‘GLB-budget matchen met andere middelen’ 

Bij de invulling van het nieuwe GLB moet gestreefd worden naar een koppeling met andere geldpotten en initiatieven. Dat vinden Thijs Cuijpers van LTO Nederland en Natasja Oerlemans van het Wereld Natuur Fonds. Beiden zijn lid van de Maatschappelijke Begeleidingsgroep GLB-NSP. Een dubbelinterview over de gewenste contouren van het nieuwe GLB in Nederland.

Natasja Oerlemans, WNF

In de Maatschappelijke Begeleidingsgroep is een groot aantal maatschappelijke organisaties vertegenwoordigd. Cuijpers is directeur beleid van LTO Nederland, Oerlemans hoofd van de afdeling Voedsel & landbouw van WNF. De begeleidingsgroep heeft een adviserende rol bij de totstandkoming van het Nationaal Strategisch Plan, het plan waarin komt te staan hoe in Nederland het GLB concreet invult.

De Europese Commissie wil met in de volgende GLB-periode een koersverandering in de landbouw realiseren. Nodig?

Oerlemans: “Zeker, want alle seinen staan op rood. Stikstofdepositie, verdroging, versnippering, insectensterfte; de ecologische grenzen worden overschreden. De landbouw is een van de belangrijkste veroorzakers, terwijl qua inkomen de sector bepaald niet floreert. Daarom is er alle reden voor een andere koers. Het GLB is een van de knoppen waar we aan kunnen draaien.”

Cuijpers: “Die analyse is te somber. Er gebeurt wel degelijk wat. Boeren zijn bezig met vraagstukken op het terrein van biodiversiteit en klimaat, de bedrijfsvoering is al aan het veranderen. Duidelijk is dat het GLB die koersverandering een impuls gaat geven. Daar staat LTO achter.”

Moet het volledige GLB-budget worden ingezet voor verduurzaming van de landbouw?

Oerlemans: “Mijn stelling is: publieke middelen moeten we inzetten voor publieke doelen. Wat het GLB betreft hebben we het dan over bijvoorbeeld biodiversiteit en klimaat, de thema’s die Cuijpers ook noemt. Waar je het geld precies aan besteedt, is vers twee. Inkomensondersteuning vind ik overigens geen publiek doel, maar ik kan me voorstellen dat GLB-premies daar ook aan bijdragen.”

Thijs Cuijpers, LTO Nederland

Cuijpers: “In het Europese landbouwbeleid heeft het agrarische gezinsbedrijf altijd centraal gestaan. Het GLB is opgezet om boeren op deze bedrijven een redelijk inkomen te laten verdienen. Als dat aspect wordt losgelaten, komt er een enorme schaalvergroting op gang. LTO wil dat niet, in Europa wil eigenlijk niemand dat. Het GLB-budget komt tot nu toe voor een groot deel op het boerenerf terecht. Wat ons betreft blijft dat zo. De suggestie dat boeren inkomenssteun krijgen waarvoor ze niks hoeven te doen, is overigens pertinent onjuist. Wie zich niet houdt aan de vergroeningsmaatregelen, krijgt een forse boete.”

Als het gaat om een transitie in de landbouw, is het GLB dan niet een druppel op de gloeiende plaat?

Cuijpers: “Nogmaals, die transitie komt al op gang. Het Europese landbouwbeleid stimuleert dat, ook nu al. Bijvoorbeeld de teelt van vanggewassen is inmiddels gangbaar.”

Oerlemans: “Het effect is tot nu toe erg beperkt. Bovendien blijkt het meeste GLB-geld terecht te komen in de meest intensieve landbouwgebieden. Boeren in extensieve gebieden ontvangen veel minder. Die verhouding is scheef. Ik vind dat we eerst moeten bepalen welke landbouw we in Nederland voor ogen hebben. Vervolgens is de hoe-vraag aan de orde. Het gaat in Nederland om €700 miljoen per jaar. Dat is veel geld. Als we de Europese middelen kunt matchen met andere geldpotten en initiatieven kunnen we echt wel iets bereiken.”

Cuijpers: “Ben ik het mee eens. De Raad voor de Leefomgeving adviseert zo’n match ook. De eco-regelingen uit de 1e pijler kunnen gekoppeld, worden met regelingen uit de agrofoodsector, bijvoorbeeld van de Rabobank en FrieslandCampina. Daar zit wel een risico aan. Bedrijven zouden kunnen zeggen: de extra premie voor bijvoorbeeld biodiversiteit hoeven wij niet meer te betalen, want Brussel financiert dat al.”

Er leven ideeën over een instapmodel waarbij het GLB in de loop van de tijd steeds duurzamer wordt, ofwel elk jaar meer geld naar eco-regelingen en minder naar de basispremie. Goed idee?

Oerlemans: “Bij dat idee gaat het erom zoveel mogelijk boeren mee te krijgen in de transitie. Draagvlak is belangrijk, zeker, maar niet tot elke prijs. Als je streeft naar 100% deelname van boeren aan de eco-regelingen dan levert dat waarschijnlijk weinig op voor biodiversiteit en klimaat. Dan kies ik liever voor een GLB-invulling waarbij een kleiner deel van de bedrijven daadwerkelijk resultaten boekt.”

Cuijpers: “Draagvlak staat bij ons centraal. Door slim om te gaan met de budgetten voor de 1e en 2e pijler en bijvoorbeeld de eco-regelingen kun je wel degelijk een grote groep mogelijk mee krijgen. Dat moet ook het doel zijn.”

Bij het debat over het toekomstige GLB komt vaak het zogeheten Level Playing Field in Europa aan de orde. Moet daar rekening mee worden gehouden?

Cuijpers: “De invulling van de Brusselse GLB-verordeningen gaat in de volgende periode tussen de lidstaten verschillen. Die mogelijkheid biedt de Europese Commissie en die zal ook worden gepakt. Verschillen zijn geen ramp als bij de invulling is Nederland maar rekening wordt gehouden met het verdienvermogen in de agrarische sector.”

Oerlemans: “Het begrip Level Playing Field wordt vaak gebruikt als argument om in Nederland weinig te doen. Nederland heeft weinig natuur, de biodiversiteit gaat schrikbarend achteruit en we hebben hier de hoogste veedichtheid van Europa. Volgens mij is het de uitdaging om, mede met GLB-middelen, de concurrentiepositie van de Nederlandse landbouw te versterken. Bijvoorbeeld door in te zetten op korte ketens.”

Wat is het kernpunt dat jullie in de Maatschappelijke Begeleidingsgroep aan de orde willen stellen?

Cuijpers: “Mijn kernboodschap is: boeren en tuinders kunnen en willen hun bedrijfsvoering aanpassen als zij worden gewaardeerd voor de dingen die zij doen. Natuurlijk ook in financiële zin.”

Oerlemans: Ik zit in de begeleidingsgroep namens het Deltaplan Biodiversiteitsherstel. Mijn inbreng is gebaseerd op de doelen van dat plan. Stapeling van beloningen aan boeren die bijdragen aan biodiversiteitsherstel staat ook hoog op mijn wensenlijst.”

Eén reactie op “‘GLB-budget matchen met andere middelen’ ”

  • Hallo ben het helemaal mee eens dat biodiversiteitsherstel beter gewaardeerd moet worden betere beloning is daar een onderdeel van nu gaat veel teveel geld naar de grote bedrijven die het niet nodig hebben en die weinig of niks met natuur hebben doen wel alsof hebben maar een doel veel geld verdienen en uiteindelijk laten ze de natuur in de steek

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *