Naar een GLB dat boerderijproof is

landschap

Maatregelen gericht op milieuverbetering, herstel van biodiversiteit en het voorkomen van en omgaan met de effecten van klimaatverandering moeten effectief en praktisch uitvoerbaar zijn. Liefst met zo min mogelijk regels en lastendruk. Om dat voor elkaar te krijgen in het nieuwe GLB organiseert LTO Nederland bijeenkomsten met agrarische ondernemers per sector. Dat gebeurt binnen de GLB-pilot Sectorale bouwstenen.

Wouter Rozendaal
Wouter Rozendaal

De pilot is een van zeven die onlangs zijn gestart in de aanloop naar het GLB 2021 – 2027. De andere zes worden uitgevoerd vanuit een gebiedsgerichte benadering, de pilot Bedrijfsgerichte verduurzaming is gericht op boeren in het hele land en kent een sectorale benadering. Wouter Rozendaal, werkzaam bij Aequator Groene Ruimte, is projectleider.

Actief meedenken

De essentie is dat boeren en tuinders worden uitgenodigd om actief mee te denken over een zo praktisch mogelijke invulling van het toekomstige GLB in Nederland. “Iedereen is welkom”, zegt Rozendaal, “leden van LTO én niet-leden, boeren die actief zijn in agrarische collectieven en degenen die dat niet zijn. We halen zoveel mogelijk ideeën op die we vervolgens bundelen in sectorplannen. Nu heeft iedereen de kans om maatregelen in te brengen die wenselijk, effectief en uitvoerbaar zijn. Dat is in deze vorm nog niet eerder gebeurd.”

Biodiversiteit en klimaat

De Europese Commissie wil dat het GLB in de volgende periode meer bijdraagt aan bodem- en waterkwaliteit, biodiversiteit en klimaat. De lidstaten krijgen ruimte om daar binnen randvoorwaarden een eigen invulling aan te geven. Hiervoor wordt dit jaar onder leiding van het ministerie van LNV een zogeheten Nationaal Strategisch Plan (NSP) ontwikkeld. De sectorplannen die het resultaat zijn van de GLB-pilot Sectorale bouwstenen leveren een bijdrage aan dat NSP.

Ideeën van ondernemers

In de sectorale bijeenkomsten kunnen boeren aangeven welke acties zij zinvol, effectief en uitvoerbaar vinden op de thema’s bodem, klimaat, waterkwaliteit en biodiversiteit. Het gaat dan bijvoorbeeld om maatregelen om het organische stofgehalte in de bouwvoor te verhogen (thema bodem), water langer vast te houden op de hoge zandgronden (klimaat), de uitspoeling van bestrijdingsmiddelen naar sloten te verminderen (waterkwaliteit) en aanleg van bloemrijke akkerranden (biodiversiteit). Rozendaal: “Wij zijn benieuwd naar praktische ideeën van ondernemers. Want juist zij weten wat uitvoerbaar is op hun bedrijf. En zij kunnen ook goed inschatten wat het effect ervan is.”

Tien sectorplannen

Met de belangstellende ondernemers worden in een aantal bijeenkomsten vervolgens GLB-sectorplannen gemaakt. Een drietal daarvan is gericht op de melkveehouderij. Hierbij wordt onderscheid gemaakt naar grondsoort (klei, zand en veen). Datzelfde geldt voor de akkerbouw. Verder komen er plannen voor de fruitteelt, open teelten en schapen/vleesvee/paarden. Alle agrarische sectoren komen aan bod. Er komt ook een plan voor de biologische land- en tuinbouw.

Bedrijfsplannen

In de GLB-pilot wordt gewerkt aan het ontwerp van een format voor een GLB-bedrijfsduurzaamheidsplan. Projectleider Rozendaal benadrukt dat het nieuwe GLB ook moet leiden tot minder regels en administratieve lasten. Daarom is het belangrijk dat de GLB-maatregelen worden afgestemd op andere duurzaamheidsinitiatieven in de keten, zoals de biodiversiteitsmonitoren in de melkveehouderij en in de akkerbouw. “In de pilot zoeken we samen met RVO en ketenpartijen naar een optimaal systeem voor administratie, controle en monitoring met zo laag mogelijke lasten voor iedereen. We willen voorkomen dat agrariërs op allerlei plekken formulieren moeten inleveren.”

Opgave

Boeren en tuinders die willen meepraten over een praktische invulling van het GLB 2021 – 2027 kunnen zich hier opgeven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *