Actueel

De toekomst begint nu

26 mei 2016 |

Nederland is voorzitter van Europa, en dat is een kans. We kunnen nu de eerste zwaai geven aan de discussie over het GLB na 2020. Om de discussie te starten heeft het voorzitterschap een aantal thema’s voorgelegd, thema’s waar niet alle lidstaten van Europa zich nu al druk over maken. Maar waar zit de echte uitdaging? In de legitimiteit van het beleid.

De ervaring leert: nieuwe regelgeving duurt lang. Wij vinden het nu tijd om te kijken wat er anders moet in het GLB na 2020. Daarom heeft het Nederlandse voorzitterschap de Landbouwministers en de Europese Commissie eind mei uitgenodigd voor de Informele Landbouwraad met als thema: Food of the Future, the Future of Food. Het eerste moment om af te tasten hoe iedereen erin staat: hoe moet (de productie van) het eten van de toekomst eruit zien en hoe gaan we daar beleidsmatig mee om?

De grote issues

Ter voorbereiding van de Informele Raad heeft de Staatssecretaris een discussie paper opgesteld. Die gaat over de volle breedte van het landbouwbeleid. Moeten we nadenken over de stap van een gemeenschappelijk landbouwbeleid naar een gemeenschappelijk voedselbeleid? Op welke manier stimuleren we innovatie? En hoe geven we het GLB een rol in duurzaamheid? Want er gebeurt van alles, rond de circulaire economie, klimaatdoelstellingen, en daar kunnen we met het toekomstige beleid niet omheen.

Natuurlijk staat ook de moeilijke situatie van de markt in Europa op de agenda. Er zijn veel discussies gaande over hoe de voedselketen functioneert en de positie daarin van boeren. De Agricultural Markets Task Force onder leiding van Cees Veerman onderzoekt dat nu. Daaruit kunnen instrumenten komen die boeren weerbaarder maken in een volatiele markt. Bijzonder in Europa is de grote diversiteit: kleine, meer lokaal of regionaal georiënteerde boeren reageren anders op marktsignalen dan grote boeren die produceren voor de wereldmarkt.

Op één lijn

Voor sommige thema’s is draagvlak: zoals de noodzaak om wat te doen aan de marktpositie van de boer, of om evenwicht te bewaren tussen klimaatdoelstellingen en de voedselproductie. Andersom wordt de verbreding van het landbouwbeleid naar een voedselbeleid nog niet breed in Europa gedragen. Iedereen nu al op één lijn krijgen, is dan ook een illusie. Ook in de vorige onderhandelingen was er een groot onderscheid tussen landen die vooral hun boeren willen behouden, en landen die veel meer sturen op marktoriëntatie en innovatie. De omstandigheden binnen Europa zijn heel verschillend, een ‘one size fits all’ is er niet. Je hebt ruimte voor maatwerk nodig. Waarbij we streven naar een gelijk speelveld, en dat gaat ook niet vanzelf samen.

Uitdaging

Veilig, goed voedsel is heel belangrijk, maar ook zelfvoorzienend kunnen zijn. En de afhankelijkheid van de rest van de wereld. Nederland heeft een sterke veehouderij, maar is daarvoor voor een deel wel afhankelijk van grondstoffen uit het buitenland. En ben je marktgeoriënteerd, dan ben je ook weer gevoelig voor geopolitieke ontwikkelingen. Neem de importban van Rusland: dat heeft direct effect op de sector. Ik zie het als één van de belangrijkste uitdagingen om daaraan stevigheid te geven.

De andere uitdaging is om de legitimiteit van het beleid vast te houden. Iedereen vindt voldoende, gezond voedsel belangrijk. Nog nooit was ons voedsel zo veilig en van zulke hoge kwaliteit, maar ondertussen is het vertrouwen van de consument niet van hetzelfde niveau. Het is ook daarom dat we iedereen nu vragen mee te denken over de toekomst van het GLB.

Monique Remmers,
Managementteam directie Europees Landbouwbeleid en Voedselzekerheid van het ministerie van EZ

 

Tags:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>