‘Nieuw GLB moet stimuleren, niet blokkeren’

Het nieuwe GLB kan de verduurzaming van de landbouw een impuls geven. Dat zegt Aard Mulders van het ministerie van LNV en actief betrokken bij de opstelling van het Nationaal Strategisch Plan. “Mijn drijfveer is om het GLB zo in te richten dat het agrarische ondernemers daadwerkelijk stimuleert die omslag te maken.”

een makkelijke opgave, want nogal wat boeren vrezen voor extra regels en minder vergoeding uit Brussel. “Niet iedereen staat te juichen. Dat snap ik best, want het GLB gaat behoorlijk veranderen”, stelt Mulders. “Ik zie het als mijn taak om het nieuwe GLB-stelsel zo vorm te geven dat de transitie boeren niet frustreert, maar stimuleert. Daarom overleggen we ook intensief met de sector.”

Veel partijen zijn betrokken bij het NSP. Naast het overkoepelende NSP-kernteam zijn er zes werkgroepen die verantwoordelijk zijn voor een deelprogramma. Mulders is trekker van het programma Groen-Blauwe Architectuur. Zijn opdracht is om niet alleen de voorwaarden voor de uitbetaling van de grondgebonden toeslagen vorm te geven, maar ook de invulling van de zogeheten eco-regelingen en aanpassingen in nieuwe agrarisch natuur- en landschapsbeheer. De werkgroep van Mulders telt ruim twintig leden. De meesten vertegenwoordigen het Rijk, de provincies en waterschappen.

Wat is uw drijfveer om ja te zeggen tegen deze klus?

“Er bestaat in Nederland inmiddels brede consensus over de noodzaak om de landbouw natuur- en klimaatvriendelijker te maken. Ik zelf vind ook dat het die richting op moet. Dat gaat natuurlijk niet vanzelf. Het nieuwe GLB-stelsel kan de omslag in de sector ondersteunen. Mijn drijfveer is om het stelsel hier in Nederland zo in te richten dat zoveel mogelijk boeren inspelen op de mogelijkheden die het GLB biedt, bijvoorbeeld door mee te doen met de nieuwe eco-regelingen. Die regelingen moeten een positief effect hebben op de bodem-, water-, luchtkwaliteit, de natuur, landschap en/of klimaat én praktisch uitvoerbaar zijn.”

Dat is niet eenvoudig.

“Klopt, maar juist daarom overleggen we als werkgroep met veel partijen uit het maatschappelijk middenveld. Met de landbouw, met ketenpartijen zoals Rabobank en FrieslandCampina en met natuur- en landschapsorganisaties. De uitdaging is om de gulden middenweg te vinden. Dat gaat lukken, want er is brede overstemming over de gewenste transitie. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het Deltaplan Biodiversiteitsherstel en het Klimaatakkoord, waar veel partijen bij betrokken zijn. Ook over het GLB zijn de tegenstellingen, als die er al zijn, overbrugbaar.
We komen met onze werkgroep nu in de fase dat we de nieuwe GLB-regeling concreet gaan invullen. En dan kan het lastig worden. Want dan gaat het opeens niet meer over vergezichten op de lange termijn, maar over euro’s per hectare.”

Zijn uw verwachtingen over het effect van het GLB niet te optimistisch?

“Het GLB-budget is groot, het gaat om €450 miljoen voor de basisbetaling en grofweg €225 miljoen voor de eco-regelingen. Dat is veel geld. Als het ons lukt om de regelingen zo in te richten dat er draagvlak ontstaat onder boeren dan gaat het nieuwe GLB echt effect hebben. Niet alles hoeft helemaal over de kop. Ik pleit voor een groeiproces zodat de bedrijfsvoering op agrarische bedrijven zich stapsgewijs in de gewenste richting ontwikkelt.”

U bent ook betrokken bij de GLB-pilots. Wat is de bedoeling van deze pilots?

“In de zeven pilots wordt ervaring opgedaan met prestatiegerichte betalingen voor maatregelen die bijdragen aan natuur, landschap, bodem en klimaat. Bijvoorbeeld via een keuzemenu of puntensysteem. Het is een zoektocht naar maatregelen in de bedrijfsvoering die uitvoerbaar en effectief zijn. Draagvlak onder boeren is daarbij randvoorwaarde.
Ook wordt gekeken naar het perspectief van samenwerking met andere partijen in het landelijke gebied. Verduurzaming van de landbouw hoeft niet alleen vanuit het GLB te komen. De hele keten kan hieraan bijdragen.
Ik ben ervan overtuigd dat we bij de opstelling van het NSP leerervaringen van de pilots kunnen gebruiken. Ook bijvoorbeeld over de wet- en regelgeving. Mogelijk staan bepaalde regels de transitie op boerenbedrijven in de weg. In dat geval zou je de regels moeten veranderen.”

Portret van Aard Mulders
Aard Mulders, ministerie van LNV

Aard Mulders (52) is opgegroeid op een varkensbedrijf in Brabant. Hij studeerde bestuurskunde aan de universiteit in Helsinki. Hij heeft vervolgens vijf jaar lesgegeven aan deze universiteit. In 2000 is hij naar Nederland teruggekomen en heeft vervolgens gewerkt bij RVO en het ministerie van LNV. Hij is beleidsmatig betrokken geweest bij onder meer POP, regelgeving rond vogelpest, evaluatie van de natuurwetgeving en de decentralisatie van het natuur- en landschapsbeheer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *