Actueel

Positionpaper WUR: 1. Vijf grote uitdagingen

12 september 2016 |

Het GLB moet veranderen: veel stakeholders kunnen zich daarin vinden. Wageningen University & Research neemt het voortouw en pleit voor een Gemeenschappelijk Landbouw- en Voedselbeleid. Tijdens de Mansholtlezing in Brussel op 9 september 2016 presenteerden Louise Fresco en Krijn Poppe hun positionpaper ‘Towards a Common Agricultural and Food Policy’. Deze week nemen we u stap voor stap mee door hun betoog. Natuurlijk horen we daarop graag uw mening.

Vandaag:

De noodzaak tot veranderen

Waarom moet het GLB op de schop? Fresco en Poppe beschrijven de noodzaak aan de hand van vijf grote uitdagingen.

1. Voedselzekerheid- en veiligheid

2 miljard mensen hebben te maken met ondervoeding, ruim 1,5 miljard mensen kampen juist met overgewicht. Kortom: ongeveer de helft van de huidige wereldbevolking heeft een probleem met voeding. Die wereldbevolking wordt bovendien rijker en groeit naar mogelijk 10,5 miljard mensen in 2100. Hoe gaan we die mensen voeden? Technisch gezien geen probleem, maar er zijn wel uitdagingen op het gebied van bijvoorbeeld nieuwe ziekten en plagen, watermanagement en bodemvruchtbaarheid. We moeten gewassen laten groeien op de plekken waar ze dat het beste doen. Daarom moeten we producten met elkaar uitwisselen, maar ook technologieën en goed bestuur. Europa kan zichzelf niet voeden zonder handel met de rest van de wereld en vice versa. Het GLB moet daarom geworteld zijn in een open handelsbeleid.

2. Klimaatverandering en water- en energiegebruik

Onze landbouw en het voedselsysteem moeten zich aanpassen aan klimaatverandering. Tegelijk kunnen ze ook een rol spelen in het mitigeren (verzachten) van de gevolgen van klimaatverandering. Beleid kan boeren helpen om de juiste beslissingen te nemen, risico’s te managen en technologieën voor klimaatslimme landbouw te gaan gebruiken. Maar niet alleen boeren, ook andere ketenpartners moeten helpen om onze voeding klimaatverandering-proof te maken, bijvoorbeeld door de samenleving te helpen over te gaan op een meer duurzaam consumptiepatroon.

Klimaatverandering heeft gevolgen voor toekomstige oogsten, maar we moeten ons ook realiseren dat voor boeren niet een opbrengstrisico maar een inkomensrisico geldt. Een goed risicomanagementbeleid kan boeren aanmoedigen de juiste maatregelen te nemen en zo de gevolgen van catastrofale risico’s te verzachten.

3. Verminderen van ecologische impacts

Bij landbouw draait het om het managen van natuur, en daardoor is er altijd een ecologische impact. Een toenemend gebruik van energie, pesticiden, meststoffen en antibiotica in de 20e eeuw had negatieve effecten op water- en luchtkwaliteit. In de toekomst zal water schaarser worden, zijn er uitdagingen op het gebied van bodemerosie- en uitputting. Dat vraagt wat van het landbouwbeleid. Hetzelfde geldt voor natuur, biodiversiteit en landschap. Natuur heeft bescherming nodig. Anderzijds komt er steeds meer waardering voor de nuttige rol van insecten en andere planten en dieren. Een nieuw landbouwbeleid moet daar rekening mee houden: soms een scheiding tussen landbouw en natuur en landschap, op andere plaatsen juist een synergie tussen beide.

4. Gezond dieet voor een levenslange gezonde levensstijl

Landbouw is noodzakelijk om ons van gezond en veilig voedsel te voorzien. Aan de andere kant zijn er steeds meer zorgen over voedselveiligheid. En veel chronische ziektes, zoals diabetes type 2 en obesitas, zijn gerelateerd aan voedselinname en levensstijl. Veiligheid en gezondheid gaan de hele keten aan. Landbouw kan net als bij klimaatverandering voor een deel van de oplossing zorgen. Zo kan landbouw in en rond steden bijdragen aan een gezond milieu en een gezonde levensstijl. Digitale innovaties kunnen gezonde diëten beter toegankelijk maken.

5. Ongelijkheid

Ongelijkheid zorgt voor sociale en politieke spanningen. Om de ongelijkheid tussen de EU en opkomende/arme economieën te verminderen moet Europa openstaan voor producten uit deze landen. Europa moet zelf juist weer kennis, diensten en kwaliteitsproducten naar deze landen brengen, zonder lokale markten kapot te maken.

Ook binnen Europa groeit de ongelijkheid door een gebrek aan economische groei en werkeloosheid. Op het platteland maar ook in steden. Het landbouwbeleid moet daarom focussen op beschikbaarheid van gezonde voeding voor armere mensen. De vraag is of de voedingsindustrie ook iets kan bijdragen aan de ongelijkheid op het platteland. Wel geldt dat de meeste GLB-betalingen nu naar de grote bedrijven gaan, terwijl kleine boeren en jonge mensen de meeste ondersteuning zouden kunnen gebruiken.

Samenvattend

De vijf grootste uitdagingen moeten het landbouw- en voedselbeleid van de toekomst vormgeven. Daarbij is niet alleen een rol weggelegd voor boeren: alle partners in de voedselketen moeten iets doen aan de lage inkomens van boeren, hun milieuprestaties en het aanbod van gezonde opties voor de consument. Het verschillende beleid voor voedsel, landbouw, milieu, klimaatverandering en concurrentie moeten beter op elkaar afgestemd worden. Lokale kennis is nodig, zodat we om kunnen gaan met lokale verschillen en voedselculturen. Dat vraagt decentralisatie van het beleid, zonder dat dit grenzen opwerpt voor de gemeenschappelijke markt.

Het hele positionpaper vindt u op www.wur.nl >

 

Tags: , ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>