Interview Jan Huitema, VVD, Europarlement

Jan Huitema Jan Huitema

Langzaam groeien we naar een nieuwe hervormingsronde van het GLB. De Europese Commissie treft voorbereidingen, er komen onderzoeken beschikbaar, maatschappelijke organisaties starten hun lobby. Het is een mooie tijd om het GLB samen met deskundigen en betrokkenen onder de loep te nemen. Dat doen we in een serie interviews, waarin we telkens dezelfde vragen terug laten komen. Dit is het achtste interview in de serie: Jan Huitema, lid van het Europarlement voor de VVD.

Wat zou er misgaan als er vanaf 2020 helemaal geen GLB meer is?

“Dat is een van de belangrijkste vragen waar we in Europa over moeten nadenken. Laat ik ten eerste zeggen dat het GLB belangrijk is voor het bewaken van een gelijk speelveld op de interne markt. Maar eigenlijk zouden we bij het debat over het GLB 2020 – 2026 helemaal opnieuw moeten beginnen. Met een blanco vel papier. Eerst bepalen wat we nu echt willen met de landbouw en vervolgens de instrumenten daarbij bedenken. Nu gaat het GLB-debat alleen over het aanpassen van de bestaande systematiek. Lidstaten vechten alleen maar voor behoud of verhoging van hun deel van het landbouwbudget, zonder eerst kritisch te kijken of dat wel nodig is.
Natuurlijk kun je het GLB niet opeens in zijn geheel afschaffen. Bij investeringen is namelijk rekening gehouden met de hectaretoeslagen. Maar er kunnen wel wijzigingen in de uitgaven worden doorgevoerd. Als de EU bijvoorbeeld kiest voor afschaffing van directe inkomenssteun – en ik denk dat daar best wat voor te zeggen is – dan moeten de premies stapsgewijs worden verlaagd.”

Welk belang (op een schaal van 1 tot 5) kent u toe aan voedselzekerheid als doel van het GLB?

4

“Voedselzekerheid is bij de start van de Europese Unie een belangrijk uitgangspunt geweest. Het beleid werd hier grotendeels op gericht. Nu, decennia verder, liggen de schappen vol met voedsel en is Europa wat voedsel betreft, zelfs iets meer dan zelfvoorzienend. Wat dat betreft gaat het ontzettend goed binnen de land- en tuinbouw.
Maar voedselzekerheid is niet vanzelfsprekend. Geopolitieke spanningen kunnen grote gevolgen hebben voor de wereldwijde handel in voedsel. De Europese Unie mag wat voedsel betreft niet afhankelijk worden van derde landen. Maar moeten we daarvoor de directe inkomenssteun in de benen houden? Ik denk van niet. Directe inkomenssteun is een instrument van het verleden. Het gaf antwoord op vraagstukken van toen. Het nieuwe GLB moet er voor zorgen dat ontwikkelingen die nu spelen worden aangepakt. Wat mij betreft gaat het dan om het verbeteren van de concurrentiepositie van de agrarische sector en hoe we boeren en tuinders hun inkomen uit de markt laten halen.”

Welk belang (op een schaal van 1 tot 5) kent u toe aan het belang van inkomenszekerheid voor boeren?

2

“Een acceptabel inkomen is een basisvoorwaarde voor het behoud van de landbouwsector. Om voedsel te produceren zijn boeren nodig en die kunnen hun werk alleen doen als zij daar een inkomen mee verdienen. Zo simpel is het. Echter, inkomenssteun is daarvoor een slecht instrument. Het verkleint de noodzaak om te reageren op de markt, zoals bijvoorbeeld een veranderende vraag van consumenten.
Als we het GLB vanaf nul opnieuw opbouwen dan pleit ik voor de ontwikkeling van instrumenten die zijn gericht op een goed investeringsklimaat, de concurrentiepositie van de boer en tuinder en op innovatie. De agrofoodsector in Nederland is daarvan al doordrongen. De zuivelsector is doorlopend bezig om nieuwe producten zoals toetjes te ontwikkelen, de tuinbouw heeft een nieuwe afzetmarkt gevonden met snoepgroenten. Producten met toegevoegde waarde en een hogere opbrengstprijs. Agrarische ondernemers profiteren daarvan. Directe inkomenssteun maakt de Europese agrarische sector minder ondernemend en afhankelijk.
Ik heb ook mijn twijfels over financiële steun aan bedrijfsopvolgers. Laten we eerst eens onderzoeken wat nou de echte redenen zijn van de vergrijzing in de sector. Wat houdt jongeren tegen? Misschien speelt het negatieve imago van de sector daarbij een belangrijke rol. Een extra premie heeft dan geen effect. Bovendien zijn de overnamesommen tegenwoordig zo hoog dat een top-up premie een klein effect heeft. Bovendien stuwen hectaretoeslagen juist de grondprijzen op. Steun voor jonge boeren, het klinkt sympathiek, maar is niet altijd effectief.”

Welk belang (op een schaal van 1 tot 5) kent u toe aan doelgerichte betalingen in de eerste pijler (de huidige vergroeningsgelden)?

4

“Ik vind dat betalingen vanuit het GLB per definitie gelinkt moeten zijn aan een doel. Dus daarom het cijfer 4. Betalingen moeten een meerwaarde hebben voor concurrentiekracht, duurzaamheid of innovatie. De huidige systematiek van doelgerichte betalingen moet worden verbeterd. Die is in mijn ogen te veel gestuurd op het naleven van maatregelen. Er wordt gecontroleerd of de maatregelen zijn uitgevoerd en vervolgens krijgt de ondernemer zijn premie. Het is op papier in Brussel bedacht, maar leveren in praktijk weinig resultaat. Als het gaat om groene en blauwe diensten van boeren moet er veel meer worden uitgegaan van kennis bij ondernemers. Het uitgangspunt moet zijn: het resultaat telt en daar wordt de boer voor beloond. Hoe hij dat resultaat haalt, is aan de boer zelf.
Overigens ben ik ook op dit punt voorstander van marktwerking. Het mooiste is als de producent de extra resultaten die hij boekt op het gebied van biodiversiteit, dierwelzijn en klimaat via de markt betaald krijgt.”

Welk belang (op een schaal van 1 tot 5) kent u toe aan het doel risicomanagement binnen het GLB?

4

“Agrarische producenten hebben te maken met wisselende opbrengstprijzen en weersomstandigheden. Dat hoort bij het ondernemerschap en is mijns inziens primair de verantwoordelijkheid van de ondernemer om hierop te anticiperen. Hij kan ervoor kiezen om de risico’s af te dekken door bijvoorbeeld in- en verkoopprijzen vast te zetten of een verzekering af te sluiten. Het GLB zou daar een faciliterende rol in moeten hebben.

Bij slechte prijzen staan de pleinen in Brussel vol met demonstrerende boeren. Europa moet dan acuut geld bijleggen. Dat is geen structurele oplossing, ik wil daar vanaf. Het nieuwe GLB moet gericht zijn op verbetering van de concurrentiepositie van boeren. Met als resultaat dat er geen bedrijven omvallen in een slecht melkprijsjaar of na een natte zomer.”

Welk belang (op een schaal van 1 tot 5) kent u toe aan de doelgerichte betalingen in de tweede pijler?

4

“Zoals eerder gezegd vind ik dat de betalingen uit het GLB doelgericht moeten zijn. De huidige systematiek in het GLB, met de twee pijlers als basis, is voer voor veel discussie. In welke pijler moet nu wat gedaan worden? Voor mij is het veel belangrijk eerst duidelijk te hebben wat de doelen zijn van het GLB, daarna te kijken welke beleid daar bij hoort en vervolgens hoeveel geld daaraan besteed moet worden. Nu lopen doelen, beleid en financiering kriskras door elkaar heen. Dit moet strakker. Dat is duidelijker voor de belastingbetaler, voor de ontvanger en zelfs voor de beleidsmakers in Brussel.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *