‘GLB benutten om transitie in agrosector te realiseren’

Het nieuwe GLB kan en moet de gewenste transitie in de landbouw een duw in de goede richting geven. Maar boeren wees gerust, een redelijk inkomen in de agrarische sector blijft een belangrijk uitgangspunt van het landbouwbeleid. Dat zegt Ad Tabak. Hij is bij het ministerie van LNV programmamanager voor de opstelling van het Nationaal Strategisch Plan.

portret Ad Tabak
Ad Tabak

Dat programmateam is verantwoordelijk voor de inhoud van het Nederlandse plan dat het Europese landbouwbeleid vanaf 2022 vorm geeft.

Het team bestaat uit de trekkers van een aantal deelprogramma’s en werkgroepen die allemaal op een ander terrein nadenken over de Nederlandse invulling van het toekomstige GLB. Het Rijk en de provincies zijn beide opdrachtgever van het team.

Wat is uw drijfveer om de opstelling van het NSP tot een goed einde te brengen?

“Afgelopen decennia heb ik op veel beleidsterreinen van het ministerie gewerkt. Nu gaat het om de invulling van het GLB. In feite komen alle thema’s waar ik in het verleden mee te maken heb gehad in het GLB bij elkaar. Dat maakt deze opdracht voor mij erg interessant. Het GLB is een belangrijk instrument om de transitie in de landbouw een duw in de goede richting te geven. Er moet echt wat gebeuren en op deze positie kan ik daar een rol bij spelen. Dat motiveert mij enorm.”

Wat moet er dan echt gebeuren?

“De barometers en thermometers geven het duidelijk aan: op een aantal terreinen gaat het niet goed. Biodiversiteit, weidevogels, waterkwaliteit, klimaat; er is reden voor zorg. De landbouw speelt hierbij vaak een rol.
Er is inmiddels consensus over de gewenste transitie op landbouwbedrijven. Ik wijs bijvoorbeeld op de visie van de minister LNV ‘waardevol en verbonden’, het Deltaplan Biodiversiteitsherstel en op het Klimaatakkoord. De wens om kringlopen te sluiten, wordt breed ondersteund.
Het GLB gaat om veel geld, in Nederland om zo’n €700 miljoen. Het lijkt me logisch dat we nu gaan kijken hoe we het GLB kunnen inzetten om de breed gedeelde doelen dichterbij te brengen. Brussel geeft meer ruimte om GLB-middelen in te zetten voor nationale doelen. Het NSP geeft daar invulling aan.”

Staat het NSP al in de steigers?

“Zo snel gaat het nou ook weer niet. De Europese verordeningen die de grondslag vormen voor het nieuwe GLB zijn nog niet eens vastgesteld. Dat zal naar verwachting begin volgend jaar gebeuren.  De contouren zijn wel duidelijk. Op basis daarvan zijn we hard aan het werk gegaan. Bijvoorbeeld met de opstelling van een SWOT-analyse en met een zogeheten behoefteanalyse. Onderzoek is nodig om het nieuwe GLB te laten aansluiten bij de problemen en kansen die er zijn. Bovendien zijn we in gesprek met de stakeholders van betrokken partijen.”

Wanneer is het plan klaar?

“In de eerste helft van 2020 gaan we op basis van de vastgestelde verordeningen belangrijke besluiten voorbereiden. Dan gaat het bijvoorbeeld om de nieuwe randvoorwaarden die gelden bij de uitbetaling van de basissteun per hectare. En om de invulling en vergoedingen van de eco-regelingen. Ofwel, we gaan middelen koppelen aan doelen en maatregelen.
Het NSP is rond de zomer van 2020 voor 95% klaar. Dan volgt het politieke en bestuurlijke overleg met alle betrokken partijen om te komen tot een definitief plan. Eind van dat jaar ligt er hopelijk een breed gedragen NSP dat Nederland begin 2021 in Brussel indient.”

Loopt Nederland hiermee in Europa voorop?

“Dat weet ik niet. Vind ik eigenlijk ook niet zo belangrijk. Laat staan dat ik daar een oordeel over heb. Het lijkt me logisch dat landen die niet zoveel ambities hebben met hun agrarische sector wachten op de definitieve verordeningen en deze vervolgens zo eenvoudig mogelijk gaan invullen. Dan ben je waarschijnlijk een stuk sneller klaar.
In Nederland zijn we erg ambitieus. We zien de problemen op het gebied van klimaat, bodem en biodiversiteit, we zoeken naar oplossingen en willen het GLB benutten om onze doelen te realiseren. Dat vraagt onderzoek, afstemming en besluitvaardigheid. Kortom, een stevige klus en dat kost tijd.”

Zijn op dit moment alleen ambtenaren bij het NSP betrokken?

“Zeker niet. We organiseren landelijke en regionale bijeenkomsten met bestuurders van betrokken organisaties. Er worden GLB-pilots uitgevoerd waar boeren en natuurbeschermers bij betrokken zijn. Verduurzaming van landbouwbedrijven is geen nieuw fenomeen, er zijn veel ervaringen opgedaan en die gaan we gebruiken bij de opstelling van het NSP.”

Ad Tabak (59) is opgegroeid op een akkerbouwbedrijf in de Noordoostpolder. Hij studeerde landbouwtechniek aan de WUR. De toenmalige (rijks)landbouwvoorlichtingsdienst was zijn eerste werkgever. Vervolgens kwam hij in dienst van het ministerie van Landbouw en Visserij, nu LNV, waar hij op vele plekken actief is geweest, bijvoorbeeld op het terrein van gewasbescherming, mestwetgeving en agrokennis. De laatste anderhalf jaar was hij plaatsvervangend directeur op de directie Natuur. Tabak omschrijft zichzelf als een boerenzoon die als rijksambtenaar nog steeds nauw betrokken is met boeren en tuinders. “Dat komt ook doordat een aantal van mijn familieleden boer is. Zo volg ik een beetje wat er in de praktijk speelt.”

Eén reactie op “‘GLB benutten om transitie in agrosector te realiseren’”

  • Ik ben blij met deze insteek van Ad Tabak. Europees geld benutten en netjes uitgeven, daar zijn we al heel goed in. Maar een echte koppeling maken met transitie, dat vraagt moed en lange termijn visie. Het gaat om veel geld en er is urgentie, nu of nooit. Hopelijk kiest ook de agrarische sector voor transitie en voor structurele dialoog en samenwerking met het NSP team. En hopelijk krijgen provincies van hun Staten de ruimte om hun rol te nemen en om door te pakken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *