GLB-Kernteam schaakt op veel borden

De druk is hoog. Het debat over herziening van het GLB vindt in Brussel en Den Haag plaats. De Tweede Kamer wil er bij betrokken zijn, maatschappelijke organisaties praten mee. Het schaakspel vindt op veel borden tegelijkertijd plaats. Op het ministerie van LNV geven Robert Baayen en Frans Vroegop samen leiding aan het GLB-Kernteam.

Het GLB-Kernteam moet ervoor zorgen dat zoveel mogelijk wensen van Nederland in de nieuwe GLB-verordeningen voor de periode 2021 – 2027 worden opgenomen. Dat de Tweede Kamer niet alleen wordt geïnformeerd, maar ook daadwerkelijk wordt betrokken bij het GLB-debat. En ook dat landbouw-, natuur- en milieuorganisaties inbreng kunnen leveren. Een intensieve en ingewikkelde, maar vooral ook interessante klus, vinden Vroegop en Baayen.

Programmateam

Het kernteam bestaat uit een twintigtal medewerkers uit alle directies van het ministerie. Bij de vorige herziening van het Europese landbouwbeleid was een speciale directie voor deze taak verantwoordelijk. Nu is gekozen voor de instelling van een programmateam, een lossere werkwijze, maar wel met het nadrukkelijke doel alle directies intensief bij de herziening van het GLB te betrekken.

Snel akkoord op hoofdlijnen

In mei 2019 vinden de verkiezingen van het Europese Parlement plaats. Vervolgens wordt de Europese Commissie gewisseld. Oostenrijk, de huidige voorzitter van de EU, streeft naar een GLB-akkoord op hoofdlijnen (‘algemene oriëntatie’) voor de parlementsverkiezingen. Ook Roemenië – voorzitter in de eerste helft van 2019 – stelt zo’n algemene oriëntatie als doel.

Waar bij de vorige GLB-herzieningen meer dan twee jaar voor werd uitgetrokken, lijkt dit nu binnen een jaar te moeten gebeuren. “Wij vormen samen de programmaleiding van het GLB-Kernteam”, zegt Vroegop. “Het schaakbord kent veel velden. Aan ons de taak het spel goed te spelen in samenspraak met alle betrokken partijen.”

Drie raadswerkgroepen

Het Europese debat over de herziening vindt op dit moment in drie zogeheten raadswerkgroepen plaats. Deze werkgroepen discussiëren over de drie verordeningen die de basis zijn van het nieuwe GLB: de verordening over het Nationaal Strategisch Plan, de financiële verordening (inclusief controles) en de GMO-wijzigingsverordening.

Veel overleg

Alle lidstaten zijn in de drie raadswerkgroepen vertegenwoordigd. Baayen: “Ons team is ervoor verantwoordelijk dat het Nederlandse standpunt zoveel mogelijk in die verordeningen is terug te vinden. De werkgroepen vergaderen iedere week, elk artikel uit de nieuwe verordeningen wordt besproken. Dat vraagt hier in Nederland veel overleg en afstemming. Uiteindelijk gaat het erom in Brussel een stevige positie in te nemen. Dat is van belang voor een goede discussie in het Speciale Landbouwcomité – dat de besluitvorming door de Raad van Landbouwministers voorbereidt – en uiteraard ook van belang voor de minister zelf om in Raad de voor Nederland goede besluiten te kunnen nemen.”

Coalities sluiten

In de afgelopen maanden heeft het kernteam veel tijd geïnvesteerd in gesprekken met collega-ambtenaren uit de andere lidstaten. Baayen: “Vaak wordt gedacht dat Nederland veel invloed heeft in de Europese Unie, de werkelijkheid is anders. In de landbouwraad heeft ons land 3% van de stemmen. Om invloed te hebben, moeten we dus coalities sluiten. En dan moet je weten hoe de standpunten liggen. Vandaar onze bezoeken aan de verantwoordelijke ministeries in andere lidstaten.”

Hectaretoeslagen

Een van de belangrijkste debatten heeft betrekking op de hectaretoeslagen. Een aantal landen uit Oost-Europa wil de toeslagen gelijktrekken. Daar is Nederland tegen. Vroegop: “Inmiddels is het gelukt, mede dankzij onze bilaterale gesprekken, om een coalitie te sluiten tegen de zogeheten convergentie. Daar doen Denemarken, België, Italië, Griekenland, Cyprus en Slovenië aan mee.”

De meningen tussen de lidstaten verschillen sterk, constateert Vroegop. “De uitdaging is om op de belangrijkste onderwerpen vroegtijdig te weten wie onze bondgenoten zijn. De samenstelling van zulke coalities varieert. Daar moet dus veel tijd in worden geïnvesteerd.”

Strategisch plan

Vroegop en Baayen nemen beiden deel aan de besprekingen in Brussel over de verordening die gaat over het Nationaal Strategisch Plan. Tegelijkertijd werken ze met de collega’s in het kernteam aan een plan van aanpak om hier in Nederland op tijd zo’n strategisch plan klaar te hebben. Baayen: “Terwijl we nog niet precies weten wat de definitieve EU-eisen zijn die aan het strategisch plan worden gesteld, bereiden we ons nu al voor op de Nederlandse invulling. Volgens de huidige planning moeten wij dat plan op 31 december 2019 in Brussel aanleveren. Als we wachten op vaststelling van de verordening zijn we straks te laat.”

Organisaties betrekken

Vroegop benadrukt dat het strategisch plan in feite de essentie is van het nieuwe GLB. Nederland wil meer invloed hebben op het landbouwbeleid. “Met het strategisch plan krijgen we die kans. Daar gaat het ministerie de buitenwereld natuurlijk intensief bij betrekken: de boeren, maatschappelijke organisaties, provincies, waterschappen en alle stakeholders die betrokken willen worden.”

Informeren Tweede Kamer

De Tweede Kamer heeft inmiddels laten weten intensief betrokken te willen zijn bij de GLB-herziening. “Terecht”, zegt Baayen. “Ons kernteam ondersteunt de minister bij de beantwoording van de vele vragen en verzoeken vanuit de Kamer zodat de Kamer goed geïnformeerd is over de voortgang van de herziening in Brussel. En daar dan op kan reageren. Het is onze rol de minister de noodzakelijke en juiste informatie te leveren.”

Volle agenda

Baayen en Vroegop spreken over een prachtige klus, ook al is de druk groot. Ze kijken in hun agenda. Alle dagen vol met vergaderingen binnen en buiten het ministerie, zoals het wekelijkse overleg met alle ministeries over het Meerjarig Financieel Kader van de Europese Unie en naar Brussel voor de raadswerkgroep over de strategische plannen. Eind van de week een werkoverleg met BoerenNatuur, onder meer over de pilots die de organisatie gaat uitvoeren in de aanloop naar 2021. Daarmee een slotconclusie die beiden delen: ”Lastig te plannen, maar het is belangrijk om tijd te vinden voor bezoeken aan de praktijk.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *