Actueel

Stadslandbouw geeft richting aan nieuw GLB

18 juni 2015 |

Vorm het GLB om van een landbouwsysteem naar een voedselsysteem. Een terugkerende suggestie in de consultatie ‘Hoe moet het GLB eruit zien na 2020?’, die ook naadloos past bij de ideeën die kwamen bovendrijven tijdens de bijeenkomst ‘Energiek samenwerken aan onze roots in de stadslandbouw’ in Den Haag. Centrale vraag deze dag: hoe verhoudt een opkomende beweging als stadslandbouw zich tot de toekomst van de landbouw? En welke waarden zouden in het nieuwe GLB meer ruimte moeten krijgen?

Schaalverfijning

Schaalverfijning. Dat woord blijft resoneren na de bijeenkomst. Het staat haaks op de ontwikkeling van de landbouw, waarbij de afgelopen decennia steeds is ingezet op schaalvergroting en productie voor de wereldmarkt. Een ontwikkeling waar de opzet van het GLB ook aan heeft bijgedragen. Met als neveneffect een consument die heel ver af is komen te staan van voedselproductie. En een boer die de vraag van de consument niet kent.

Schaalverfijning is iets anders dan kleinschaligheid. Veel mensen denken bij het woord stadslandbouw aan zaken als gemeenschappelijke groentetuintjes, of ze hebben een utopisch beeld van de zelfvoorzienende stad. De VN hanteert een heel brede definitie van stadslandbouw, die in het kort neerkomt op het (met intensieve methoden) produceren van voedsel in of nabij de stad, als antwoord op de vraag vanuit die stad. Een definitie waarin bijvoorbeeld ook het verbouwen van groente met LED-verlichting past, of varkensflats in de stadsrand.

Heel Nederland stadslandbouw?

Zo opgevat zou in het dichtbevolkte Nederland het hele landbouwareaal onder ‘stadslandbouw’ kunnen vallen. Áls stad en land minder met de rug naar elkaar toe zouden gaan staan, want juist het cruciale aspect van productie voor de lokale markt ontbreekt. En dat is een richting waarin het GLB zich zou moeten gaan ontwikkelen, een richting waarin stadslandbouw ons aanwijzers kan geven.

Welke definitie je ook hanteert, voor ons is stadslandbouw of ‘regionale landbouw’ in de eerste plaats een etalage voor het eerlijke verhaal over voedsel en voedselproductie. Met stadslandbouw kun je laten zien dat er andere manieren zijn om landbouw te bedrijven dan het dominante model, met voorbeelden van kortere ketens tussen producent en consument, manieren waarop je een regionaal productiemodel kunt opzetten, nieuwe economische modellen, waarin de verbinding tussen stad en land centraal staat. En de consument weer verbindt met wat hij eet. Maar stadslandbouw is meer dan voedselproductie. Het kent ook een sociale kant. Het verbindt mensen onderling en zorgt voor banen. Stadslandbouw is al lang voorbij de recreatieve functie. Stadslandbouw is de drager van de gezonde stad.

Lokale ketens stimuleren

Hoe zou dat vorm kunnen krijgen? Kun je een log apparaat als het GLB zo vormgeven dat het regionale productie en lokale ketens stimuleert? Wij denken van wel. Andere landen zoals Oostenrijk zetten binnen de Europese kaders wél veel meer in op lokale voedselproductie. Met andere woorden: die logheid is deels een Nederlandse keuze.

Uit de consultatie van de afgelopen weken klinkt ook duidelijk: inkomenstoeslag zonder maatschappelijke tegenprestatie is uit de tijd. In het huidige GLB worden aan die directe betalingen vergroeningsvoorwaarden verbonden, maar dat kan natuurlijk goed uitgebreid worden naar andere maatschappelijke doelen. Bijvoorbeeld de voorwaarde dat je als boer je regionale afzet geregeld moet hebben of dat boeren in een coöperatieve vorm de relatie tussen vraag en aanbod met nabije steden hebben gelegd.

Makkelijker gezegd dan gedaan

Dat is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan en het huidige systeem is er niet op ingericht, maar stadslandbouw laat zien welke kant je op kunt denken. Niet iedere boer hoeft met een marktkraampje naar de stad of een boerderijwinkel te beginnen. Maar je kunt wel denken in de richting van ‘community supported agriculture’, consumentengroepen die gezamenlijk voedsel inkopen. Daarmee creëer je niet alleen kortere lijnen, maar maak je dat ook efficiënt voor boeren. Door de kortere lijnen en de meerwaarde van direct contact is het voor boeren ook economisch interessant. In de toekomst zullen boeren hun inkomen weer zelf verdienen door de relatie met de consument te versterken en de tussenhandel te minimaliseren, zo neemt de afhankelijkheid van het GLB wellicht ook af.

Voedsel produceren voor de stad

Het GLB is na de oorlog in het leven geroepen vanuit de gedachte ‘nooit meer honger’. En dat betekende vooral nooit meer honger voor de stedelingen. Dat is in de loop van de tijd doorgeschoten in de richting van een steeds hogere productie, maar ook naar afhankelijkheid van de wereldmarkt en hoge economische risico’s.

We zitten in een systeem van boeren die weinig krijgen voor hun producten (en toeslagen nodig hebben), consumenten die vooral gericht zijn op ‘waar is voedsel het goedkoopst?’ en daartussenin een stuk of vijf grote bedrijven die er het meeste aan verdienen, maar die het minste bijdragen aan de regionale economie.

Stadslandbouw laat in het klein zien hoe dit zou kunnen. Natuurlijk niet ineens, maar wij hopen dat het GLB hier naartoe beweegt. En dat grootschalige boerenbedrijven ervan leren. Dan is stadslandbouw de ontwikkelrichting voor de nieuwe toekomstbestendige boer.

Liane Lankreijer (Natuurlijk in je kracht)
Pauline van den Broeke (Can you imagine)

Auteurs van het rapport ‘Energiek samenwerken aan onze roots in de stadslandbouw’, naar aanleiding van de bijeenkomst van 10 april jl., in opdracht van het ministerie van Economische Zaken.

 

Tags: ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>