Actueel

Positionpaper WUR: 5. De verandering van het GLB in een Gemeenschappelijk Landbouw- en Voedselbeleid na 2020

16 september 2016 |

Het GLB moet duurzamer: veel stakeholders kunnen zich daarin vinden. Wageningen University & Research gaat verder en pleit voor een Gemeenschappelijk Landbouw- en Voedselbeleid. Tijdens de Mansholtlezing in Brussel op 9 september 2016 presenteerden Louise Fresco en Krijn Poppe hun positionpaper ‘Towards a Common Agricultural and Food Policy’. Deze week nemen we u stap voor stap mee door hun betoog. Natuurlijk horen we daarop graag ook uw verhaal.

Vandaag:

Vijf pijlers voor verandering

Het Gemeenschappelijk landbouwbeleid richt zich nu alleen op boeren. Dit terwijl consumenten ook een grote rol hebben in de voedselproductie, net als overheden en de industrie. Voor een nieuw Gemeenschappelijk Landbouw- en Voedselbeleid is het van groot belang dat ook deze stakeholders meegenomen worden in het nieuwe beleid.

Vijf pijlers voor een Gemeenschappelijk Landbouw- en Voedselbeleid.

Fresco en Poppe pleiten voor een nieuw Gemeenschappelijk Landbouw- en voedselbeleid aan de hand van vijf pijlers. Het huidige beleid wordt opgesplitst in drie pijlers en er worden twee nieuwe pijlers toegevoegd.

Pijler A voor inkomensondersteuning: vermindering directe betalingen, aftopping en gericht handelen.

In het huidige systeem worden boeren per hectare betaald. Dit zorgt er voor dat de grootste boerderijen ook de meeste directe betalingen ontvangen. Nu zijn veel boeren erg afhankelijk van deze betalingen om hun bedrijven enigszins rendabel te houden.
In het nieuwe systeem zoals dat in het position paper wordt voorgesteld, zal er een vermindering van de directe betalingen zijn (capping). Maar het geld wat uitgegeven wordt zal doelgerichter uitgegeven worden aan degenen die het ook echt nodig hebben (targeting). Er wordt meer gekeken naar regionale situaties om zo de boeren zo gericht mogelijk te kunnen ondersteunen. Boeren die wel directe betalingen willen blijven ontvangen zouden zich dan bijvoorbeeld bij een stelsel kunnen voegen voor betalingen van ecosysteemdiensten in pijler B. Uiteindelijk zal in pijler A geld bespaard worden.

Pijler B voor ecosysteemdiensten gebaseerd op contracten: in lijn met regionale verschillen en duurzaamheidsprogrammas van de industrie

Pijler B richt zich op de omgeving en het milieu. Het doel is om het beleid in één lijn te krijgen met duurzaamheidsprogramma’s van uit de industrie en publieke sector. Er zal een focus zijn op regionaal niveau omdat milieuomstandigheden sterk per regio kunnen verschillen. De EU moet wel kunnen garanderen dat betalingen niet een vorm van staatssteun worden maar een contract voor het leveren van publieke goederen voor marktgeoriënteerde prijzen.

Het geld wat in pijler A is uitgespaard door capping en targetting kan gebruik worden om in pijler B boeren te betalen die zich aansluiten bij een dergelijk duurzaamheidsprogramma. Maar het meest belangrijke effect is dat boeren die inkomsten verliezen uit pijler A van het GLB, een reden hebben om voedselproducenten te vragen duurzaamheidsprogramma’s op te zetten. Hierdoor neemt de kans toe dat de hele voedselketen deel gaat nemen in de strijd tegen klimaatverandering en andere milieuproblemen.

Pijler C voor plattelandsontwikkeling: innoveren voor concurrentievermogen

De derde pijler focust meer op de maatschappelijke aspecten van het Gemeenschappelijk Landbouw- en Voedselbeleid. Dit richt zich op werkgelegenheid, een levendig landelijk gebied en innovatie ter verbetering van het agrarisch concurrentievermogen van verschillende regio’s. Innovatie is van groot belang voor de ontwikkeling van het landelijk gebied, maar hiervoor is wel samenwerking vereist van meerdere stakeholders.

Het is alleen niet zo dat innovatie voor alle regio’s die onder het nieuwe gemeenschappelijk landbouw- en voedselbeleid vallen van toepassing is. In sommige afgelegen gebieden in Oost-Europa is de landbouw dusdanig kleinschalig, maar wel het voornaamste levensonderhoud, dat hier de aandacht moet gaan naar het voortbestaan van deze boerderijen. Daar zullen eerder de financiële middelen van pijler A ingezet worden dan van pijler C. Uiteindelijk wordt een goede mix gevraagd van pijler A (vermindering van armoede), pijler B (collectieve goederen & ondersteuning van verduurzaming) en pijler C (innovatie).

Pijler D voor een consumenten voedselbeleid: spreek de consument, industrie en retailers aan voor een klimaat-slim dieet

De uitdagingen van een Gemeenschappelijk Landbouw- en Voedselbeleid kunnen niet aangepakt worden zonder de consumenten ook in het proces mee te nemen. Hierbij gaat het niet alleen om gezonde voeding, maar ook om zaken als goed geprijsde klimaat-slimme producten, of de aanpak van voedselverspilling. Deze zaken reiken verder dan alleen het algemene voedselbeleid wat voornamelijk op voedselveiligheid focust.

Pijler D zal zich vooral richten op consumenten en partners uit de industrie die andere consumenten het sterkst beïnvloeden in hun voedselkeuze en consumptie. Hierbij gaat het om retail, catering (kantines, bedrijfsrestaurants) en de voedselverwerkingsindustrie.

Recente voorbeelden van voedselbeleid laten zien dat er al wel kleine bewegingen gaande zijn. Denk bijvoorbeeld aan het terugbrengen van zoutgehaltes, of extra belasting op suikerrijke producten en drankjes. Het wordt echter wel duidelijk dat veel aspecten van voedselverpakking en marketing net als belastingen relevant zijn voor de algemene markt en daardoor krijgt de EU hier ook een rol in.

Pijler E voor monitoring en onderzoek

In het Gemeenschappelijk Landbouw- en Voedselbeleid is er een belangrijke rol weggelegd voor monitoring en onderzoek. Er is nu een gat tussen burgers en boeren wat gedicht moet worden. Hierbij speelt kennis een belangrijke rol. In de toekomst moeten boeren en consumenten de kennis hebben om goede keuzes te kunnen maken. Kennisuitwisseling tussen onderzoeksinstituten, boeren, consumenten en producenten moet gestimuleerd worden.

Ook goede datanetwerken zullen een belangrijke rol in gaan nemen in het nieuwe beleid. Deze zullen bijdragen aan een goede uitwisseling van kennis maar ook gebruikt worden voor modelleren en monitoring. Door middel van ‘Citizen Science’ kan goed beleid gemaakt worden en kan het Gemeenschappelijk Landbouw- en Voedselbeleid goed van de grond komen. Het gebruik van Citizen Science leidt tot een grotere betrokkenheid van burgers bij voedselproductie en landbouw. Deze vorm van co-creatie tussen wetenschap en maatschappij kan bijdragen aan het begrijpen wat werkt in het Gemeenschappelijk Voedsel en Landbouwbeleid en wat niet.

Tijd om te starten

Europa’s Gemeenschappelijk Landbouwbeleid moet omgevormd worden naar Gemeenschappelijk Landbouw en Voedselbeleid. Alleen door de hele keten op te nemen in een beleid kunnen problemen als klimaatverandering, verlies van biodiversiteit en ongelijkheid gericht aangepakt worden en kan er een goed voedsel en biobased industrie opgezet worden. Er zijn weinig uitdagingen die minder urgent zijn dan deze.

 

Tags: , ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>