Actueel

Stelling 1: Het nieuwe GLB moet flexibeler

24 mei 2016 |

Flexibele budgetten

Het LEI schetst 3 mogelijke scenario’s voor het GLB: ‘hightech’, ‘self organisation’ en ‘collapse’. We weten niet welk scenario zich zal gaan ontvouwen, daarom is het belangrijk om middelen uit het GLB flexibel in te zetten. Het GLB moet de mogelijkheid bieden om te schuiven met budgetten, van het ene doel naar het anderen, maar ook van het ene instrument naar het andere. Bijvoorbeeld naar risicomanagement. Zo kunnen we optimaal inspelen op veranderende omstandigheden. Aan de andere kant: dat houdt natuurlijk wel in dat er minder langetermijnzekerheden zijn.

Inspelen op regionale verschillen

Een flexibeler GLB biedt ook de mogelijkheid om meer in te spelen op regionale verschillen. Een boer in Roemenië loopt tegen heel andere zaken aan dan een boer in Spanje, bijvoorbeeld. Een flexibel GLB kan tegemoetkomen aan de ontwikkelingen die in een bepaald gebied spelen. Maar: zo wordt het wel ingewikkeld om een ‘level playing field’ te bereiken.

Wat vindt u? Moet het GLB flexibeler? In welke opzichten wel of niet? En hoe zou dat vorm kunnen krijgen?
Reageer hieronder!

Een overzicht van alle stellingen in deze online discussie vindt u hier >>

 

 

Tags: ,

7 reacties op “Stelling 1: Het nieuwe GLB moet flexibeler

  1. Het zou zo moeten zijn dat boeren maatregelen kunnen kiezen die passen bij het bedrijf en aansluiten bij de kansen in een regio. Ze moeten beloond worden omdat ze bijdragen aan de doelen van het GLB. Hierbij kun je denken aan inspanningen op het gebied van productiedoelen, maatschappelijke inspanningen en duurzaamheidsmaatregelen. Dus minder generiek beleid. Dat vraagt flexibiliteit. Een gelijk speelveld is daarbij belangrijk, en de regels tussen regio’s moeten ook niet compleet uiteen gaan lopen, maar we moeten ook realistisch zijn en zien dat landbouw zich in het ene gebied anders en verder heeft ontwikkeld dan in het andere gebied.
    NAJK is er voorstander van dat het GLB gerichte maatregelen neemt waardoor Europa minder afhankelijk wordt van de wereldmarkt als het gaat om invoer van grondstoffen. Bijvoorbeeld stimulatie van eiwitproductie. Omdat het logisch is om de productie van eiwitten te stimuleren in landen waar de landbouw grootschaliger is dan in Nederland, kan dit betekenen dat je in de ene lidstaat andere teelten ondersteunt dan in de andere.
    Flexibiliteit betekent niet vrijblijvendheid. Het is erg belangrijk dat je een stip op de horizon houdt, en niet ieder jaar je budgetten aan andere zaken gaat besteden. Je formuleert doelen, het kost tijd om die te behalen. Maar die haal je niet als je je continu op andere zaken gaat richten.

  2. Beste Petra,
    Dat is een interessante uitleg over het levelploayingfield die je geeft. Dank daarvoor.
    Verrassend dat je “niet veilig voor de gezondheid” een oneigenlijk argument noemt. Ik zou zeggen: dat is juist een heel legitiem argument. Zeker als we richting een voedselbeleid willen gaan. Is het heffen van een hoge suikertax ook een handelsbarrière? Dat is toch een beoogd instrument voor het voedselbeleid?
    Tweede vraag: is het voor Nederland niet heel verstandig om het levelplayingfield los te laten door juist binnen de landsgrenzen barrières te ontwikkelen tegen de groei van de veestapel? De hoeveelheden mest nemen weer fors toe.
    Misschien kunnen we hier met een flexibel GLB ook in sturen? Minder geld voor regio’s en waar de productie te intensief is?
    Met groeten, Carlo.

  3. Geachte heer Hoeksema,
    De stellingname dat het GLB te veel gericht is op landen, vind ik een interessante. U geeft aan dat er sterke regio’s nodig zijn. Waar denkt u dan aan? Denkt u aan versterking van de regio’s binnen een lidstaat? Of denkt u meer aan een indeling van Europa in regio’s als Noord-Europa, Zuid-Europa, Oost-Europa?
    Bert-Jan Ruissen, ministerie van EZ

  4. Als je GLB-geld koppelt aan maatschappelijke doelen zoals klimaatdoelen, wat ik op zich een goede zaak vind, ontkom je er niet aan om in verschillende regio’s verschillende regelingen in het leven te roepen. Het is goed om je te realiseren dat je daarmee diversiteit introduceert, en om daarover het gesprek aan te gaan.

    Voor zo’n flexibel systeem heb je echter sterke regio’s nodig, waarbij landsgrenzen er minder toe doen. Ik denk dat het GLB nog te veel gericht is op landen. Te veel diversiteit lijkt me daarom, in de fase waar Europa zich nu in bevindt, gevaarlijk. Het knaagt aan de onderlinge solidariteit en dat kan hele enge gevolgen hebben. Je moet je daarom afvragen of het ‘medicijn’ niet erger is dan de kwaal.

  5. Sommigen vinden het GLB al flexibel. In de laatste hervormingsronde waren er voor de lidstaten diverse implementatieopties en dus keuzevrijheid, zij het dat daar beperkingen aan waren. We weten eigenlijk op dit moment nog niet goed hoe lidstaten die ruimte precies gebruikt hebben. Maar mijn eerste indruk is dat lidstaten die ruimt ook hebben gebruikt om beter op de lokale behoeften in te spelen. Dat lijkt me winst. Wat je alleen wel wil is dat er serieus beleid wordt gevoerd en geen sprake is van verkapte subsidiering zonder levering van tegenprestaties. Ook daarom is het van belang dat er op EU niveau gekeken wordt naar het level playing field: het spel moet eerlijk worden gespeeld en er moet geen bevoordeling van bepaalde groepen plaatsvinden. Meer flexibiliteit moet daarom volgens mij juist samengaan met het kijken of het beleid staatssteun-toets-proof is.

  6. Jouw reactie bevat verschillende elementen, ik ga nu in op de laatste vraag over het level playing field.
    Er zijn van oudsher verschillen tussen landen in waar ze goed in (kunnen) zijn. Dat heeft deels te maken met natuurlijke productieomstandigheden, die meer of minder naar de hand te zetten zijn. Die verschillen leiden tot handel, land A produceert olijven, land B kaas.
    Met level playing field wil je vooral bereiken dat de wettelijke regels en voorwaarden naar elkaar toe gaan. Achterliggende idee is dat dat goed is voor de economie en handel, omdat iedereen dan gebruikt maakt van zijn zogenaamde relatieve voordelen. En allerlei eisen niet worden gebruikt als verkapte handelsbarrières. En land A kaas niet kan weigeren omdat deze niet veilig zou zijn voor de gezondheid (en om zo de eigen kaasproductie te beschermen).
    Het gelijke speelveld is ook het grote economische voordeel van bijvoorbeeld de EU, (vrijwel) gelijke eisen aan de productie. Dan kunnen producten niet om oneigenlijke redenen (niet veilig voor de gezondheid bijvoorbeeld) worden geweigerd.
    De beperking van dit zal ook duidelijk zijn, veel kosten – zoals voor milieu en dierenwelzijn – zitten nog helemaal niet in de prijs verdisconteerd, of nog niet in voldoende mate.

  7. Het is voor een ondernemer altijd prettig als er langetermijnzekerheden zijn, zeker als het gaat om een heel langlopende subsidie waar je niets voor hoeft te doen. Die situatie heeft al heel lang geduurd. De tijden zijn veranderd. Met de voedselzekerheid zit het wel goed. En zolang de grondprijs zo hoog blijft, en boeren dat ook kunnen betalen, gaat het economisch blijkbaar nog goed. Dus is de tijd rijp om zaken te gaan veranderen en afscheid te nemen van dit soort lange termijn zekerheden.
    Een levelplayingfield is toch eigenlijk amper sprake van met alle verschillen tussen landen en regio’s. De productie-omstandigheden in China en Nederland verschillen ook. Waarom moeten we dat eigenlijk koesteren, zo’n levelplayingfield? Is dat niet een vreemde ouderwetse gedachte?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>