Houtskoolschets SWOT naar Tweede Kamer

perceel met aardappelen

Het nieuwe GLB biedt mogelijkheden om de Nederlandse landbouw te verduurzamen. Kansen liggen er in de randvoorwaarden waar boeren aan moeten voldoen om basisinkomenssteun te verkrijgen. En bijvoorbeeld in de eco-regelingen binnen de eerste pijler. Dat blijkt uit de eerste versie van de SWOT-analyse die LNV-minister Carola Schouten naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Carola Schouten
Minister Carola Schouten

De analyse is uitgevoerd door Wageningen Economic Research in opdracht van het ministerie van LNV. Het gaat om een SWOT-analyse (sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen) van de land- en tuinbouw, gerelateerd aan de doelstellingen van het nieuwe gemeenschappelijke landbouwbeleid zoals die door de Europese Commissie zijn geformuleerd.

Hoofddoelen GLB

Volgens de GLB-voorstellen van de Europese Commissie moet het Nationaal  Strategisch Plan (de nationale invulling van het GLB 2021 – 2027) voldoen aan drie hoofddoelen met elk drie subdoelen. De hoofddoelen zijn:

  • Bevorderen van een slimme, veerkrachtige en gevarieerde landbouwsector;
  • Intensiveren van de zorg voor de leefomgeving en het nemen van klimaatmaatregelen;
  • Versterken van de sociaaleconomische structuur in het landelijk gebied.

De lidstaten van de EU zijn verplicht om met een SWOT-analyse vast te stellen hoe het ervoor staat met betrekking tot de hoofd- en subdoelen. De analyse is vervolgens de basis van het Nationaal Strategisch Plan van de lidstaat. De landen kunnen zelf de maatregelen in het NSP bedenken. De Europese Commissie moet dat maatregelenpakket nog wel goedkeuren.

SWOT op hoofdlijnen

De analyse die de Tweede Kamer heeft ontvangen, is een SWOT-analyse op hoofdlijnen, een zogeheten Houtskool-SWOT. Hierover wordt op de GLB-conferentie op 23 mei met stakeholders verder gesproken. In een tweede fase komt de definitieve SWOT tot stand, voortbouwend op de houtskool-SWOT, reacties van stakeholders en in lijn met de definitieve eisen van de Europese Commissie.

Volgens de Wageningse onderzoekers neemt Nederland met zijn efficiënte manier van produceren een sterke positie in op de internationale markten van landbouwproducten. Vanwege de belasting van het milieu, biodiversiteit en klimaat staat echter de ‘volhoudbaarheid’ van het landbouwmodel ter discussie.

Ongewenste effecten

De opgave voor het EU-landbouw- en plattelandsbeleid zit vooral in het stimuleren van productiewijzen die minder ongewenste externe effecten hebben voor milieu, landschap en samenleving. En in het bevorderen van positieve effecten op het gebied van biodiversiteit en natuur. Daarbij moet er wel oog zijn voor de concurrentiepositie van boeren, stellen de Wageningse onderzoekers. “Dit is vooral van belang omdat een groot deel van de huidige productie op buitenlandse markten wordt afgezet, waar de bereidheid van consumenten om te betalen voor de duurzaamheid van Nederlandse producten mogelijk nog lager liggen dan in eigen land.”

Eco-regelingen

De wet- en regelgeving om negatieve effecten voor milieu, landschap en samenleving te verminderen, ligt vooral op het terrein van het milieu- en waterbeleid en dat werkt door in de randvoorwaarden van de basisinkomenssteun. Bij het stimuleren van boeren om over te gaan op productiewijzen met positieve externe effecten kan het GLB via de eco-regelingen en maatregelen in de tweede pijler een belangrijke rol spelen, stellen de onderzoekers.

Meer info: concept Houtskoolschets-SWOT

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *