2004 is steeds meer steun ontkoppeld en krijgen boeren in bepaalde sectoren betaald onafhankelijk van het aantal hectares dat ze hebben of hun productie. De hoogte van de toeslag is gebaseerd op ‘historische betalingen’; de steun die men vroeger kreeg. In 2012 zijn de laatste sectoren (aardappelzetmeel, vlas en hennep) ontkoppeld en is er geen gekoppelde steun meer in Nederland.

Health Check 2008: modulatie

Vanaf 2005 is jaarlijks een deel van de inkomenstoeslagen afgeroomd ten gunste van het plattelandsfonds (‘modulatie’). In het politiek akkoord over de Health Check in 2008 is afgesproken om die verplichte overheveling jaarlijks te verhogen tot 10% vanaf 2012. Aan deze middelen zijn nieuwe uitdagingen gekoppeld: biodiversiteit, klimaatverandering, waterbeheer, hernieuwde energie, innovatie op het gebied van deze vier uitdagingen, plus een structuurversterking van de melkveehouderij.

In de verordening voor inkomenssteun, die naar aanleiding van de Health Check is aangepast, zijn mogelijkheden opgenomen om extra geld in te zetten voor speciale doelen: kwaliteitslandbouw, enkele landbouwsectoren die economisch of ecologisch kwetsbaar zijn, gebieden met een ontwikkelings- of herstructureringsprogramma, risicoverzekeringen en waarborgfondsen.

Hervorming 2013: betalingsrechten en vergroening

In het huidige GLB zijn de toeslagrechten vervallen. Vanaf 2015 komt er een nieuw systeem van betalingsrechten,  een vast bedrag per hectare. Vanaf 2019 krijgt iedere dezelfde waarde per hectare uitgekeerd. Tot 1 januari 2019 geldt een overgangsregeling, waardoor de afbouw en de opbouw van het bedrag naar een gelijk bedrag per hectare voor elke landbouwer geleidelijk gaat.

Een belangrijke doelstelling is de vergroening van de eerste pijler. Het nieuwe GLB zet in op een duurzamere landbouw en bescherming van de biodiversiteit. 30% van het bedrag dat telers ontvangen heeft betrekking op de vergroening, de zogenaamde vergroeningspremie. Als men niet aan de vergroeningsvoorwaarden voldoet, krijgt men niet het volledige vergroeningsbedrag betaald.

Meer over de meest recente hervorming >>

 

Over het GLB