Actueel

Wat als… Het GLB na 2020, hoe zou het volgens u ook kunnen?

16 mei 2015 |

Ook al is de besluitvorming over het GLB voor de periode 2014 – 2020 nog maar net afgerond, toch beginnen we nu al aan de gedachtevorming over het GLB na 2020. Het ministerie van EZ wil namelijk graag goed voorbereid zijn op formele en informele discussies over het GLB en heeft daarom ons – onderzoekers van LEI en Alterra – gevraagd  een schets van het GLB na 2020 te maken.

Om dit goed te kunnen doen, horen we graag uw mening. In deze blog leggen we daarom enkele vragen aan u voor, over bijvoorbeeld de basispremie en de vergroening. Wat is er volgens u nodig om een robuust en toekomstbestendig landbouwsysteem te houden binnen Europa? Beleidsbeïnvloeding heeft het meeste effect aan het begin van het proces, dus dit is uw kans. Onderaan deze blog kunt u uw reactie kwijt.

Op tijd beginnen

In het huidige GLB (2014-2020) zijn grote veranderingen doorgevoerd, onder meer de komst van de gelijke hectarebetaling (flat rate), 30% van de directe betalingen voor vergroening, extra maatregelen voor jonge landbouwers, afschaffing van de melk- en suikerquotering, meer mogelijkheden voor productenorganisaties en een grotere flexibiliteit bij het plattelandsbeleid. In de onderhandelingen over  de herziening van het GLB na 2013 hebben we geleerd dat het goed is om vroeg te beginnen met de voorbereidingen voor een volgende periode.

Wat moet er na 2020 echt anders?

U heeft waarschijnlijk de maatschappelijke en politieke discussie over het GLB in de afgelopen jaren gevolgd. Op basis van deze discussie heeft u wellicht wensbeelden voor het GLB na 2020 gevormd:

  • Moeten we bijvoorbeeld doorgaan met de huidige invulling van de ecologische aandachtsgebieden (vergroening), of zouden we dat helemaal anders moeten gaan doen, en hoe dan?
  • Kan de basispremie na 2020 worden verlaagd, en waarom?
  • Zou er vanuit de eerste pijler (de basispremie) meer geld beschikbaar gemaakt kunnen worden voor de tweede pijler (plattelandsontwikkeling, waaronder innovatie en agrarisch natuurbeheer), zodat er meer ruimte komt voor het doen van investeringen in duurzame stallen of dorpsvernieuwing?
  • Moeten boeren die streekproducten of kwaliteitsproductie leveren extra ondersteuning krijgen, en hoe?

Dit is slechts een kleine greep uit de vele onderdelen van het GLB die na 2020 opnieuw invulling vergen.

Maar het is ook goed mogelijk om eerst te kijken naar de doelen van het beleid. Wat zijn volgens u de doelen waar het GLB aan moet bijdragen? Zijn dit Nederlandse of Europese doelen? Wat is het maatschappelijk belang?

Doelen van het GLB

Bij het formuleren van wensbeelden en nieuwe doelen is het zinvol om de hoofddoelen van het beleid in beeld te houden: voedselzekerheid; klimaatadaptatie, mileu,  biodiversiteit, innovatie, duurzaamheid en een leefbaarheid platteland. We verwachten dat deze hoofddoelen ook na 2020 nog steeds van belang zijn.. De mate van aandacht voor de verschillende hoofddoelen kan natuurlijk wel veranderen. Ook is het verstandig om in beeld te houden dat we in het GLB inmiddels met 28 lidstaten rekening moeten houden en dat het budget voor het GLB zeker niet zal stijgen.

Wat gebeurt er met uw ideeën en wensen?

Mede op basis van uw inbreng maken wij een schets van het GLB na 2020. Daarbij zullen we aangeven welke wensbeelden voor het GLB na 2020 uit deze maatschappelijke discussie op internet naar voren zijn gekomen. Dit rapport vormt één van de inputs die het ministerie van EZ zal gebruiken in de EU-brede discussies over de invulling van het GLB na 2020.

We nodigen u van harte uit om uw mening te geven in de reactievelden onderaan deze blog. Wij volgen alle reacties nauwgezet en zullen ook geregeld reageren en/of vragen beantwoorden.

Ida Terluin, Anne van Doorn, Ronald de Graaff en Bert Smit,
onderzoekers van LEI en Alterra

 

Tags: ,

32 reacties op “Wat als… Het GLB na 2020, hoe zou het volgens u ook kunnen?

  1. Focus en integratie.
    Landbouw kan net als andere economische sectoren worden behandeld door Europa. Harmonie in de regelgeving en borging van het level playingfield. De focus van het GLB moet liggen op zaken die je wellicht niet makkelijk op nationaal niveau kunt regelen zoals wellicht voedselveiligheid, en -zekerheid, internationale samenwerking, kennisuitwisseling etc om te komen tot een duurzamere en sterkere landbouw. Wat daarbij ook de aandacht zou moeten hebben dat landbouw geen geisoleerde sector is en dat er volop verwevenheid is met andere sectoren. De vraag is of je wel een specifiek landbouwbeleid hebben. Zeker geen specifieke landbouwfondsen op EU niveau. De bescherming van natuurlijke bronnen, biodiversiteit etc. zullen bij uitstek beter op nationaal of regionaal/gebiedsniveau kunnen worden georganiseerd dan nu in het administratieve harnas van EU. De verschillen tussen bijv. particulier en agrarisch beheer, en daarmee gepaardgaande uitvoeringslasten zijn lastig te verantwoorden. Dit geldt ook voor veel van de in deze Blog genoemde wensen. Dit geldt ondanks de vereenvoudigingsvoorstellen voor beide pijlers. De huidige administratieve kosten voor overheid en ondernemer, van teminste 20% maar makkelijk ook > 100% van verstrekte subsidies, staan niet in verhouding tot het maatschappelijk rendement en de meerwaarde van de Europese dimensie. De besparing bij de ondernemer en overheid zou juist kunnen worden geinvesteerd in meer nationaal beleid. Andere structuurfondsen zoals Interreg, EFRO kunnen de Europese opgaven voor landbouw die je écht ook op EU niveau moet organiseren ondersteunen.

  2. In de EU is ongeveer 20% Natura 2000. Dit zijn vaak gebieden die vroeger als outfields gebruikt werden. Die gebieden werden begraasd. Eigenlijk dus landbouwgronden. Daarom zouden deze gebieden moeten worden aangemerkt als UAA Utilised Agricultural Area in Nederland benoemd als Oppervlakte Cultuurgrond (OCG). Op die manier kunnen natuurgebieden ook landbouwsteun krijgen. In de UK gebeurt dit bijvoorbeeld, maar in Nederland niet. Waarom niet? Ik zeg: doen.
    Jan Jansen, via LinkedIn-groep Toekomst van het Europees Landbouwbeleid.

  3. Ik heb me het afgelopen jaar intensief bezig gehouden met het uitleggen van het huidige GLB (zie http://www.caneucapit.eu) en mijn conclusie is: doorgaan op de huidige weg is heilloos.
    Ik heb de oorspronkelijke doelen van het GLB onder de loep genomen en gekeken in hoeverre die nog relevant zijn én in hoeverre het huidige beleid eraan bijdraagt. In mijn blog heb ik aan de hand daarvan een aantal stellingen geformuleerd . Een greep uit mijn aanbevelingen:

    In plaats van obsessief verhoging van de productiviteit na te streven moet het beleid gericht worden op verhoging van de efficiëntie en verduurzaming, als waarborg voor voedselzekerheid op lange termijn.
    Het inkomen en de levensstandaard van boeren is een zaak van de lidstaten. Europese subsidies zijn alleen nog te rechtvaardigen als daar bovenwettelijke maatschappelijke prestaties tegenover staan.
    • Investeer in verbetering in de voedselproductie in Afrika en Azie, in plaats van te proberen hier de toch al intensieve productie nog verder op te voeren.
    • De agrarische sector zou, gesteund door het GLB, modellen moeten ontwikkelen voor ‘true cost accounting’, inclusief de discussie hoe deze verrekend moeten worden.
    • Vergroening is een demotiverend monstrum en werkt wellicht zelfs contraproductief. Andere wet- en regelgeving is veel effectiever voor duurzaamheid, milieu, natuur en landschap.
    • Schaf de tweede pijler af. Plattelandsontwikkeling is sociaaleconomisch beleid en primair een zaak van de lidstaten.
    • Vorm het huidige GLB om tot een voedselbeleid, waarbij ook het thema volksgezondheid wordt meegenomen.
    Lees ook mijn volledige blog met uitgebreide toelichting >>

    1. Beste Bart,
      mijn complimenten voor de heldere opbouw van je blog. Dat heb je prachtig gedaan aan de hand van de doelen van het GLB en daarbij steeds een stellingname voor het GLB post2020. Graag leg ik je twee vragen voor. Je stelt dat
      consumentenorganisaties kunnen worden uitgedaagd om een nieuw sociaal contract met de landbouwsector af te sluiten om faire prijzen voor boeren te bedingen. Dat klinkt mooi, maar wat zou er volgens jou in zo’n contract moeten worden bepaald?
      Je pleit verder voor het omvormen van het GLB tot een voedselbeleid, waarin boeren, andere ketenpartijen en consumenten worden betrokken. Dat horen we tegenwoordig wel vaker. Mijn vraag aan jou is wat het doel van zo’n voedselbeleid zou moeten zijn en of dat – gelet op het grote aantal betrokken actoren uit verschillenden segmenten – überhaupt wel onder te brengen is in één beleidsdomein.
      Groet, Ida Terluin

    2. hoi Bart, bedankt voor je waardevolle bijdrage die het GLB op z’n grondvesten doet schudden !
      Kort samengevat begrijp ik dat je vind dat het GLB vooral voedselbeleid zou moeten zijn. Waarbij de macht in de keten herverdeeld zou moeten worden en de werkelijke kosten van voedselproductie meegerekend moeten worden. Geen sociaal beleid (want taak voor de lidstaten), geen ecologisch beleid (want werkt toch niet en ander beleid is meer effectief) en geen beleid voor productieverhoging/zekerheid. Begrijp ik je goed?
      ik waardeer de stellingname voor een eenduidig beleid, ipv het willen bedienen van vele (soms tegenstrijdige) doelen. Toch is voedselproductie zo van invloed op onze (a)biotisch omgeving dat, ik denk dat integratie van milieu- en biodiversiteitsdoelstellingen in beleid voor voedselproductie noodzakelijk is en blijft.

  4. Bij Vogelbescherming zijn we nog niet zover om nu al een schets neer te zetten hoe het GLB2021 er wel uit zou moeten zien. We moeten de echte effecten van het afschaffen van het melkquotum nog zien, evenals hoe de invulling in de collectieven van het pijler 2 geld uit gaat pakken voor biodiversiteit en in welke mate het een graadmeter is voor wat er op dit moment mogelijk is met een regionale invulling. Ik werd vooral getriggerd in deze discussie door de reactie van Claudia. Vooral haar eerste punt (inkomenstoeslag zonder maatschappelijke tegenprestatie is niet meer van deze tijd) geeft veel aanleiding tot overpeinzing: wat zijn de maatschappelijke tegenprestatie waar je voor wilt belonen? Hoe zie je dit voor je? Bij mij komen dan beelden naar voren als het samenvoegen van de gelden uit pijler 1 en 2, projectaanvragen van individuen en of gebieden die prachtige duurzame doelen gaan realiseren op basis van langjarige projectsubsides, …zulk soort zaken?

    1. Beste Cees,
      je schetst al mooie beelden: het samenvoegen van de pijler 1- en pijler 2-gelden en langdurige projecten opstarten waarvoor individuele boeren of groepen boeren worden beloond. Een soort meerjarig contract dus om een groene of blauwe
      dienst te leveren? Bij de Vogelbescherming hebben jullie ongetwijfeld ideeën over welke diensten dat zouden kunnen zijn om de vogelstand optimaal te dienen. Zou je die met ons willen delen?
      Groet, Ida Terluin

  5. Wat er zeker moet veranderen na 2020 is dat geld dat bedoeld is voor dierwelzijn ook daadwerkelijk wordt besteed aan echt dierwelzijn en niet aan het sponsoren van de kalfsector. Waarbij nu gekeken wordt hoe dit dierwelzijnsgeld zo kan worden weggezet dat het dan nog net binnen de regeltjes valt. Maar wat ook net weer geen echt dierwelzijn is want als er weer teveel aan dierwelzijn wordt uitgegeven, heeft de sector weer een ‘probleem’ omdat het dan biologisch vlees wordt. Dat vind ik echt schandalig. Dierwelzijnsgeld moet ook daadwerkelijk tegen goede komen van het dier en niet om een vleessector te sponsoren!

    1. Beste Mirjam,
      dank voor je duidelijke stellingname over dierenwelzijn. Heb je concrete ideeën voor de invulling van dierenwelzijnseisen in het GLB na 2020?
      Groet, Ida Terluin

  6. Beste mensen
    heb met belangstelling en interesse het stuk en de aanvullende reacties gelezen. Als voedsel producent stel ik; “alles wat we doen en organiseren moet ten diensten staan aan de praktijk, en wel op een manier zoals de maatschappij, de consument het wenselijk acht.
    Rekening hoedend met mens en omgeving, ecologie en humane gezondheid.
    Doelen van het GLB
    De hoofddoelen: voedselzekerheid, klimaatadaptatie, milieu, biodiversiteit, innovatie, duurzaamheid en een leefbaarheid platteland, zou daar aan toe willen voegen voeding
    vrij van niet natuurlijke stoffen en voldoende voedende waarden.

    Claudia Rieswijk,
    Alle door jou aangedragen punten kunnen wij onderschrijven en zijn in ons concept ingevuld, en reeds met succes praktijk. Waar we problemen mee hebben is dat in de politiek alles wordt opgehangen aan termen als biodiversiteit, duurzaamheid enz. Als we dan kijken hoe de politiek hier mee omgaat, durven we te stellen zonder kennis. Als voorbeeld: hoe is het mogelijk dat initiatieven die kunstmest gebruiken een duurzaamheid certificaat krijgen? Er is kennis die zegt
    kunstmest (zouten) vernietigen het bodemleven, een bodem behandeld met kunstmest is op sterven na dood. Hoe zo duurzaam?

    Bert Smit,
    Entiteit: moet ons inzien een innovatieve invulling aan gegeven worden. Equivalente pakketten is een probleem omdat partijen die dat mee zouden kunnen verwezenlijken, wellicht door de economische omstandigheden, voor korte termijn winst gaan. Ondernemen en innovatie ontwikkelen vraagt investeringen en kosten tijd.

    Ida Terluin,
    Wat zouden collectieven dan precies moeten gaan doen en hoe kun je dat dan beleidsmatig aanpakken? Dat zijn nu juist de vragen die ingevuld moeten gaan worden praktijk initiatieven samen met beleidsmakers, kom daar straks op terug.

    Krijn Koetsveld,
    Met vreugde je reactie gelezen, dat is precies zoals wij daar ook tegen aan kijken, en onze aandacht naar uitgaat en grotendeels ook ideeën over hebben tot invulling. We zien reële mogelijkheden.

    Gerrit-Jan van Herwaarden,
    Collectieven met kennis kunnen het vliegwiel op gang brengen, maar traditioneel denken verlaten en out off the box thinking is nodig om echte stappen te maken.

    Wie zijn wij?
    Een coalitie van ondernemers die voedsel produceren vanuit het natuurlijk denken. De natuur steeds meer gaan begrijpen en mee werken met die natuur en onnatuurlijke acties zo veel als mogelijk vermijden. Ons dynamisch teeltconcept is gebaseerd op dit gedachtegoed. Alle hoofd doelen van het GLB, alsmede door ons aangevuld, zijn voor ons leidend. Er zijn in ons bezit rapporten van erkende onderzoeksinstellingen die aangeven, in 70 jaar een afname van voedende elementen van – 17% tot -93% in ons voedsel pakket.

    Wij zijn in de afgelopen 15 jaar weer in staat geweest 7% tot 45% terug te krijgen. Rekening hoedend met bodem (leven) plant, dier, mens en zijn leefomgeving. Dit reeds gerealiseerd vanuit ecologische voedsel productie immers een gezonde bodem is de pijler onder gezondheid en welzijn. Ook consumenten kunnen zich aansluiten bij de coalitie waar het verdienmodel van eenieder duidelijk
    aanwezig is.

    Door de consumenten te betrekken bij voedsel productie geeft mogelijkheden om open te communiceren met mogelijkheden het consumenten vertrouwen te herwinnen. Met de kennis die we hebben durf ik te stellen dat we voedsel produceren op een ongekend nog niet geëvenaard niveau. Een product met toegevoegde waarde voor de consument geeft markt kansen die we op dit moment invullen. Om dit gedachtegoed in de sector te laten landen hebben we medewerking nodig van het hoger beroeps onderwijs de kennisinstellingen en de politiek. Dus het beleid moet ingestoken
    worden om dit mogelijk te maken. We moeten ons afvragen “wil de consument Amerikaans voedsel of authentiek ecologisch voedsel met aantoonbare toegevoegde waarde voor hem/ haar”?
    We moeten niet vergeten dat voedsel emotie is, authenticiteit en herkenbaarheid geeft vertrouwen. Hier licht een kans voor Nederland (Europa) laten we alles in het werk stellen ons op de kaart tezetten, de wereld vraagt er om.

    1. Beste Arnold,
      Dank voor je reactie. Leuk om elkaar ook eens zo te ‘spreken’. Begrijp ik goed uit jouw reactie dat het GLB geen landbouw mag steunen die kunstmest gebruikt? Dus de door jou gebruikte meststoffen vallen niet onder ‘kunstmest’? En mag het GLB volgens jou wel landbouw ondersteunen die chemische gewasbeschermingsmiddelen gebruikt? Of gebruik je die (ook) niet (meer)?
      Een andere vraag die bij mij opkomt: Moet het GLB zich ook gaan bezig houden met de kwaliteit van voedsel zoals de gehalten van mineralen en vitaminen?
      Ik ben benieuwd naar je reactie en hoop je later weer eens ‘live’ te spreken.
      Groeten, Bert Smit.

    2. GLB gelden, hoe besteden en waarvoor?
      Als we over GLB gelden besteden nadenken, moeten we ons afvragen wat vinden we belangrijk op het gebied van voedsel productie? 1. Onder welke voorwaarden 2. Waar moet rekening mee gehouden worden 3. Wat willen we bereiken? Er zijn veel zaken die direct en indirect gekoppeld kunnen worden aan voedsel productie, de discussies in de maatschappij laten dat zien. Laten we nu nuchter met verstand van zaken, de kennis mee nemen in de overwegingen, tot wijze besluiten komen.
      In mijn vorige reactie heb ik geprobeerd enkel tipjes van de sluier op te lichten. Onze conclusie, op dit moment is de traditionele voedsel producerende sector zo ver van de natuur afgedreven dat er acties ondernomen moeten worden om te komen tot, en ik weet waarover ik het heb omdat we al opzienbarende resultaten behalen. Chemisch denken verlaten op naar het natuurlijk denken. Bert t.a.v.kunstmest trek je de juiste conclusie en wij gebruiken mineralen van natuurlijke oorsprong in een vloeibare vorm vele malen efficiënter. Dus met veel minder meer. Halen we de ecologische kwaliteitsnormen van het oppervlakte water makkelijk, zo dat is alvast een probleem minder. Zo kan ik wel een dagdeel vertellen over onze verworvenheden en resultaten. O ja Bert op dit moment hebben we het chemie gebruik ongeveer al met 70% verlaagd. Ecologische voedsel productie vanuit het natuurlijk denken gebruik maken van de natuurlijke krachten, geeft resultaten op het gebied van voedsel inhoud, ecologische winst, milieu winst, dierwelzijn, biodiversiteit enz. enz. met steeds minder chemie/medicijn gebruik. We doen dit binnen een coalitie van ondernemers gezamenlijk met deelneming van de consumenten. Overigens in dat geval deelt die consument ook mee binnen het verdienmodel. Op deze wijze kan hij meesturen in het beleid.
      Daar zouden GLB gelden aan besteed moeten worden, Weg van het gemanipuleerde Amerikaans voedsel, op naar authentiek natuurlijk voedsel hier door onszelf, gezamenlijk met de consument geproduceerd met aantoonbaar meer voedende nutriënten en vitaminen. Nutriënten nodig voor uw en mijn cel groei en onderhoud, voor gezondheid en welzijn.

    3. Consumenten organisaties kunnen een rol spelen in het mee bepalen van productie wijze vanuit een visie op kwaliteit van voedsel. Hiervoor kan de consumentengezondheid leidend zijn. Prijzen van voedsel moet je aan de markt overlaten, mede door kwaliteit verschil in voedsel zal er prijs fluctuaties mogelijk moeten blijven, immers iedere waarde naar zijn geld. Voedsel producenten moeten samen met consumenten keten regisseur worden, dat kan ook leiden tot ketenverkorting, waardoor de transparantie toeneemt met als bijkomend effect consumenten vertrouwen in zijn voedsel. Naast al eerder genoemde zaken die belangrijk zijn, kan dit voor een doorbraak zorgen.

    4. Beste mensen: de discussie laat me maar niet los en heb een slecht gevoel over de afloop. Moeten we niet kernachtiger te werk gaan? Heb dat eerder al in een paar vragen aangegeven zie hier. Als we over GLB gelden besteden nadenken, moeten we ons afvragen wat vinden we belangrijk op het gebied van voedsel productie? 1. Onder welke voorwaarden 2. Waar moet rekening mee gehouden worden 3. Wat willen we bereiken? Nu kom ik in de media een stuk tegen dat me erg aanspreekt en heb het gedeeltelijk geleend om dat ik het zeer relevant vond en ben benieuwd hoe u daar tegenaan kijkt.
      TRANSITIE
      We moeten nu op een slimme manier veel zuiniger omgaan met
      grondstoffen. Daarmee kunnen we tijd kopen om vervolgens verdere innovaties en een andere leefstijl te ontwikkelen. Bezuinigen kan relatief eenvoudig op tal van terreinen, van fosfaat tot water en van stikstof tot olie. Dat weten we al decennia, maar we krijgen het niet georganiseerd. Vermoedelijk zit daar dan ook het echte vraagstuk: we hebben andere organisatie- en maatschappelijk meer betrokken besluitvormingsprocessen nodig want de (nationale en internationale) consensusvorming is veel en veel te traag.
      Nederland zou moeten nadenken hoe het op grondstoffen kan bezuinigen en hoe het andere landen daarbij kan helpen of inspireren. Wereldwijd moeten we – met een drastische vermindering van inputs of verliezen – minstens evenveel effectief te gebruiken voedsel produceren en ook nog voedzamer. Het is mogelijk om in deze transitie ook stappen voorwaarts te maken.
      Gerespecteerde bedrijven zijn wel in staat hun aanvoer in de toekomst nu al te organiseren en zijn daar (onder het mom van duurzaamheid) terecht heel druk mee bezig. Anders dan regeringen en beleidsmakers zijn die bedrijven in staat om de werkelijkheid te bekijken, doorgronden en er op te handelen.
      Misschien moeten we er eerst eens bij stil staan hoe het komt dat zulke ondernemingen de urgentie wel ziet en aan de slag gaan, terwijl onze bestaande politieke organisatievormen erin slagen de plank bij voortduring mis te slaan. Het vraagt echter wel dat we eerlijk naar onszelf durven kijken en de zaken durven benoemen ook al denk je kwetsbaar te worden. Dan is er pas een begin van verandering en dat geld ook voor andere belijd doelen. Bert kunnen (durven) we hier iets mee?

      1. Exact, deze omschreven transitie is in geen enkel opzicht uniek voor de landbouw, bundel de opgave met andere sectoren, dat is pas een transitie.

      2. Stephan, De transitie die wij binnen onze coalitie hebben doorgemaakt is wel uniek voor de voedsel producerende sector.
        Deze transitie bundelen met andere sectoren heeft pas zin als we andere zaken goed geregeld hebben. Ik geef een voorbeeld. Als de producerende sector het totale ketengebeuren aan zich voorbij laat gaan komen we niet van de onderste trede van de ladder af met alle gevolgen van dien. (Geen verdienmodel). Daar komt nog bij dat de transitie is gemaakt mede door het traditioneel denken te verlaten en zijn een totaal nieuwe weg ingeslagen. Nieuwe wegen gaan langs nieuw gebieden en dat is onbekend, en je weet het, onbekend maakt onbemind. Hiermee wil ik aangeven iets opperen is makkelijker dan er invulling aan geven, maar het komt goed. Dank voor het meedenken.

    5. Arnold, bedankt voor dit pleidooi voor transitie van ons systeem van voedselproductie.
      Zuinig omgaan met grondstoffen en machtsverschuiving binnen de keten zie ik daarbij terug komen als sleutelbegrippen. In de laatste GLB-hervorming komen deze ook wel terug (objective 2: sustainable management of natural resources en door het instellen van de producenten organisaties) maar in de uiteindelijke uitwerking is het de vraag of de maatregelen het doel bereiken. M.i. schort het dan ook niet zo zeer aan de doelen die de EC heeft gesteld voor het GLB tijdens de laatste hervorming (zie ook bv http://ec.europa.eu/agricultur…, maar aan de uitwerking in beleidsmaatregelen. Zie jij dat ook zo?

  7. Ik heb als adviseur ondertussen vele agrariers het nieuwe GLB mogen uitleggen en vertalen naar hun dagelijkse praktijk. Daarnaast zit ik nu volop in de periode van het indienen van de gecombineerde opgave! De eerste echte confrontatie met het nieuwe beleid!
    Er zijn wat mijn mening op dit moment te grote verschillen tussen de inspanningen die agrariers moeten leveren om aan de vergroening te kunnen voldoen! Vrijstellingen waar het gros van de veehouderij aan kan voldoen, tot een gewasgroep van groente gewassen waardoor VGG-telers struikelen bij de gewas diversificatie! In mijn beleving gaat het nGLB voorbij aan het feit dat de nederlandse landbouwstructuur steeds meer bestaat uit grotere gespecialiseerde bedrijven met vaak maar 1 of 2 teelten, waarbij gebruik wordt gemaakt van jaarlijks ruilen en huren van gronden. De invulling van NGLB heeft hier onvoldoende rekening mee gehouden, en maakt het op dit moment complex waarbij betalingen en betalingsrechten over en weer doorgeschoven en verrekend gaan worden, dus veel administratie voor de agrarier en voor RVO.
    We zouden naar een systeem moeten waarbij de directe betalingen gerelateerd worden aan het jaarlijks gebruik van de agrarier. Dus loskoppelen van het relatienummer, maar koppelen aan de hectare in de Gecombineerde opgave.
    Daarnaast mag er wat mij betreft een onderscheid gemaakt worden in de hoogte van de betalingen in relatie met hoog renderende, en laag renderende gewassen. Er zijn namelijk teelten waarbij de grondkosten, teeltkosten, teeltrisico’s erg hoog zijn ten opzichten van andere gebieden / grondsoorten. Dit verschil vindt je niet terug in de betalingen. Waar die grens precies moet liggen is voor een later stadium. Wat mij betreft mag de inspanningsverplichting voor vergroening daar ook een afgeleide van zijn!

    1. Beste Coen,
      dank voor je uitleg over de vele moeilijkheden waar je als adviseur in de praktijk tegen aan loopt. Bij je suggesties voor veranderingen heb ik een aantal vragen:
      1. wat bedoel je met NGLB?
      2. je wilt directe betalingen koppelen aan hectares. Hoe werkt dat in de praktijk uit volgens jou?
      3. je wilt in de hoogte van de directe betaling variëren per teelt. Kun aangeven welke teelten volgens jou een hoge betaling moeten krijgen en welke een lagere?
      1. En begrijp ik je goed als ik je vergroeningsvoorstel interpreteer als: hoe hoger de vergroeningsinspanning die een boer levert, hoe hoger de vergroeningspremie?
      Groet, Ida Terluin

      1. Beste Ida,
        Ter verduidelijking en antwoord op jou vragen!
        1. nGLB is nieuw gemeenschappelijk Landbouwbeleid! dus periode 2015-2020!
        2. Bijvoorbeeld; Heb ik dit jaar 40 hectare in gebruik, dan ontvang ik 40 x directe betalingen, heb ik volgend jaar 60 hectare in gebruik, dan ontvang ik 60 x directe betalingen. Dan hoef ik dus niet jaarlijks betalingsrechten te huren en verhuren, en dus te verrekenen ( dat laatste gebeurt in de praktijk )
        3. Waar de grens precies ligt zal moeten blijken, maar het gaat mij er om dat nu een agrariër 100 ha. graan bewerkt met 1 fte, en dat hij daarvoor 100 x basispremie ontvangt, terwijl bijvoorbeeld een fruitteler met 1 hectare met 12 fte bewerkt, en dus 1 x basispremie ontvangt.
        4. Ja, daar zou inderdaad een verdeelsleutel in moeten zitten! Nu; 100 hectare grasland = vrijstelling en ontvangt 100 x vergroeningspremie, terwijl iemand met 100 hectare vollegrondgroente, zijn percelen zal moeten inrichten op akkerranden, vanggewassen e.d., dus lastig in te passen in bouwplan, en kost veel moeite, om dezelfde 100 x vergroeningspremie te verdienen. Je zou dit dus net als nu ook middels een percentage kunnen koppelen aan uitkomst van jou vraag 3.
        Groeten, Coen

  8. Bij LandschappenNL (Landschapsbeheer Nederland en De12Landschappen) ben ik nu al enige tijd bezig met het GLB dossier. En ik heb nog genoeg te wensen t.a.v. het GLB in 2020. De huidige vergroening van het beleid is ons als LandschappenNL dik tegen gevallen. Dat die vergroening broodnodig is blijkt maar weer uit het rapport dat de Europese Commissie deze week uitbracht over de stand van de natuur. Alle boeren zouden dan ook mee moeten doen aan de vergroening.

    Maatschappelijke doelen
    GLB-geld is overheidsgeld en dient dus in de eerste plaats maatschappelijke doelen zoals vergroening. Die vergroening moet dus sterker worden en hiervoor moet een passende beloning komen. Dat betekent onvermijdelijk een verhoging van de vergroeningspremie ten koste van de basispremie. In verband met maatschappelijke verantwoording past ook meer inzetten op pijler 2 en verdere modulatie van budget naar plattelandsontwikkeling (POP). Verder is meer samenhang tussen pijler 1 en 2 wenselijk. Het gebrek hieraan kan ik niet uitgelegd krijgen en een probleem dat veroorzaakt wordt door bureaucratie.

    Beheer landschap
    Boeren met meer dan 60% van de grond in bezit in Nederland zouden met dit instrument veel meer ingezet moeten worden als beheerder van het landschap. Dan moet er na 2020 wel veel meer mogelijk gemaakt worden met landschapselementen. Het
    registratieprobleem mag dan geen beletsel meer zijn, zodat deze elementen als ecologisch aandachtsgebied (EA) kunnen worden ingezet. Ook graslandboeren zouden een bijdrage moeten (kunnen)leveren aan de vergroening en ook aan de EA voorwaarde moeten voldoen. De voorwaarde van permanent grasland levert nu geen enkele bijdrage aan vergroening in Nederland. Een al te makkelijke invulling van EA’s met vanggewassen, die veel te weinig bijdragen aan vergroening moet worden teruggedraaid.

    Brede plattelandsontwikkeling
    Met betrekking tot POP vind ik dat platteland en de ontwikkeling daarvan veel meer betreffen dan alleen boeren. De huidige nadruk van POP3 op het agrarisch erf is een specifieke Nederlandse
    keuze. In 2020 moet de inzet veel meer gericht zijn op het brede spectrum van plattelandsbewoners en samenwerking tussen boeren en burgers. Landschap vind ik daarbij dan een logisch thema. Landschapsdoelen zijn eenvoudiger te verantwoorden dan biodiversiteitsdoelen.

    Effectiviteit voor soorten
    Om effectiviteit voor biodiversiteit te vergroten is nodig dat we maatregelen doorvoeren in het agrarisch natuur- en landschapsbeheer die ook de bemestingsproblematiek aanpakken. Dat leidt wellicht tot duurdere pakketten over een kleiner areaal.
    Maar liever maatregelen in een klein gebied die werken, dan maatregelen over een groter oppervlak die geen effect hebben. De koppelingen die nu gelegd worden met waterbeheer zijn waardevol en dienen gecontinueerd te worden.

    1. Beste Gerrit-Jan,
      Dank voor je uitgebreide reactie!
      Mag ik nog een paar vragen stellen:
      1. Hoe zou de samenhang tussen de eerste en tweede pijler er uit moeten zien? Of moeten we beide pijlers compleet met elkaar integreren?
      2. Een deel van de boeren is niet enthousiast over vergroening. Hoe zou je die groep kunnen motiveren om hier actief mee aan de gang te gaan? Is geld dan de enige prikkel of zijn er andere middelen nodig om motivatie te creëren of te verbeteren?
      3. De bemestingsniveaus per ha worden steeds lager. Is er nog steeds een bemestingsproblematiek, zo ja waar(om) en hoe zou die met het GLB opgelost kunnen worden?
      Dank voor eventuele aanvullingen en groeten, Bert Smit.

      1. Beste Bert,
        Dat zijn natuurlijk zeer terecht vragen en ik zal proberen ze zo bondig te beantwoorden.
        Met koppeling pijler 1 en 2 zou ik graag het agrarisch natuur- en landschapsbeheer verbinden aan de vergroening. De plannen die collectieven maken kunnen veel meer effect krijgen als ook vergroening van pijler 1 hierin opgenomen wordt (bv. de ecologische aandachtsgebieden).
        Voor veel boeren is geld zeker niet de enige prikkel. Eenvoud van maatregelen en een minimum aan bureaucratie zijn andere belangrijke motivaties. Maar ik denk ook dat boeren die echt vergroenen veel meer maatschappelijke waardering moeten krijgen. Ook in hun directe omgeving van hun burgerburen. Daar kunnen overheden en NGO’s bij helpen. Zelfstandige intiatieven van de sector zelf zijn een andere vorm die gehonoreerd zou moeten worden (zoals bv. in de vorm van equivalente pakketten).
        Nog altijd is de bemestingsdruk zo hoog dat onder de grond het bodemleven onder grote druk staat en bovengronds de weilanden monotone grasmatten zijn geworden. Kruidenrijke graslanden met lage bemesting zijn uiterst waardevol.
        Groet, Gerrit-Jan

  9. Ik ben coach, therapeut en ontwikkelaar van workshops op het gebied van bewustwording, stressreductie en voeding. Ik zie heel duidelijk in de maatschappij een heel nieuwe trend ontstaan, die verder gaat dan landbouw alleen. Mensen willen weer “meer voeling met voeding” zou je kunnen zeggen: de ervaring om te zien hoe kruiden en groenten groeien, de zorg en liefde die je daar zelf aan geeft. Deze beleving is zowel persoonlijk verheffend als tegelijk ook heel aards. De gezamenlijke, onderlinge uitwisseling van kennis en ervaring schept ook een groter ‘wij’ gevoel en last but not least zie ik ook de relatie van voedsel met gezondheid steeds bewuster worden: “de beste dokter staat in de keuken” – nu geholpen door steeds duidelijker resultaten van wetenschappelijk onderzoek van wat wel en niet kan in voeding.

    Zo vond ik het zelf echt een eye-opener dat suiker veel schadelijker is dan we dachten. Niet op zich, maar door de veel te grote hoeveelheden die we binnenkrijgen omdat de voedselindustrie het overal en altijd als conserveermiddel toevoegt. Terwijl de grens op zo’n drie klontjes per persoon per dag ligt, komen we zo ongemerkt uit op veel te hoge waarden, waardoor we ziek worden.

    Europees Landbouwbeleid dat zou inzetten op dagvers, ongeconserveerd voedsel zou vanzelf ook een stimulans zijn om het ‘dichtbij’ te produceren, want dat hoef en kan je het niet lang goed houden.Daardoor ontstaan er vanzelf ook nog minder vervoerskosten!

    1. Beste Krijn,
      Dank voor je reactie! Zeg je eigenlijk met je betoog (ook) dat er een verbinding zou moeten komen tussen het GLB enerzijds en gezondheidsbeleid en verbinding stad-platteland anderzijds? Zie jij vanuit jouw professie dat enerzijds verse voeding met minder conserveringsmiddelen en tevens een grotere herkenbaarheid (‘geproduceerd bij boer X die ik op de fiets kan bezoeken’) en anderzijds een grotere betrokkenheid van burgers op voedselproductie tot fysiek en/of psychisch gezondere mensen leidt? En is zo’n ‘persoonlijke’ benadering breed haalbaar in dit tijdperk van ‘grootschaligheid’?
      Dank voor eventuele aanvullingen en groeten, Bert Smit.

      1. Hallo Bert,
        Leuk om zo kennis te maken! Ja, ik denk inderdaad dat die verbinding er zou moeten komen. Beter gezegd: ik denk dat die verbinding er al is, gewoon in de hoofden en het leven van een nu steeds groeiend aantal mensen. Ik zie dat het nu veel sneller aanslaat en duidelijke gezondheidseffecten heeft als mensen tips krijgen rond voeding, leefgewoonten, bewustwording en stressfactoren. Mensen namen het een paar jaar gelden nog als kennisgeving aan, nu gaat men er mee aan de slag en deelt het met anderen. De hype rond moestuinen is daar een aardige maatschappelijke ‘marker’ voor. Het gevoel er zelf daadwerkelijk wat aan te kunnen doen – daar gaat het voor mijn gevoel om. Dat geeft plezier, contact, kennis, en dus ook gedragsverandering – en dat geheel leidt tot meer gezondheid.
        Ik denk dat die trend herkend, erkend en gestimuleerd zou kunnen worden door drempels weg te nemen en informatie te bevorderen (voorbeeldje: meer mogelijkheden om gezamenlijke moestuinen in woonwijken te starten).
        De hele trend blijkt bijvoorbeeld ook uit supermarkten die verse producten meer lokaal inkopen; bijv. samenwerken met lokale bakkers, i.p.v. landelijk al het brood bij één grote broodfabriek in te kopen en dat het hele land door te rijden. Dat zijn veranderingen die vanzelf gaan, maar ik denk dat ze sneller gaan als ze onderkend, gesteund en gestimuleerd worden door de verschillende overheden.
        Bovendien kan daarbij de grootschaligheid hand in hand gaan met de kleinschaligheid en het lokale gebeuren: de supermarkten hoeven niet weg, maar werken anders waar het mogelijk is op gebied van vers en lokaal goed verkrijgbaar.

        Er valt vast nog meer over te zeggen, maar voor nu maar even tot zover. Het gaat me vooral om dat nieuw beleid kan aansluiten bij wat er als trend al te zien is – en er dan samen over na te denken hoe we dat verder kunnen ondersteunen…

        Hartelijke groet, Krijn Koetsveld.

  10. Vanuit CLM doe ik een verkenning naar de mogelijke rol van het GLB voor het verduurzamen van de Nederlandse landbouw in de toekomst. Uit gesprekken met opiniemakers leid ik enkele conclusies af. Hieronder in het kort, uitgebreider in mijn blog.
    1. Inkomenstoeslag zonder maatschappelijke tegenprestaties is niet meer van deze tijd.
    2. Pijler 1 wordt overbodig. Verduurzaming wordt al steeds meer gestuurd door de markt. Zet daarop in met goede ‘mengvormen’ (zoals meer ruimte voor equivalente pakketten).
    3. Focus meer op gezonde bodem als de basis. We missen concrete maatregelen in het GLB-pakket en tot nu toe missen we ook een entiteit die zich daar hard voor wil maken.
    4. De huidige vergroening is niet effectief. De eisen staan te ver van boeren af. Geef meer ruimte aan equivalente pakketten.
    5. Het initiatief vanuit de regio lijkt een goed alternatief voor de controle en verantwoording zoals die nu op grote afstand van de boerderij plaatsvindt. De kracht voor vergroening ligt bij de boeren zelf.
    Zie ook mijn blog ‘Het GLB van de toekomst’ >>

    1. Beste Claudia,
      dank voor je uitgebreide reactie vol met ideeën met richtingwijzers. Een paar van die ideeën mogen wat mij betreft wel wat concreter. Daarom leg ik graag de volgende
      vragen aan je voor:
      1. Pijler 1 wordt overbodig en duurzaamheidsprogramma’s kunnen worden gestuurd door de markt en pijler 2. Hoe ziet zo’n duurzaamheidsprogramma er volgens jou uit en wat is dan de precieze rol van de markt en pijler 2 daarin?
      2. Je mist bodemmaatregelen in het GLB. Welke bodemmaatregelen zou je graag in het GLB willen opnemen?
      3. Je wilt pijler 1 en 2 bij de collectieven combineren. Wat zouden collectieven dan precies moeten gaan doen en hoe kun je dat dan beleidsmatig aanpakken?
      Je merkt: een heleboel wat- en hoe-vragen. Ik ben benieuwd naar je antwoord.
      Groet, Ida Terluin

      1. Je vragen zijn begrijpelijk, daar ik in mijn stuk nog niet in ga op de praktische invulling van mijn ideeën. Dat komt deels omdat ik mijn reactie kort en bondig wou houden, deels omdat mijn GLB studie nu nog loopt. Ik ben nog druk bezig met het uitwerken, toetsen en rapporteren van bevindingen die al gedaan zijn, of nog moeten komen. Ik ga namelijk in juni en juli gesprekken voeren met groepen boeren, daar zal ongetwijfeld nog veel meer nuttige informatie uit komen.
        Ik heb begrepen dat wij elkaar spreken de 4e juni, dan kunnen we wellicht bepalen hoe mijn resultaten een rol kunnen spelen in het onderzoek waar jullie mee bezig zijn.
        Bedankt voor je interesse en tot spreeks! Claudia

    2. Bedankt voor je reactie, Claudia.
      Welke entiteit(en) heb je in gedachten bij bodembeheer? En aan welke equivalente pakketten zit je te denken?
      We zijn benieuwd! Bert Smit.

      1. Beste Bert
        Bedankt voor je interesse. Je vraag heeft wat overlapping met de vraag van Ida. Mijn antwoord is dus deels hetzelfde. Ik heb zeker ideeën over de invulling van bodemmaatregelen en geschikte equivalente pakketten. Echter is mijn studie nog lopende . Ik wil graag nog het één en ander uitwerken en toetsen. Zo zal ik bijvoorbeeld nog met boeren het gesprek aangaan, ik vind het belangrijk dat zij mijn ideeën steunen. Ik blijf je dus nog een antwoord schuldig, die mag je verwachten als mijn studie is afgerond (eind deze zomer).
        Groetjes, Claudia

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>