Interview Jaap van Wenum, LTO Nederland

Jaap van Wenum LTO Nederland

foto: Julie Algra Fotografie

Langzaam groeien we naar een nieuwe hervormingsronde van het GLB. De Europese Commissie treft voorbereidingen, er komen onderzoeken beschikbaar, maatschappelijke organisaties starten hun lobby. Het is een mooie tijd om het GLB samen met deskundigen en betrokkenen onder de loep te nemen. Dat doen we in een serie interviews, waarin we telkens dezelfde vragen terug laten komen.

Dit is het zesde interview in de serie: Jaap van Wenum, akkerbouwer in Kootwijkerbroek (Gld.) en voorzitter van de vakgroep akkerbouw van LTO Nederland.

Wat zou er mis gaan als er vanaf 2020 helemaal geen GLB meer is?

“Het GLB is een waarborg voor een gelijk speelveld in Europa. Als het hele GLB wegvalt, gaat een aantal landen onmiddellijk over tot nationale maatregelen om de inkomens van de eigen boeren te ondersteunen. In Nederland gaat dat niet gebeuren. Het verdwijnen van het GLB leidt dus tot een verslechtering van de concurrentiepositie van Nederlandse boeren. Voor de graanregio’s in Nederland houd ik dan mijn hart vast. Ik voorspel faillissementen onder de Nederlandse graantelers.

Overigens, er is geen sprake van het verdwijnen van het Europese landbouwbeleid. Dat blijkt ook uit de jongste voorstellen van landbouwcommissaris Hogan. Veel lidstaten hebben de GLB-premies keihard nodig om de leegloop van hun platteland te voorkomen. Dat geldt voor landen in het oosten van de EU, maar zeker ook voor Frankrijk en Duitsland.”

Welk belang (op een schaal van 1 tot 5) kent u toe aan voedselzekerheid als doel van het GLB?

2

“Voedselzekerheid was in de beginperiode van de EU een belangrijke reden voor het gemeenschappelijke landbouwbeleid. Die tijd hebben we gehad. Op dit moment is de omvang van de voedselproductie geen issue. We produceren meer dan genoeg en exporteren over de hele wereld. Dat geldt zeker voor Nederland, de tweede landbouwexporteur van de wereld. Het zou voor Nederlandse boeren juist goed uitkomen als er wat meer schaarste aan voedsel zou zijn. Behoud van de leefbaarheid op het platteland is nu verreweg de belangrijkste drijfveer achter het GLB.”

Welk belang (op een schaal van 1 tot 5) kent u toe aan het belang van inkomenszekerheid voor boeren?

4

“Voor boeren in het Oldambt en de Veenkoloniën, en dan vooral de telers van graan en fabrieksaardappelen, vormen de GLB-toeslagen een belangrijk deel van hun inkomen. Voor veel andere ondernemers geldt dat minder. De premies uit Brussel zijn wel erg belangrijk voor het voortbestaan van veel agrarische bedrijven omdat deze leiden tot hogere grondprijzen en dus de waarde van het onderpand mede bepalen. Banken houden daar bij het verstrekken van hypotheken rekening mee.

Jongeren in de landbouw krijgen nu ook steun uit Brussel. Dat moet absoluut blijven. De bedrijven in Nederland worden steeds groter en kapitaalintensiever. Daardoor wordt het voor opvolgers steeds moeilijker om de overname financieel rond te zetten. Financiële steun uit Brussel in de periode rond en direct na de overname is dan zeer welkom. Dat moet zo blijven.”

Welk belang (op een schaal van 1 tot 5) kent u toe aan doelgerichte betalingen in de eerste pijler (de huidige vergroeningsgelden)?

4

“Er gaat veel geld naar de landbouw in Europa. Dat is geld van burgers en dus moet je goed kunnen uitleggen waarom dat noodzakelijk is. Met de huidige vergroeningsmaatregelen is dat moeilijk. Op dit moment gelden regels voor alle boeren in alle lidstaten. Dat geeft een hoop heibel. Begrijpelijk, want bedrijven, weersomstandigheden en grondsoorten verschillen enorm. Kortom, er is veel meer flexibiliteit nodig. Landbouwcommissaris Hogan blijkt daar gezien zijn jongste voorstellen ook voorstander van.

LTO Akkerbouw pleit voor invoering van een doelgerichte puntenregeling. Er moet een pakket maatregelen komen waar boeren uit kunnen kiezen. Toeslagen worden dan uitgekeerd als een minimaal punten wordt gescoord. Bij de vergroening gaat het nu vooral om biodiversiteit. Dat is te beperkt. Klimaatmaatregelen en bijvoorbeeld verbetering van bodemvruchtbaarheid zouden ook moeten gelden als maatschappelijke tegenprestatie.

Ik besef me dat de invoering van een puntensysteem en de bijbehorende certificering beter past bij de situatie in Nederland dan bijvoorbeeld in Roemenië. Misschien moeten we toe naar een tweesporenbeleid, waarbij voor de maatschappelijke tegenprestaties in landen als Nederland, Denemarken en Duitsland een andere systematiek geldt dan in Letland, Roemenië en Bulgarije.”

Welk belang (op een schaal van 1 tot 5) kent u toe aan het doel risicomanagement binnen het GLB?

3

“Nederlandse boeren en tuinders kunnen goed omgaan met wisselende marktprijzen en weersomstandigheden. Sterker nog, lage opbrengsten in Europa pakken voor Nederlandse boeren soms goed uit. Bovendien hebben we hier de brede weersverzekering waardoor boeren zich kunnen indekken.

Toch vind ik risicomanagement wel een issue dat onderdeel moet worden van het GLB. Dat komt ook terug in de jongste voorstellen van Phil Hogan. De vakgroep akkerbouw pleit voor de mogelijkheid om de GLB-premies te reserveren voor calamiteiten. Nu kopen boeren in een jaar met hoge prijzen om fiscale reden een nieuwe trekker. De fiscus zou ook moeten toestaan dat de Europese subsidies hiervoor worden aangewend. In Brussel wordt hierover gepraat. Het Nederlandse ministerie van Financiën is tot nu toe geen voorstander gebleken van fiscaal reserveren. We moeten het dus echt van Brussel hebben.”

Welk belang (op een schaal van 1 tot 5) kent u toe aan het doel voedselbeleid binnen het GLB?

2

“Voedselbeleid is belangrijk maar niet vanuit het GLB. Bewustwording van consumenten over voedsel hoort een taak te zijn van de agrarische ketens en de voedselverwerkende industrie. En van het Voedingscentrum, een instantie die onafhankelijke voorlichting geeft. Daar hoeft Brussel niet altijd aan mee te betalen.”

Welk belang (op een schaal van 1 tot 5) kent u toe aan de doelgerichte betalingen in de tweede pijler (o.m. innovatie, agrarisch natuurbeheer, LEADER)?

3

“Wat mij betreft blijft de tweede pijler bestaan in het GLB. Maar de uitvoering moet anders. Op dit moment draaien de provincies aan de knoppen bij het verlenen van subsidies uit de tweede pijler. Eigen stokpaardjes worden bereden, er is sprake van willekeur en er blijft geld op de plank liggen. De verantwoordelijkheid moet terug naar het Rijk. Als het gaat om de doelen dan pleit ik voor meer aandacht voor innovatie. Nederland loopt agrarisch gezien voorop in de wereld. Die plek moeten we zien te behouden. Dat lukt alleen als we blijven innoveren. Dus meer geld voor innovatie, minder voor fietspaden en dorpshuizen.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *