Actueel

Stelling 5: De vergroening van het GLB stelt nog niet veel voor. De ambities voor vergroening moeten snel omhoog.

7 juni 2016 |

Kritiek op vergroening

Er is veel kritiek gekomen op de invulling van de vergroening bij de introductie ervan in 2014. Het levert te weinig op voor natuur en milieu, is de breed gedeelde gedachte. De vraag is of we rijp zijn voor een verdergaande vergroening. Gijs Kuneman stelt in zijn blog dat de overheid op dit moment nog wat achterloopt vergeleken bij het bedrijfsleven. Daar komen initiatieve van de grond waarin vergroening wordt beloond.

Wat vindt u?

Hoe kijkt u hier tegen aan? Moeten de ambities omhoog en hoe snel moet dat? Is er reden om halverwege deze periode al aan de vergroeningseisen te gaan sleutelen?  We horen het graag naar aanleiding van de stelling: de vergroening van het GLB stelt nog niet veel voor, de ambities voor vergroening moeten snel omhoog.

Reageer hieronder! 

 

Tags: , ,

6 reacties op “Stelling 5: De vergroening van het GLB stelt nog niet veel voor. De ambities voor vergroening moeten snel omhoog.

  1. Vergroening zie ik als een ambitie, die inhoudt dat iets beter moet worden. Dat betekent dat je geen beloning kunt geven aan boeren die in stand houden wat er al is. Kortom ook graslandboeren zullen iets moeten gaan leveren voor hun vergroeningsgeld. In zekere mate gaat dat ook op voor akkerbouwers die EFA’s invullen met vanggewassen. Maar in feite kan ik die boeren zelf niets kwalijk nemen, want die opereren als ondernemer. Als belastingbetaler wil ik meer waar voor mijn geld en stel ik dat de vergroening veel meer ambitie moet hebben en waarmaken, zodat er een tandje bij moet. Iedere boer die vergroeningsgeld ontvangt (dus ook de melkveehouder) mag niet ontkomen aan het aantoonbaar opleveren van maatschappelijke groene diensten. Die hoeven overigens niet alleen in biodiversiteit te zitten, maar kunnen ook in de vorm van landschapsbeheer. Samenhangende maatregelen zijn effectiever en zouden wat mij betreft extra beloond moeten worden. Als vergroening vanuit het bedrijfsleven zelf komt is dat nog mooier. Daarvoor bestaat een optie om die als vorm van gecertificeerde boeren mee te nemen onder de categorie ‘per definitie groen’. Uiteindelijk is het de toekomst dat het bedrijfsleven het helemaal zelf regelt en groen en duurzaam produceert. Dan kan ook veel meer maatwerk worden geleverd. Een goede samenwerking tussen boeren, agrofood en natuur- en landschapsorganisatie vind dan wel van belang. Tot dat allemaal is gerealiseerd kan het GLB daar nog een belangrijke bijdrage en impuls aan leveren. En ja, het heeft wel wat van een circus, maar ik geloof dat zonder GLB de vergroening van de landbouw in veel Europese landen een illusie blijft.

  2. Nu uit de bijdrage van zowel Alex Datema als Eric Pelleboer blijkt dat deze vertegenwoordigers van landbouworganisaties ook niet tevreden zijn met de vergroening, moet het toch niet moeilijk zijn om hier dus stappen in te gaan zetten. Wat mij betreft verdwijnen ten eerste de vergroeningsmaatregelen die onvoldoende effect hebben op biodiversiteit, zoals de vanggewassen. Ten tweede zou er meer aandacht moeten komen voor de vergroeningsmaatregelen die wel een positief effect hebben. Voor mij is verder het hele systeem van wegingsfactoren contraproductief. Iets werkt of iets werkt niet. Als het niet werkt neem je het niet op, als het werkt hoef je het niet hoger te waarderen dan iets wat niet werkt. Een koppeltje patrijs heeft simpelweg ruimte nodig om te overleven. Je kunt een akkerrand van 2 meter aanleggen wat via een wegingsfactor telt als 5 meter, maar voor de patrijs blijft het echt 2 meter en daar heeft deze vogel niet genoeg aan. Verspilde moeite dus en zonde van tijd en geld.

    En dat de melkveehouderij eveneens een actieve vergroeningsopgave zou moeten hebben, lijkt me logisch. Ik heb nooit gesnapt waarom deze laatste tak uitgesloten is van echte maatregelen. Er is in dit land nog plaats genoeg voor mooie bloemrijke slootkanten, bijvoorbeeld.

  3. Ik ben het er helemaal mee eens dat de vergroening wel wat ambitieuzer mag. Het wordt boeren nu wel erg gemakkelijk gemaakt om aan de vergroeningseisen te voldoen. Als akkerbouwer zaai je groenbemester in als vanggewas en als melkveehouder zorg je dat je je blijvend grasland blijvend houdt, en dan ben je er al. Zo wordt het wel heel onaantrekkelijk voor boeren om een stapje verder te gaan. Voor de landbouwpraktijk is het prima, zo’n vanggewas, maar de biodiversiteit schiet er niet veel mee op.
    Ik vind dat we ambitieuzer moeten zijn om twee redenen. Ten eerste zijn er andere, verdergaande maatregelen nodig om de biodiversiteit te versterken. En ten tweede moeten we ons richting de maatschappij verantwoorden voor de steun die we krijgen, we moeten iets laten zien als legitimatie van al dat geld. Dat kunnen akkerranden zijn, vogelakkers of andere soortgerichte maatregelen, maar ook maatregelen die het landschap versterken.

  4. Het is altijd belangrijk om er steeds een stapje bovenop te zetten, maar dat geldt voor alles wat mij betreft. Efficiëntere productie, maar ook de ambities met de vergroening. Mits boeren die flexibel in kunnen vullen, waarbij ze beloond worden voor maatregelen die bijdragen aan het doel.

  5. Ik betwijfel zeer of de ambities voor vergroening wel omhoog moeten, ik ben bang dat het leidt tot het verder vergroten van het circus dat nu vergroening heet. Op basis van argumenten vanuit economie en bestuurskunde, is het slimmer om – als je vergroening van belang vindt – dat via wetgeving te regelen, per Lidstaat bij voorkeur. Dan kun je inspelen op nationale verschillen en – bijvoorbeeld – in waterrijk Nederland andere zaken regelen dan in bergachtig Frankrijk.
    Daarnaast, onder vergroening worden zaken als milieu, landschap en natuur op 1 hoop gegooid. Het lijkt me beter om dat uit elkaar te halen, een zeer milieuvriendelijk bedrijf heeft niet per sé de gewenste effecten op natuur en landschap. Het voorkomen van negatieve effecten is wat anders dan het aanbieden van groene diensten. Meer ambities op beide sporen is prima, mits met de juiste instrumenten.

  6. Geheel eens met de stelling van Gijs dat het bedrijfsleven in sommige duurzaamheidsschema’s meer doet dan het GLB en met name de eerste pijler ervan. Mensen voorschrijven 3 gewassen te telen en daarop te controleren vanuit Brussel lijkt niet zo’n heel effectieve maatregel, en al helemaal niet als je juist kleine bedrijven die maar 1 gewas telen uitzondert (en de automatiseringsmogelijkheden die je toelaten om als je dat zou willen per perceel te controleren of er wel vruchtwisseling was, niet benut).
    Lijkt me dus dat de overheid de duurzaamheidsschema’s van bedrijfsleven zou kunnen gebruiken (wat via het equivalentieprincipe in principe als idee als is omarmd). Ik betoogde dat ook al in een column elders: (http://www.boerenbusiness.nl/columnisten/krijn-j-poppe/column/10869950/groene-contracten-in-het-nieuwe-landbouwbeleid)
    Ik blijf nog wel even worstelen met Gijs zijn suggestie dat als de overheid akkerranden verplicht maakt, marktpartijen daar dan op voort kunnen bouwen en een meerprijs kunnen vragen. Mijn denken is dat dat niet werkt en dat je het andersom moet doen. Als de overheid gaat voorschrijven, dan is het wettelijk verplicht geworden en heb je geen onderscheid meer in de markt. Als de overheid daarentegen de keuze laat, maar de pijler-1 gelden afhankelijks stelt van deelname in zo’n bedrijfsleven-schema, dan zullen boeren druk uitoefenen op de industrie om met die schema’s te komen. En met name bedrijven die kans zien er ook in de markt iets mee te verdienen zullen zo’n schema opzetten.
    Bijkomend voordeel: de controle op die schema’s ligt bij het bedrijfsleven, wordt daar georganiseerd en betaalt en kan meelopen in huidige GlobalGap etc. controles. Overheid hoeft alleen een systeem controle te doen op die schema’s.
    Nadeel: je krijgt niet overal akkerranden, er zal hier en daar een bedrijf zijn dat de druk van boeren weerstaat en niet zo’n duurzaamheidschema invoert omdat men het rompslomp vindt die in de verre markten toch niet een meerwaarde biedt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>