Actueel

Vereenvoudiging directe betalingen: over huur en verhuur en driegewasseneis

30 januari 2015 |

Geachte heer Jan van de Wijnboom,

Graag wil ik reageren op uw verzoek tot meedenken om een en ander eenvoudiger te maken!

In de eerste aanzet tot het komen tot een nieuw GLB stond versimpeling hoog in het vaandel. Een basispremie voor iedere hectare gelijk! Kijk dat is eenvoudig. Vervolgens werd de referentie in de overgangsperiode gekoppeld aan de basispremie. Dus weer verschillende hoogtes van basispremie. Een jaar geleden is besloten om huidige grote ontvangers extra te compenseren door de vergroeningspremie een percentage te laten zijn van de basispremie, in plaats van een vast bedrag. Hierdoor nog meer onderlinge verschillen tussen agrariërs onderling. Op zich allemaal geen probleem wanneer een agrariër voor de komende jaren alle betalingsrechten op zijn eigen land kan gebruiken en benutten!

Huur en Verhuur

Wij opereren echter in Nederland, en de Nederlandse landbouw is vooral groot geworden door de enorme grondmobiliteit! Per regio zijn er natuurlijk verschillen, maar er is geen land waar zo veel grond gehuurd en verhuurd wordt als in Nederland.  In mijn praktijk vul ik ieder jaar ongeveer 150 aanvraag oppervlakten in, die allemaal te maken hebben met huur en verhuur!

Nu is daar door middel van de private overeenkomst wel een oplossing voor geboden, dit geeft echter veel extra administratie. En ik voorzie dat dit straks ook in veel gevallen fout zal gaan, wat weer veel nawerk zal opleveren voor ons als adviseurs, maar vooral ook voor RVO!

Wij zien helaas in de praktijk veel constructies ontstaan die het ‘feitelijk gebruik’ geweld aandoen. Reden is dat men de eigen compensatie bij het eigen bedrijf wil behouden en niet wil laten uitbetalen bij een derde.  Die derde is dan namelijk ook verantwoordelijk voor het stukje compensatie dat als vergroeningspremie wordt uitbetaald. En dan hebben we het nog niet gehad over al die gronden die door private partijen voor een jaar verpacht worden aan agrariërs.

Compensatiepremie loskoppelen van basis- en vergroeningspremie?

Waarom niet naar een systeem waarbij de compensatiepremie losgekoppeld is van de basis- en vergroeningspremie, die vervolgens jaarlijks verdeeld wordt over de hectare die een agrariër in gebruik heeft? In het geval van huur en verhuur heb je dan alleen te maken met de standaard basis,- en vergroeningspremie. Waarbij de huurder een eigen afweging kan maken of hij aan de vergroeningseisen kan en wil voldoen, zonder in deze keuze gestuurd te worden door de verhuurder!

Gewasdifferentiatie

In eerste instantie leek de gewasdifferentiatie (ofwel de driegewassen-eis) voor de meeste agrariërs geen probleem. Maar toch komen wij in de praktijk steeds meer knelgevallen tegen. Hoewel de nieuwe gewassenlijst voor de gewasdifferentiatie officieel nog niet bekend is, signaleren wij steeds vaker dat dit vooral voor gespecialiseerde bedrijven in de vollegrondsgroentesector niet gunstig is. Het probleem is dat de groentegewassen per ’familiesoort’ gerangschikt zijn. In de praktijk telen vollegrondsgroentetelers bijvoorbeeld rode kool, witte kool, spitskool, boerenkool, broccili,  bloemkool etc, die echter allemaal onder de familienaam ‘brassica’ vallen en dus als één gewas worden beschouwd. In mijn beleving is dat niet rechtvaardig, omdat in de familienaam ‘granen’ wel het onderscheid wordt gemaakt.

Nu kunt u zeggen dat juist deze gespecialiseerde bedrijven een vrijstelling kunnen krijgen als ze meer dan 50% van het areaal huren in het kader van de vruchtwisseling, maar dat geldt alleen als het gewas niet hetzelfde is als het voorgaande jaar. Terwijl bij koolsoorten vaak voor twee jaren achter elkaar gehuurd wordt. Ik verzoek de beleidsmakers dan ook om nog eens kritisch te kijken naar de gewassenlijst en de gevolgen daarvan.

Bedrijfsvoering van de één heeft gevolgen voor de ander

Een praktijkvoorbeeld waarbij het bovenstaande speelt: stel dat bijvoorbeeld een akkerbouwer met hoge referentie aan bovengenoemde groenteteler een perceel uitgebruik gaat geven middels een Private Overeenkomst. Dan is het nog maar de vraag of de vergroeningspremie, die gekoppeld is aan de compensatiepremie, zal worden uitbetaald (en vervolgens weer verrekend kan worden tussen beide partijen). In dit geval lijkt het beste advies om niet te gaan verhuren middels een P.O.  Ook hierbij kunnen we constateren dat de bedrijfsvoering van de een invloed kan hebben op de uitbetaling van de ander.

Nog veel werk te verzetten

Dit zijn zo maar twee voorbeelden die aangeven dat een en ander behoorlijk complex aan het worden is, en vaak maatwerk behoeft. In de praktijk merken wij dat het nog niet erg leeft, en dat gevolgen nog niet helemaal in beeld zijn. Voor ons als adviseurs is er nog veel werk te verzetten. Ik maak mij dan ook wel zorgen over de periode 1 april – 15 mei, waarin alle aanvragen de deur uit moeten en alle puzzelstukjes in elkaar moeten vallen. Nu al krijgen wij veel nieuwe verzoeken om in die periode ondersteuning te bieden. Een vervroeging, of verlenging, van deze periode zou dan ook erg wenselijk zijn!

Toch wil ik positief afsluiten. Doordat ik de ontwikkeling van dit beleid alle jaren intensief volg, zie ook hoe RVO worstelt met de nationale invulling binnen de kaders van het wat er vanuit Brussel is meegegeven. Hierbij wordt goed geluisterd en overlegd  met de praktijk, vooral ook tijdens alle voorlichtingsavonden in het land, waarbij wij merken dat er oor is voor knelpunten. Ook deze consultatie is een mooi voorbeeld dat de overheid oog heeft voor wat er leeft in de praktijk!

Deze blog is een uitgebreide reactie op de blog van Jan van de Wijnboom over de directe betalingen, in het kader van de internetconsultatie vereenvoudiging GLB.

 

Tags:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>