Hongarije kiest voor behoud huidige GLB

Over de vernieuwing van het Gemeenschappelijke Landbouwbeleid (GLB) wordt in alle lidstaten van de Europese Unie stevig gediscussieerd. Er zijn grote meningsverschillen. Hongarije kiest bijvoorbeeld in grote lijnen voor behoud van het huidige GLB. In gesprek met landbouwraad Geert Kits Nieuwenkamp.

 

Kits Nieuwenkamp is sinds september 2017 werkzaam als landbouwraad. Zijn werkgebied omvat Hongarije, Oostenrijk, Servië en Montenegro. Hij werkt vanuit de Nederlandse ambassade in Boedapest, de hoofdstad van Hongarije. We spreken met hem over het GLB-debat in Hongarije.

Groei akkerbouw

De akkerbouw is de belangrijkste agrarische sector in het land. De nadruk ligt op de teelt van granen, zonnebloemen en mais. Veehouderij en tuinbouw zijn ook aanwezig, maar de economische betekenis van deze sectoren is beduidend minder groot. Na de overgang in het begin van de jaren negentig naar de vrije markteconomie is de akkerbouw in omvang en economisch belang gegroeid. Dat is gebeurd onder invloed van de hectarepremies en later de directe inkomenssteun voor de sector.

Veel kleine bedrijven

Hongarije kent nog steeds veel kleine boerenbedrijven. Daarnaast is er een klein aantal grote landbouwbedrijven met een areaal van duizenden hectares. De regering kijkt als het gaat om de hervorming van het GLB vooral naar de belangen van kleine boeren, zegt landbouwraad Kits Nieuwenkamp. “Kleine bedrijven zijn in de ogen van de overheid van grote betekenis voor de werkgelegenheid en leefbaarheid op het platteland. En de kleine agrarische bedrijven zijn ook van electoraal belang. Wijzigingen in het GLB die ten koste gaan van het inkomen van deze groep boeren krijgen daarom geen steun van de regering.”

Hoe belangrijk zijn de GLB-premies voor de Hongaarse boer?

Kits Nieuwenkamp: “Ontzettend belangrijk. Voor het inkomen van veel boeren zijn de hectaretoeslagen van fundamenteel belang, de premie is een pijler onder hun bedrijf. In Nederland is het individuele, financiële belang van boeren als het gaat om het GLB veel kleiner. Voor veel Hongaarse agrariërs zou het wegvallen van de Europese ondersteuning het einde van hun bedrijf betekenen. Dat realiseert de regering zich natuurlijk ook. Daarom kiest de overheid in het GLB-debat voor een behoudende lijn: behoud van het budget, geen nieuwe doelen, instandhouding van de systematiek.”

Dus alles moet hetzelfde blijven?

“Niet helemaal. De gekoppelde GLB-premies komen op dit moment ten goede aan boeren met grond, in Hongarije gaat het dan vooral om akkerbouwers. Varkenshouders en pluimveehouders krijgen geen directe inkomenssteun. De regering wil het GLB aanpassen zodat de intensieve veehouders ook in aanmerking komen voor GLB-premies. Op het punt van de cofinanciering in de tweede pijler – daar komt mogelijk meer ruimte voor – kiest de regering voor een plafond. De opvatting is dat rijke landen meer ruimte hebben voor cofinanciering dan de armere landen. Dat zou vervolgens in de minder welvarende landen van de EU tot een concurrentienadeel leiden. Door de cofinanciering te maximaliseren blijft het speelveld gelijk.”

Hoe wordt gedacht over de introductie van doelen op het gebied van biodiversiteit en bijvoorbeeld klimaat?

“Daar is de regering geen voorstander van. De huidige vergroeningsmaatregelen vindt men genoeg. Daar zijn de boeren namelijk net aan gewend. Als het gaat om natuur, milieu en klimaat zit de Hongaarse regering er strak in. De opvatting is dat de landbouw achterloopt op die in West-Europese lidstaten en dat daarom de introductie van maatschappelijke doelen te vroeg komt.”

Hoe denkt de regering over eventuele herverdeling van het GLB-budget?

“De GLB-premies in Hongarije liggen boven het EU-gemiddelde. De regering vreest dat herverdeling van de GLB-middelen leidt tot verlaging van de premies in Hongarije. Daar is men dus tegen.”

Zijn landbouw- en milieuorganisaties bij het Hongaarse GLB-debat betrokken?

“In dit land is veel minder sprake van een publiek debat over het Europese landbouwbeleid dan in Nederland. De landbouwminister praat met agrarisch georiënteerde organisaties, zoals de zogeheten landbouwkamer, en ook met maatschappelijke organisaties. Het groene geluid heeft hier minder weerklank in het beleid. Je zou kunnen zeggen dat politieke en economische belangen in dit land de standpunten bepalen over het nieuwe GLB.”

Dit artikel maakt onderdeel uit van een serie met gesprekken met Nederlandse landbouwraden. Andere artikelen over de landbouwraden in:
Frankrijk

Polen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *