Vier scenario’s voor invulling nieuwe GLB

scholeksters Foto: Boerennatuur

Lidstaten van de Europese Unie krijgen in het nieuwe gemeenschappelijke landbouwbeleid (2021-2027) meer mogelijkheden om eigen keuzen te maken. De concrete invulling komt te staan in het Nationaal Strategisch Plan. Hiervoor heeft het ministerie van LNV inmiddels een viertal scenario’s ontwikkeld.

perceel met aardappelenDe NSP-scenario’s staan in een brief die landbouwminister Carola Schouten naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. De scenario’s worden ook besproken op de GLB-conferentie voor stakeholders. Deze wordt op 23 mei gehouden.

De keuzemogelijkheden van de lidstaten zijn overigens beperkt. De GLB-plannen moeten straks voldoen aan de Europese verordeningen. Ook zijn er al principe-afspraken gemaakt, bijvoorbeeld over de overheveling van middelen van de eerste naar de tweede pijler, het budget dat minimaal beschikbaar moet komen voor jonge boeren en de aftopping van GLB-steun boven €100.000.

Toch kan er nog aan een aantal knoppen worden gedraaid. De scenario’s zijn ervoor bedoeld om helder te maken welke keuzen er zijn voor Nederland.

Scenario A

Dit scenario gaat uit van voortzetting van het huidige beleid. De bestaande inkomenssteun via directe betalingen (eerste pijler) en de steun voor plattelandsontwikkeling (tweede pijler) worden voortgezet. Omdat het GLB-budget krimpt, gaan de steunbedragen wel omlaag. Er komen geen eco-regelingen. De bestaande vergroeningsmaatregelen worden verplicht en vergoed door de flat rate van de basispremie. Scenario A is volgens LNV het referentiescenario, realisering is niet reëel.

Scenario B

Scenario B legt de nadruk op groen-blauwe diensten. Ingezet wordt op een mix van inkomenssteun, innovatie en betaling voor publieke diensten. Van het budget voor directe betalingen wordt 15% (€105 miljoen) overgeheveld naar de tweede pijler. Dat geld gaat vooral naar groen-blauwe diensten en agrarisch natuurbeheer. De resterende 85 % van het budget van de directe betalingen wordt voor 35% ingezet voor de basispremie en 50% voor eco-regelingen.

Scenario C

In het derde scenario wordt 30% (€210 miljoen) van het budget van de directe betalingen overgeheveld naar de tweede pijler. Een deel van deze middelen wordt ingezet voor versterking van de concurrentiekracht van de agrarische sector: innovatie, ketenversterking, ondersteuning jonge boeren en risicobeheer. Het andere deel is gericht op investeringen voor klimaat, leefomgeving en agrarisch natuur- en landschapsbeheer. De resterende 70% van het budget voor directe betalingen wordt ingezet voor de basispremie (30%) en eco-regelingen (40%).

Scenario D

In dit scenario wordt ook 30% (€210 miljoen) overgeheveld naar de tweede pijler. Dat geld is vooral bestemd voor projecten en maatregelen op het terrein van milieu, klimaat en agrarisch natuur- en landschapsbeheer. De resterende 70% van het budget gaat naar de basispremie (30%) en de eco-regelingen (40%).

De scenario’s zijn volgens LNV bedoeld als een eerste verkenning van de keuzes die nationaal mogelijk zijn. De Tweede Kamer debatteert hierover op 15 mei met de Tweede Kamer.

Meer info: GLB-brief aan de Tweede Kamer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *