PBL analyseert landbouw- en voedselbeleid

appels

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) analyseert in zijn studie Kansrijk landbouw- en voedselbeleid 27 mogelijke maatregelen. Ook het nieuwe GLB komt aan bod. De studie is mede gedaan voor politieke partijen die nu hun verkiezingsprogramma’s opstellen voor de Tweede Kamerverkiezingen in 2021.

In de studie Kansrijk landbouw- en voedselbeleid beoordeelt PBL een breed scala aan maatregelen op effectiviteit, uitvoerbaarheid en juridische aspecten. Daarbij zijn de effecten van deze maatregelen bekeken op de leefomgeving, het sociale systeem en de economie.

De gekozen maatregelen zijn gegroepeerd in vier thema’s:

  • gezond en duurzaam voedsel
  • sluiten van kringlopen
  • landbouw en natuur in balans
  • een duurzaam verdienvermogen van de landbouw

Geen laaghangend fruit

Uit de beschouwing van de 27 beleidsmaatregelen blijkt dat geen van de maatregelen op álle doelen voor leefomgeving, economie en sociale aspecten positief scoort en tegelijkertijd makkelijk te nemen is. In die zin is er geen laaghangend fruit.

De effectiviteit van beleidsmaatregelen hangt ook af van de samenhang met andere maatregelen. Zo zijn bijvoorbeeld natuurmaatregelen weinig effectief als de emissies van stikstof en gewasbeschermingsmiddelen te hoog zijn. Het bevorderen van de consumptie en productie van streekproducten heeft een positief effect op de regionale economie, maar er is geen consensus dat dit positief is voor de leefomgeving.

Agrarisch natuurbeheer

Versterking van het agrarisch natuurbeheer door overheveling van budget van de eerste naar de tweede GLB-pijler is een van de maatregelen die het PBL heeft bekeken. Lidstaten mogen in de volgende GLB-periode tot 30% van het budget van de eerste pijler (nu inkomenssteun) verschuiven naar de tweede pijler (plattelandsontwikkeling). Als Nederland dat inderdaad doet en het extra geld in de tweede pijler helemaal besteedt aan agrarisch natuurbeheer dan kan het budget hiervoor (inclusief cofinanciering door provincies) stijgen naar €400 miljoen per jaar.

Deze verschuiving van budget biedt volgens PBL kansen voor de biodiversiteit.

Vrijwillige deelname

Knelpunt is dat boeren in gebieden waar agrarisch natuurbeheer het meest effectief is, niet verplicht zijn om mee te doen. Een van de redenen is dat de vergoedingen die worden uitbetaald geen rekening houden met de werkelijke kosten die boeren maken. Door rekening te houden met de verschillen in kosten tussen bedrijven, zouden intensieve en grote bedrijven gestimuleerd kunnen worden om mee te doen.

Om agrarische biodiversiteit te stimuleren is ook een goede kennisinfrastructuur nodig. PBL is op dit punt positief over de agrarische collectieven. De collectieven zijn ook in staat om de verschillende beheermaatregelen in een gebied op elkaar af te stemmen.

Afstemming natuur- en milieubeleid

Voor een effectieve inzet van het geld voor agrarisch natuurbeheer is het essentieel dat doelen duidelijk zijn en dat het milieu-en natuurbeleid goed op elkaar is afgestemd. Zo hebben volgens PBL betalingen voor natuurbeheer weinig effect op weidevogels als de grondwaterstand te laag is door ontwatering en als de milieukwaliteit slecht is door te hoge emissies van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen.

Meer informatie: studie Kansrijk landbouw- en voedselbeleid 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *