Actueel

Vergroening in de praktijk: vragen en antwoorden

18 februari 2014 |

In de Kamerbrief over de over implementatie van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (6 december 2013) geeft staatssecretaris Dijksma aan dat het nieuwe GLB drie generieke vergroeningsmaatregelen kent:

  • Gewasdiversificatie. Bedrijven moeten op bouwland minstens drie gewassen telen. Binnen de gewasdiversificatie bestaan geen mogelijkheden voor nationale keuzes, wel zijn er uitzonderingen voor kleine bedrijven.
  • Behoud van blijvend grasland.
  • Ecologisch aandachtsgebied (EFA) met een omvang van 5% van het bouwlandoppervlak.

Verder staat er: ‘Met de beschreven aanpak kan een deel van de vergroeningsverplichting worden ingevuld met de teelt van bepaalde eiwitgewassen. Hiertoe zullen nader te bepalen eiwitgewassen als onderdeel van de invulling van de aangeduide combinatiepakketten kunnen dienen. Hiermee wordt ook de teelt van veevoergewassen gestimuleerd.’

Een aantal vragen (uit de praktijk) naar aanleiding van deze maatregelen, mét antwoorden van Kornelis Oosterhuis, adviseur bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO, voorheen Dienst Regelingen).

Klopt het dat boeren alle drie de genoemde maatregelen (gewasdiversificatie, behoud blijvend grasland en 5% EFA) moeten toepassen willen zij in aanmerking komen voor de vergroeningspremie van 120 euro per hectare?

Ja, dat klopt, maar vaak zijn vrijstellingen van toepassing. Als een boer alleen grasland heeft, dan zijn de maatregelen 1 en 3 niet van toepassing. Hetzelfde geldt voor bouwland: heeft een boer alleen bouwland, dan is maatregel 2 niet van toepassing.

Verder gelden de volgende vrijstellingen:

Geen verplichting m.b.t. gewasdiversificatie:

  • Voor biologische landbouwers (Skal-gecertificeerd).
  • Bij minder dan 10 hectare bouwland (inclusief tijdelijk grasland).
  • Bij meer dan 75% grasland (inclusief tijdelijk grasland) van het totale areaal landbouwgrond, als het bouwland (exclusief tijdelijk grasland) maximaal 30 hectare is.
  • Bij uitwisseling van meer dan 50% van het bouwland met andere landbouwer(s) en per perceel een ander gewas dan vorig jaar.

Geen verplichting m.b.t. EFA:

  • Voor biologische landbouwers (Skal-gecertificeerd).
  • Bij minder dan 15 hectare bouwland (inclusief tijdelijk grasland en vlinderbloemigen).
  • Bij meer dan 75% grasland (inclusief tijdelijk grasland en vlinderbloemigen) van het totale areaal landbouwgrond, als het bouwland (exclusief tijdelijk grasland) niet meer dan 30 hectare is.

Hoe en door wie wordt bepaald welke vergroeningsmaatregelen aan de Europese Commissie gemeld zullen worden?  
Dit is nationaal beleid. De Tweede Kamer heeft hierin het laatste woord. De maatregelen zullen worden gemeld door de beleidsdirectie van EZ

Valt te verwachten dat de gewassen die nu al gebruikt wordt als veevoergewas, zoals snijmaïs, gras en koolzaad, zullen worden aangemeld voor EFA?
Alleen als er daadwerkelijk een ecologisch voordeel mee gehaald kan worden ten opzichte van de huidige situatie. Het moet wel iets toevoegen aan de gestelde doelen met betrekking tot bijvoorbeeld biodiversiteit. Sikstofbindende gewassen maken wel kans, maïs en gras niet.

Ongeveer een jaar geleden werd een motie aangenomen over het stimuleren van de binnenlandse teelt van veevoergewassen. In hoeverre speelt dit een rol bij de implementatie van het GLB?
In de brief van de Staatssecretaris aan de Tweede Kamer wordt in ieder geval genoemd dat de teelt van duurzaam geproduceerde voedergewassen gestimuleerd wordt. Het kan dus zeker een rol spelen.

 

Tags: ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>