Overijsselse GLB-pilot gericht op kievit

Ontwikkelen van een model voor inrichting en beheer van een weidelandschap waar de kievit optimaal van profiteert. Dat is kerndoel van de GLB-pilot ‘De kievit als boegbeeld voor vergroening in de melkveehouderij’. Deze wordt uitgevoerd in Noordwest-Overijssel.

jonge kievit
Jonge kievit

De pilot is een van zeven die onlangs zijn gestart in de aanloop naar het GLB 2021 – 2027 en wordt uitgevoerd door het agrarisch collectief Noordwest Overijssel. Esther Graaskamp, werkzaam bij adviesbureau Brandhof Natuur & Platteland, is projectleider.

Tweejarig project

Belangrijk onderdeel van het tweejarige project is het uittesten van verschillende aanpakken en maatregelenpakketten in een aantal deelgebieden. De kievit staat hierbij centraal. Via inrichtings- en beheermaatregelen wordt toegewerkt naar een melkveehouderij waarbinnen meer ruimte is voor biodiversiteit, klimaat en bodem- en waterkwaliteit.

Kievit als boegbeeld

Het weidevogelbeheer in Nederland is meestal gericht op zeldzame soorten zoals grutto, wulp en tureluur. In deze pilot is juist gekozen voor de kievit als boegbeeld, een soort die veel boeren en burgers herkennen. “De meeste boeren houden van de kievit”, zegt Graaskamp. ”Met de kievit als voorbeeldsoort hopen we draagvlak te creëren onder melkveehouders om actief mee te doen. Ook boeren die nu nog niet actief zijn in het weidevogelbeheer.”
Een belangrijke andere reden dat voor de kievit is gekozen, is dat deze weidevogel meer verspreid voorkomt in Nederland, waardoor de resultaten uit de pilot toepasbaar zijn in meer gebieden in Nederland.

Selectie deelgebieden

In de startfase van de pilot worden vier deelgebieden geselecteerd die van elkaar verschillen in landschap, grondsoort, waterpeil en bedrijfstypen. Deze gebieden liggen deels buiten de voor weidevogelbeheer begrensde gebieden uit het Natuurbeheerplan van Overijssel.

Volgens projectleider Graaskamp is inmiddels vrij goed bekend welke inrichtings- en beheermaatregelen een positieve uitwerking hebben op het aantal kieviten. Het gaat dan bijvoorbeeld om voorbeweiden, extensief beweiden, kruidenrijk grasland, bemesten met ruige stalmest en aanleg van plas/dras-zones.

Sturingsmodel

“Vanuit jarenlange ervaring met agrarisch natuurbeheer weten we vrij goed welke maatregelen nodig zijn”, stelt Graaskamp. “In deze pilot richten we ons daarom vooral op de ontwikkeling van een sturingsmodel. Wat is een slimme manier om kerngebieden en bijvoorbeeld verbindingen tussen kerngebieden op de juiste plek te krijgen? Wat is de rol hierbij van het agrarische collectief? En hoe zorg je daarbij voor draagvlak onder boeren?”

Na de selectie van de deelgebieden worden in elk gebied melkveehouders geselecteerd die actief deelnemen aan de pilot. Er komen in elk gebied één, twee of drie zogeheten kievitboerderijen. Op het areaal van deze bedrijven worden de meest vergaande inrichtings- en beheermaatregelen getroffen. Daaromheen liggen bedrijven die minder vergaande maatregelen nemen.

Verevening

Het ontwerp van een ‘vereveningsmodel’ is onderdeel van de pilot.
Graaskamp over die verevening: “Ons uitgangspunt is om voldoende areaal te realiseren voor een optimale weidevogelstand. Het is niet nodig dat elke veehouder precies in dezelfde mate meedoet. Wij gaan daarom in onze pilot onderzoek doen naar het overdragen van maatregelen en de bijbehorende premies tussen de deelnemers. Wat is het effect daarvan op het draagvlak? En hoe stuur je zo’n verevening.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *