POP

Logboek POP3

Het logboek POP3 geeft een chronologische weergave van het beleidsproces rond het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP), dat als tweede pijler onderdeel uitmaakt van het GLB. Meer informatie over het POP vindt u op de website van Netwerk Platteland.

Winter 2017

Nu het POP3 al enige tijd geleden is vastgesteld, is het tijd om te kijken hoe de voortgang verloopt voor de verschillende onderdelen. Er zijn afgelopen tijd updates geplaatst bij de volgende onderdelen: innovatie, waterbeheer, agrarisch natuurbeheer en Leader-gebieden.

  • Door het inzetten van operationele groepen (OG’s), ofwel ‘innovatieteams’, wil de Europese Unie innovatie in de landbouw stimuleren.
  • Met als doel een professionele experimenteerkeuken voor productontwikkeling en innovatie, is het project ‘Productinnovatie Streekproducten Brabant’ geïnitieerd. In samenwerking met ZLTO en andere partners is het project inmiddels gestart.
  • Anne-Hendrike Schuurman, Beleidsadviseur Externe Financiering bij de Unie Van Waterschappen, vertelt over de voortgang van de watermaatregelen en de betrokkenheid van de waterschappen.
  • Aard Mulders, werkzaam bij de directie Natuur Biodiversiteit voor EZ, vertelt over het agrarisch natuurbeheer en de voortgang binnen het programma.
  • LEADER heeft als doel bewoners te betrekken bij de verbinding tussen stad en platteland. Bart Soldaat, coördinator van het gebied Holland Rijnland, helpt initiatiefnemers op weg met hun subsidieaanvraag.

 

Herfst 2015

Modelregeling POP3

Van de 28 maatregelen stelt Nederland er maar negen open. Elke provincie kan uit die maatregelen zelf kiezen en ze specificeren. Daardoor kunnen grote verschillen tussen provincies ontstaan.

Provincies hanteren verschillende criteria om de beste projecten te selecteren en voorwaarden waar een project aan moet voldoen voor subsidie. Een provinciale adviescommissie adviseert Gedeputeerde Staten welke projecten te honoreren. Er wordt nog nagedacht over het aanstellen van tender-deskundigen, een secretaris en een groep inhoudelijke experts.

Alle spelregels rond POP3 worden in een Modelregeling POP3 uitgelegd. Er leven zorgen over de strakheid aan regels, bleek tijdens de bijeenkomst ‘Innovatie in POP3 voor innovatiemakelaars’ op 5 november.

LOS door commissie goedgekeurd

Alle Lokale Ontwikkelingsstrategieën (LOS) voor LEADER zijn inmiddels door de Landelijke Selectie Commissie beoordeeld. De provincies moeten de LOS nu ook nog goedkeuren. De provincie Overijssel heeft dat inmiddels gedaan, bleek tijdens de startbijeenkomst van LEADER op 30 november. Provincies moeten nog een subsidieregeling vaststellen voor de door de Lokale Actiegroep (LAG) te maken kosten en een subsidieregeling vaststellen die mogelijk maakt om subsidie te verlenen aan LEADER-projecten. (Bron: Netwerk Platteland, 21 oktober)


Zomer 2015

Infographic POP

Om de informatie over het POP inzichtelijk aan te bieden heeft Boerenverstand een infographic ontwikkeld. Hierin vindt u informatie over de rollen en verhoudingen tussen provincies, waterschappen, RVO.nl en Regiebureau POP. U kunt de infographic hier vinden.


Voorjaar 2015

Groen licht voor POP

Op 12 februari is het Nederlandse POP goedgekeurd door de Europese Commissie, samen met 17 andere POP-programma’s van Europese lidstaten. Lees het persbericht van de EC >>


Winter 2014

Eerste POP-programma’s goedgekeurd

In december 2014 zijn de Poolse, Oostenrijkse en Deense plattelandsontwikkelingsprogramma’s goedgekeurd door de Europese Commissie. Het zijn de eerste drie van 118 ontwikkelingsplannen, die wachten op goedkeuring van de Europese Commissie. Lees meer op netwerkplatteland.nl >>

Goedkeuring Nederlands POP3 vertraagd

De goedkeuring van het POP3 in Brussel is vertraagd. De EU-commissaris Phil Hogan en staatssecretaris Dijksma hebben onlangs overlegd over de Nederlandse invulling van het POP. Waarschijnlijk zal het de officiele goedkeuring plaatsvinden eind februari of begin maart 2015.
Bron: Regiebureau POP


Zomer 2014

De Europese commissie stemt in met het door Nederland opgestelde partnerschapscontract voor de structuur- en investeringsfondsen. Daarmee is in totaal 607 miljoen euro vastgesteld voor POP. Daarvan is jaarlijks 87 miljoen beschikbaar voor plattelandsontwikkeling. Lees meer op netwerkplatteland.nl >>


Voorjaar 2014

Informatiebijeenkomsten LEADER in POP3

In juni zijn vier landsdelige informatiebijeenkomsten georganiseerd over LEADER in de periode 2014-2020. Elke provincie is aan het woord geweest over haar ideeën voor de indeling van LEADER-gebieden. Er zijn nogal wat verschillen per provincie.

De termijnen voor het indienen van de Lokale Ontwikkelingsstrategie bij het Landelijk Adviescomite schuift steeds wat verder naar achteren. Volgens de meest recente informatie moet er eerst worden gewacht op goedkeuring van het POP3, dat zal eind 2014 worden. Lees meer in het Logboek LEADER op netwerkplatteland.nl >>

Consultatie POP3

Het ministerie van EZ en de provincies hebben een internetconsultatie georganiseerd over het concept-POP3.  Dit biedt iedereen de mogelijkheid een reactie te geven op of vragen te stellen over het Nederlandse concept-POP3. Er zijn ongeveer 75 reacties ingediend door zo’n dertig verschillende organisaties; veel over LEADER en het agrarisch natuurbeheer.

Ter afsluiting vond op 15 april de slotconferentie POP3 plaats in het provinciehuis in Lelystad.

Eind april is het POP3 klaar om ingediend te worden in Brussel.

Kamerbrief voortgang POP3

Op 2 april informeert staatssecretaris Dijksma de Tweede Kamer over de stand van zaken m.b.t. het POP3. Daarin dringt zij onder meer aan op een landelijk uniforme uitvoering van de jongeboerenregeling gericht op innovatieve investeringen, dat loonwerkers in samenwerkingsverbanden met agrariërs binnen de maatregelen gericht op innovatie in aanmerking kunnen komen voor POP3-subsidies en dat stadslandbouw in aanmerking kan komen voor POP3-subsidie (onder andere LEADER), dus ook in stedelijk gebied. Lees nieuwsbericht op www.netwerkplatteland.nl >>

Op 22 mei is er een VSO (Verslag Schriftelijk Overleg) over POP3 in de Tweede Kamer. Ingediende moties:

  • Ondersteun via POP3 kwetsbare sectoren die financieel extra worden geraakt door wijzigingen in de 1e pijler van het GLB (Jaco Geurts, CDA)
  • Besteed budget voor LEADER aan innovatie en duurzaamheid en innovatie binnen de agrarische sector ‘en niet aan sportclubs en golfbanen’ (Gerard Schouw, D66) Lees motie >>

Tijdens de stemming op 27 mei wordt de motie van Schouw aangenomen.

 


Winter 2013/2014

Novemberbrief

Begin december verscheen ‘de novemberbrief’ van staatssecretaris Dijksma, waarmee zij de Tweede Kamer inlichtte over de nationale invulling van het GLB. Over POP3 staat daarin onder andere het volgende: Er is voor de periode 2014-2020 voor Nederland €607 miljoen (per jaar circa €85 miljoen) beschikbaar uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO). Daar komt nog nationale cofinanciering bij.

Met POP3 wil het kabinet bijdragen aan internationale doelen op het gebied van natuur, milieu en water. Het boerenland en -erf staat daarbij centraal. Daarnaast moet POP3 bijdragen aan een concurrerende, innovatieve, duurzame en toekomstbestendige agrarische sector.

In overleg met provincies is besloten in te zetten op de volgende thema’s:

  • Versterken van innovatie, verduurzaming en concurrentiekracht. Hieronder vallen onder andere: het ondersteunen van samenwerkingsverbanden (zoals operationele innovatiegroepen EIP), landbouwstructuurversterking en een brede weersverzekering (die voorheen onder pijler 1 viel).
  • De ondersteuning van jonge boeren met 5 miljoen euro per jaar.
  • Natuur en landschap, zoals afgesproken in het natuurpact. Hieronder vallen onder meer: agrarisch natuurbeheer (dat vanaf 2016 uitsluitend uitgevoerd zal worden door collectieven), hydrologische maatregelen in Natura 2000-gebieden in het kader van de PAS en aanleg- en inrichtingsmaatregelen.
  • Verbetering van de waterkwaliteit. Dit sluit aan op het doel van het vijfde actieprogramma Nitraatrichtlijn. Het bevorderen van emissiearme landbouw en het optimaliseren van het waterbeheer voor de landbouw staan centraal.
  • LEADER. LEADER focust op integrale projecten voor de sociaal-economische ontwikkeling van het platteland die bij voorkeur meerdere doelen dienen (inclusief projecten onder het programma Duurzaam Door). Ten opzichte van voorgaande periode moet LEADER professionaliseren: nut en noodzaak van projecten moeten vooraf worden aangetoond.

Samen met de provincies is gekozen voor een beperkt aantal maatregelen (minder dan 10, t.o.v. ruim 20 in POP2) om POP3 een duidelijke focus en samenhang te geven, een versnipperde inzet te voorkomen en de uitvoeringskosten te beheersen.

Het streven is POP3 begin 2014 bij de Europese Commissie ter goedkeuring in te dienen zodat het programma in de tweede helft van 2014 kan starten.
De verdere uitwerking van de uitvoeringsstructuur, evenals uitvoeringskosten en borging van financiële risico’s, wordt opgenomen in een Convenant van rijk en provincies. Daarnaast komt er een Partnerschapsovereenkomst waarin Nederland aangeeft hoe het de middelen uit de ESI-fondsen (waaronder ELFPO) in de periode 2014-2020 in gaat zetten ten behoeve van de Europa 2020-strategie.

De Nederlandse natuur- en milieuorganisaties vrezen dat met de nationale implementatie van het GLB zoals staatssecretaris Dijksma deze voorstelt een doelmatige vergroening niet is zeker gesteld. De sector toonde zich redelijk tevreden, onder andere over het budget voor jonge boeren.

Geen geld van eerste naar  tweede pijler

In het nieuwe GLB is vastgelegd dat lidstaten 15% van het budget van de eerste pijler (directe betalingen) mogen verschuiven naar de tweede pijler (plattelandsontwikkeling). Nederland zal van deze mogelijkheid geen gebruik maken. Dat maakte staatssecretaris Dijksma begin november bekend.
Hiermee gaat de staatssecretaris in tegen het advies van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli). In de publicatie ‘Duurzame keuzes bij de toepassing van het Europees landbouwbeleid in Nederland’ (oktober 2013) pleitte de Rli ervoor geld gericht in te zetten voor innovatie en verduurzaming en daarvoor maximaal geld naar pijler 2 over te hevelen. LTO liet eerder al weten tegen overhevelen te zijn.


Najaar 2013

Basisverordening goedgekeurd

Op 24 september zijn de Raad en het Europese Parlement in een triloog het hervormingspakket voor het nieuwe GLB overeengekomen. De belangrijkste elementen van het politieke akkoord staan in vier basisverordeningen. Eén verordening gaat over Plattelandsontwikkeling. Op 30 september is de Landbouwcommissie van het Europees Parlement akkoord gegaan met deze compromisteksten. Maandag 7 oktober volgde het Speciaal Comité Landbouw (SCL) van de Europese Raad.


Lente 2013

Consultatie SWOT analyse POP3

In opdracht van het ministerie van Economische Zaken heeft het LEI een Strenghts, Weaknesses, Opportunities and Threats (SWOT) analyse opgesteld over de staat van het platteland in Nederland. Dit is een verplichting van Europa bij het opstellen van het nieuwe plattelandsontwikkelingsprogramma. De voorlopige uitkomsten van de SWOT analyse zijn voorgelegd aan de organisaties die zitting nemen in het Comité van Toezicht. Het LEI neemt de uitkomsten van deze consultatie mee in de definitieve versie van de SWOT analyse.

LEADER in POP3 – Landsdeel Oost

In landsdeel Oost zijn LEADER-coördinatoren en begeleiders Gebiedscommissies bij elkaar gaan zitten omdat zij het belangrijk vinden dat er in de volgende EU-begrotingsperiode voldoende aandacht is voor CLLD (Community Led Local Development). Zij hebben dit bepleit bij de provinciale vertegenwoordigers die betrokken zijn bij het schrijfproces voor het POP3. In dit document hebben ze de argumenten op een rij gezet en enkele voorbeeldprojecten op benoemd waarin de kracht van CLLD in de afgelopen periode naar voren komt. Download document (pdf) >>

Provinciale bijeenkomsten

Ondertussen zijn er ook enkele voorbereidingsbijeenkomsten over POP3 geweest, door provincies georganiseerd. In deze blog op netwerkplatteland.nl is een weergave van de bijeenkomst in Utrecht te vinden.


Winter 2012/2013

Akkoord Landbouwraad

De Raad van Landbouwministers heeft op 19 maart een akkoord bereikt over het Raadsmandaat voor het nieuwe GLB. Sharon Dijksma is tevreden over de resultaten van de Landbouw- en Visserijraad van 18 en 19 maart. Volgens de staatssecretaris zijn grote stappen gezet naar een groener en doelgerichter GLB. Dat schrijft ze in een brief aan de Tweede Kamer. Het mandaat van de Raad zal als basis dienen voor de inzet van de Raad bij de triloog tussen Europes Commissie, Raad en Europees Parlement. Het Ierse voorzitterschap streeft naar een definitief akkoord in juni.

Voor de plattelandsverordening – die de kaders voor POP3 stelt – zijn de volgende afspraken gemaakt:

  • Naast de 75% Europese cofinanciering voor maatregelen ten behoeve van milieu, klimaatadaptatie en klimaatmitigatie, komt nu ook steun voor investeringen ten behoeve van milieu, klimaatadaptatie en klimaatmitigatie voor dit verhoogde EU-cofinancieringspercentage in aanmerking. (Vaak is de Europese cofinanciering 50%.)
  • Lidstaten mogen maximaal 15% van de nationale enveloppe voor directe betalingen zonder nationale cofinancieringsverplichting inzetten voor bijvoorbeeld duurzaamheid en innovatie in het plattelandsbeleid, zoals ook is opgenomen in het akkoord over het Meerjarig Financieel Kader.
  • Binnen plattelandsbeleid zijn ruimere mogelijkheden opgenomen voor het stimuleren van investeringen in innovatie en verduurzaming op het boerenerf.

Europees Parlement stemt over amendementen nieuw GLB

Op 13 maart heeft het Europees Parlement gestemd over de ingediende amendementen met betrekking tot de verordeningen over het nieuwe GLB. Hiermee heeft het EP haar mandaat voor de onderhandelingen met de Raad en de Europese Commissie vastgesteld.

Update provinciale voorbereiding POP3

Op dit moment zijn vier landsdelige schrijfteams hun inbreng voor POP3 aan het voorbereiden. Staatssecretaris Dijksma heeft de provincies hiertoe uitgenodigd.
De vorderingen in het schrijfproces van POP3 lopen per provincie uiteen. Het valt daarbij op dat in de meeste landsdelen de provincies grotendeels afzonderlijk werken aan hun eigen prioritering. Alleen in Oost wordt dit landsdelig opgepakt.

Begrotingsakkoord vastgesteld

Op 8 februari 2013 heeft de Europese Raad een akkoord bereikt over het volgende Meerjarig Financieel Kader (MFK). Hierin is vastgelegd waar de budgettaire prioriteiten liggen voor de periode 2014-2020. Voor plattelandsontwikkeling is de begroting vastgesteld op 84,9 miljard euro. Dit is ongeveer 13,5% lager dan in de periode 2007-2013. Tevens is in het akkoord vastgelegd dat lidstaten de mogelijkheid krijgen tot 15% van pijler één (directe betalingen) naar pijler twee (plattelandsontwikkeling) over te hevelen en andersom. Lidstaten met rechtstreekse betalingen per hectare die lager zijn dan 90% van het EU-gemiddelde, mogen daarbovenop nog eens 10% meenemen van pijler twee naar pijler één. Dit voorjaar zal het Europees Parlement stemmen over het begrotingsakkoord.

Samenwerking goed op gang

Inmiddels is er een goede samenwerking op gang gekomen tussen het ministerie van Economische Zaken en de provincies. In een overleg heeft de staatssecretaris aangegeven dat de provincies een duidelijke inhoudelijke rol hebben. Deze inhoud zal bestaan uit vier landsdelige secties met aanvullingen van uit het Rijk die gezamenliik als één landelijk programma in Brussel zal worden ingediend. De staatssecretaris heeft aangegeven zelf procesverantwoordelijk te zijn en uit te gaan van één nationaal uitvoeringssysteem van het POP3.

Brabant overweegt nieuw systeem LEADER

Provincie Noord-Brabant meldt dat men overweegt voor het LEADER-deel van POP3 over te gaan op een nieuw systeem. De wens is om invulling en uitvoering meer aan de gebieden over te laten. Tot nu toe speelt de provincie een belangrijke rol bij de drie LEADER-groepen: voor administratie, secretariaat en voorbereiding van procedures. Omdat er minder geld beschikbaar lijkt voor Leader, is de verwachting dat het aantal LEADER-gebieden in Brabant mogelijk in aantal teruggaat. Dat laatste is nog wel afhankelijk van de verdere invulling van POP3.


Zomer 2012

Landbouw- en Visserijraad (met de Europese ministers van Landbouw)

De nadruk in de discussie lag onder meer op het – door de Commissie voorgestelde – minimumbestedingspercentage van 25% voor middelen ten behoeve van agro-klimaat-milieumaatregelen. Staatssecretaris Bleker heeft aangegeven geen voorstander te zijn van minimumbestedingspercentages (voor agro-klimaat-milieumaatregelen): “Dit belemmert mijns inziens de flexibiliteit voor de lidstaten en staat haaks op een meer doelgerichte aanpak in het plattelandsbeleid.” (Uit brief Staatssecretaris Bleker aan Tweede Kamer 29 juni 2012)

Uit de Europabrief van de vertegenwoordiging van de Oost-Nederlandse provincies in Brussel als reactie Algemeen Overleg in de Tweede Kamer op 13 juni:
De Staatssecretaris wil de 2e Pijler van het GLB inzetten voor agrarisch natuurbeheer, natuur of innovatie en duurzaamheid en vindt dat dit tot de bevoegdheden van het Rijk behoort. Er moet goede afstemming zijn met provincies en gebiedsafspraken zijn zeker mogelijk, maar waarschuwde hij: “het is niet meer zoals vroeger voor breed plattelandsontwikkelingsbeleid”.


Voorjaar 2012

Noord-Nederland (Drenthe, Friesland, Groningen)

Noord-Nederland heeft een eerste houtkoolschets uitgewerkt om te zien waar de verschillende fondsen elkaar kunnen versterken. Noord-Nederland kiest expliciet voor een regionale inzet van alle Europese structuurfondsen, met een gebiedsgerichte benadering. Dat wil zeggen dat er in de provincies gewerkt zal worden via gebiedscommissies waarbij ook gemeenten, waterschappen en maatschappelijke partijen betrokken zijn. De inzet in Noord-Nederland is om het plattelandsbeleid breed in te vullen met daarin zowel landbouw, milieu en natuur als versterking van de regionale economie en leefbaarheid op het platteland, met een gebiedsgerichte benadering. Verdere uitwerking van het plattelandsontwikkelingsprogramma begint in de zomer. Het is echter nog onduidelijk of dit via één programma gebeurt waarin alle fondsen gekoppeld zijn, of dat er voor de verschillende fondsen afzonderlijke programma’s worden uitgewerkt.

Oost-Nederland (Gelderland, Overijssel)

Oost-Nederland heeft een eerste houtkoolschets geschreven waarin de synergie tussen EFRO (Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling) en POP beschreven wordt. Verdere uitwerking komt pas wanneer er meer duidelijkheid is over de kaders. De inzet is om dit samen met partners (waterschappen, gemeenten, maatschappelijke partijen) te doen. Landsdeel Oost zet duidelijk in op synergie tussen de Europese fondsen.

West-Nederland (Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht, Flevoland)

In West-Nederland is er nog geen houtskoolschets geschreven. Men heeft vooralsnog een afwachtende houding omdat er vanuit het ministerie nog geen duidelijkheid is. Wel is de inzet van West-Nederland op het nieuwe plattelandsbeleid deels beschreven in de houtskoolschets EFRO – Kansen voor West II. In de houtskoolschets EFRO wordt gezegd dat met name maatregelen gericht op de peri-urbane gebieden met klem vragen om een geïntegreerde inzet van EFRO- en POP-middelen, aangezien het hier juist om een geïntegreerde benadering gaat van het platteland en de stedelijke gebieden. De wens is om via het plattelandsontwikkelingsprogramma ook gebiedsprocessen te kunnen faciliteren. De randstedelijke context is hierin erg belangrijk.

Zuid-Nederland (Brabant, Limburg, Zeeland)

Landsdeel Zuid heeft de houtskoolschets EFRO bestuurlijk vastgesteld en die van POP volgt waarschijnlijk bij de eerste gelegenheid na het zomerreces. Het zijn twee gescheiden documenten waarbij beide uitdrukkelijk naar elkaar verwijzen en inspelen op de synergievoordelen door slimme verbindingen op het terrein van agrofood, biobased/energie en stad-platteland relaties.
De partners in de regio worden betrokken middels bijeenkomsten. In dit kader vond op 25 mei 2012 het symposium over de kansen voor het nieuwe GLB in Zuid-Nederland plaats en zijn er expertmeetings rond Natuur en Landschap en Water gehouden.

Met de houtskoolschets POP3 wil Landsdeel Zuid een aantrekkelijk voorstel op tafel leggen bij het Rijk met als doel een positie, beleidsruimte en middelen voor de provincies te organiseren.

Bijeenkomst over EFRO

Op 14 juni vond er een bijeenkomst over EFRO plaats, waar onder meer over synergie tussen de verschillende fondsen is gesproken met het Rijk en de Provincies.  Dit krijgt in het najaar een vervolg. Wim Jansen (kwartiermaker EFRO van het Ministerie EL&I) heeft hiervoor een groep gevormd die meedenkt over synergie tussen fondsen waaraan ook een aantal POP mensen zullen aanschuiven.

Bestuurlijk overleg

Op 28 maart  heeft een bestuurlijk overleg plaatsgevonden tussen decentrale overheden en staatssecretaris Bleker over decentrale uitvoering en multifund benadering in de Europese structuurfondsen voor de periode 2014-2020:

  • Er komen vier landsdelige EFRO programma’s, zo is besloten in het overleg met staatsecretaris Bleker en decentrale overheden op 28 maart 2012. Tegelijkertijd heeft Bleker impliciet aangegeven de invulling van het POP niet bij de provincies neer te leggen: in de discussie over de synergie tussen de fondsen gaf Bleker aan het POP-fonds vooral in te willen zetten voor vergroening van het platteland en agrarisch natuurbeheer buiten de EHS.
  • Tijdens de discussie over de invulling van de synergie tussen de Europese Fondsen heeft Bleker toegezegd in juni de houtskoolschets voor POP gereed te hebben. In het najaar moeten de programma’s in grote lijnen gereed zijn, om in 2014 van start te kunnen gaan.
  • Hoe de inzet van de structuurfondsen uiteindelijk bijdragen aan de Europa2020 doelen wordt in de partnerschapscontracten tussen Nederland en de Europese Commissie vastgelegd. De doelen zoals geformuleerd in de partnerschapscontracten zijn bepalend voor de ruimte die er in de verschillende programma’s is voor de regionale beleidsdoelen. Bleker heeft toegezegd dat deze komende maanden in overleg met de decentrale overheden en andere maatschappelijke partners worden opgesteld.

Bron: Europabrief Oost-Nederland 13 april 2012


Winter 2011/2012

Het kabinet wil de focus van de maatregelen in de tweede pijler vooral richten op agrarische activiteiten. Middelen moeten vooral worden besteed aan investeringen voor duurzaamheid en innovatie, met een gerichte inzet op het gebied van klimaat, biodiversiteit, Natura 2000, water en energie. Dit om de concurrentiepositie van de Nederlandse landbouwsector te versterken.
Het kabinet is positief over de aandacht voor de mogelijkheid van het werken in collectieven. Zij denkt dat een collectieve aanpak de deelname aan agro-milieubeheer zal vergroten, waarbij het effect van maatregelen op het milieu in het landelijk gebied– in het bijzonder op het gebied van klimaatverandering, hernieuwbare energie, waterbeheer en biodiversiteit – groter zal zijn.

Bron: Regiebureau POP en de Kabinetsreactie van 28 oktober 2011


2011

Inhoudelijk zijn de nieuwe maatregelen vergelijkbaar met die uit het huidige plattelandsontwikkelingsprogramma. Dat betekent dat  onder meer kennisoverdracht, landbouwbedrijfsontwikkeling en compensatie van boeren in gebieden met een natuurlijke beperking na 2013 in aanmerking komen voor subsidie.
Een belangrijk verschil met POP2 is dat de indeling op basis van vier assen met verplichte minimum bestedingspercentages wordt losgelaten. In plaats daarvan heeft de EC de doelen van het EU-plattelandsbeleid – concurrentieversterking, milieu/natuur en leefbaarheid van het platteland – op basis van de Europa 2020-strategie vertaald naar zes kernprioriteiten. Deze zijn:

  1. Kennisoverdracht in landbouw en bosbouw,
  2. Versterking van de concurrentiekracht,
  3. Risicobeheer en versterking van keten organisatie,
  4. Bescherming van ecosystemen die afhankelijk zijn van land- en bosbouw, waaronder de Natura 2000-gebieden,
  5. Duurzaam grondstofgebruik en CO2-reductie,
  6. Stimulering van werkgelegenheid en diversificatie.

Ook wordt de bottom-upwerkwijze van LEADER voortgezet en worden verschillende netwerken ondersteund, waaronder het Europese en Nationale plattelandsnetwerk. Minimaal 5% van de middelen uit de tweede pijler zal aan Leader besteed moeten worden. De cofinancieringseis hiervoor gaat van 50% naar 20%. Daarnaast is bepaald dat minimaal 25% van de middelen aan het beheer van natuurlijke hulpbronnen / agro-klimaat-milieumaatregelen moet worden besteed.

Bron: Regiebureau POP en de Kabinetsreactie van 28 oktober 2011

POP